Boek III Hoofdstuk 32 Over de zelfverloochening en de verzaking van alle begeerlijkheid

CHRISTUS. – Zoon, gij kunt de volkomen vrijheid niet bekomen, tenzij gij uzelf geheel verloochent. Want allen, die zichzelf zoeken en beminnen, zijn als geboeid; zij zijn vol kwade driften; nieuwsgierig her- en derwaarts lopende; zij zoeken altijd hun gemak, en niet wat Mij aangenaam is; zij beramen dikwijls en beginnen wat geen stand kan houden. Want alle dingen, die uit God niet komen, moeten vergaan. Onthoud deze korte maar diepzinnige woorden: Verlaat alles en gij zult alles vinden. Verzaak alle begeerlijkheid en gij zult troost vinden. Overleg dit dikwijls in uw gemoed, en als gij het volbracht zult hebben, zult gij er de waarheid van begrijpen.

DE ZIEL. – Heer! Dit is geen werk van een dag, noch kinderspel: al de volmaaktheid van het geestelijk leven is in die korte woorden opgesloten.

CHRISTUS. – Zoon! Gij moet u niet laten afschrikken, of niet terstond kleinmoedig worden, als gij hoort spreken van de weg der volmaaktheid; maar eerder opgewekt worden tot het hogere of ten minste met een grote begeerte daarnaar verlangen. Och, ware het met u zo gesteld en waart gij zover gekomen, dat gij uzelf niet meer beminde, maar eenvoudig wist te gehoorzamen op mijn wenk, of op die van de overste, die Ik over u gesteld heb, dan zoudt gij Mij zeer behagen, en zou geheel uw leven in blijdschap en ware vrede voorbijgaan. Nog veel hebt gij te verlaten, en indien gij er om mijnentwil niet van afziet, zult gij nooit bekomen wat gij van Mij begeert. Ik raad u, koop van Mij goud door het vuur beproefd (1), opdat gij rijk wordt, dat is te zeggen; de hemelse wijsheid, die al het aardse met voeten treedt. Versmaad daarvoor alle aardse wijsheid, alle menselijk opzicht, en eigenbehagen.

Ik zeg u, verwissel het grote en kostbare in de ogen der mensen, voor het geringere. Want de ware wijsheid des hemels, die geen groot gevoelen van zichzelf heeft, en geen verheffing zoekt op aarde, is nu zeer klein geacht en bijna gans vergeten: velen prijzen met haar de mond, maar door hun leven wijken zij er van af. Nochtans is zij die kostbare parel (2), voor velen verborgen.

(1) Apoc. 3: 18 (2) Matt. 13: 46

Thomas a Kempis

Over de Navolging van ChristusAbonneren per email (dagelijks van 27/11/2016 tot 16/06/2017 in de sterke tijden)