Boek III Hoofdstuk 35 In dit leven is men niet beveiligd tegen bekoringen

CHRISTUS . – Zoon, gij zijt in dit leven nooit veilig; maar zolang gij leeft zullen u geestelijke wapenen nodig zijn. Gij wandelt in het midden der vijanden; van alle kanten wordt gij bevochten. Indien gij u dan niet gedurig dekt met het schild van verduldigheid, zult gij niet lang ongewond blijven. Daarenboven, indien gij uw hart niet vast op Mij stelt, met de vaste wil van alles uit liefde tot Mij te lijden, zo zult gij het geweld der bekoring niet uitstaan, noch de palmtak der gelukzaligen bekomen. Gij moet dan kloekmoedig door alles heen dringen, en grote kracht gebruiken tegen alle wederstand. Want het Manna wordt de overwinnaar gegeven (1), en voor de lafhartige is er vele ellende bereid.

Indien gij rust zoekt in dit leven, hoe dan zult gij hiernamaals tot de eeuwige rust komen? Bereid u niet tot veel rust, maar tot veel verduldigheid. Zoek de ware vrede niet op aarde, maar in de hemel; niet bij de mensen of de andere schepselen, maar in God alleen. Ter liefde van God moet gij alles gaarne ondergaan: arbeid, pijnen, bekoringen, kwellingen, benauwdheden, armoede, ziekten, opspraak, verwijten, vernederingen, schande, berispingen, versmadingen.

Deze dingen helpen tot de deugd; deze beproeven de navolger van Christus; deze bereiden de hemelse kroon. Voor kortstondige arbeid zal ik eeuwig loon geven, en van voorbijgaande schande oneindige glorie.

Meent gij altijd geestelijke vertroostingen te hebben, als gij ze verlangt? Mijn heiligen hebben die niet altijd gehad, maar integendeel veel zwarigheden, velerlei bekoringen en grote verlatenheid. Doch zij zijn in alles verduldig geweest, en hebben hun betrouwen meer op God dan op zichzelf gesteld, gedenkende dat het lijden van de tegenwoordige tijd niet te achten is bij de toekomende glorie (2), welke er door verdiend wordt. Wilt gij terstond hebben wat velen nauwelijks na macht van tranen en zware arbeid bekomen hebben? Verwacht de Heer, gedraag u mannelijk (3), en wordt gesterkt; mistrouw niet, wijk niet af: maar geef leven en lichaam edelmoedig ten beste voor de glorie van God. Ik zal het u ten volle vergelden, en Ik zal met u wezen in al uw lijden.

(1) Apoc. 2: 17 (2) Rom. 8: 18 (3) Ps. 26: 14

Thomas a Kempis

Over de Navolging van ChristusAbonneren per email (dagelijks van 27/11/2016 tot 16/06/2017 in de sterke tijden)

  • Tevreden over deze inhoud?
  • ja   nee