Boek III Hoofdstuk 25 Over de duurzame vrede des harten, en waarin de ware voortgang bestaat

CHRISTUS. – Zoon! Ik heb gezegd: Ik laat u in mijn vrede, Ik geef u mijn vrede; niet gelijk de wereld die geeft, geef Ik hem u (1). Alle mensen zoeken de vrede, maar niet allen zijn bezorgd om te onderhouden, wat tot ware vrede leidt. Mijn vrede is met de ootmoedigen en de zachtmoedigen van hart (2). Uw vrede zal bestaan in grote lijdzaamheid. Indien gij naar Mij luistert, en mijn lering volgt, zult gij grote vrede kunnen genieten.

DE ZIEL. – Wat heb ik dan te doen?

CHRISTUS. – Let in alle dingen op uzelf, wat gij doet en wat gij zegt. Dat altoos uw mening zij om Mij alleen te behagen, en om buiten Mij niets te begeren of te zoeken. Oordeel ook niet lichtvaardig de woorden of werken van andere mensen; bemoei u niet met wat u niet werd opgedragen; zo zal het kunnen geschieden dat gij weinig of zelden verontrust wordt. Maar nooit enige ontsteltenis gevoelen, nooit enige kwelling van ziel of lichaam lijden, dit is de staat van het tegenwoordig leven niet, maar de staat van het eeuwig geluk. Laat u dan niet voorstaan de ware vrede gevonden te hebben, wanneer gij geen zwarigheid gevoelt; of dat dan alles welgaat, als gij niemand tegenstreeft; of dat gij dan volmaakt zijt, wanneer alles geschiedt naar uw begeerte. Houd u ook dan niet voor iets groots of voor Gods bijzondere lieveling wanneer gij grote zoetheid in de godsvrucht gevoelt: want daaraan wordt de ware minnaar der deugd niet gekend, of daarin bestaat de voortgang en de volmaaktheid van de mens niet.

DE ZIEL. – Waarin dan, Heer?

CHRISTUS. – In uzelf uit geheel uw hart op te dragen aan de wil van God; in uzelf niet te zoeken, zomin in het klein als in het groot, noch in de tijd, noch in de eeuwigheid; zodat gij alles met hetzelfde oog aanziende, en in een juiste schaal wegende, mij gelijkelijk bedankt in voor- en tegenspoed. Indien gij zo kloek en lankmoedig zijt in de hoop, dat, bij t ontberen van de inwendige troost, gij dan nog uw hart bereidt om zwaardere kwellingen te lijden, en uzelf niet verontschuldigt alsof gij niet zoveel verdiendet te lijden; maar dat gij in al wat u overkomt, mij voor rechtvaardig en heilig houdt: dan wandelt gij in de rechte en ware weg van vrede, en dan moogt gij een vaste hoop hebben, dat gij mijn aanschijn in de volle vreugde zult wederzien (3). Indien gij tot een volkomen verachting van uzelf gekomen zijt, weet dan dat gij de vrede zo overvloedig zult genieten als het in dit ellendig leven mogelijk is.

(1) Joann. 14: 27 (2) Matth. 11: 29 (3) Job 33: 26

Thomas a Kempis

Over de Navolging van ChristusAbonneren per email (dagelijks van 27/11/2016 tot 16/06/2017 in de sterke tijden)

  • Tevreden over deze inhoud?
  • ja   nee