Boek III Hoofdstuk 43 Tegen de ijdele wetenschap der wereld

CHRISTUS. – Zoon, laat u niet bewegen door schone en diepzinnige mensentaal; want het rijk Gods bestaat niet in woorden, maar in hemelse Kracht (1). Let op mijn woorden, die het hart ontsteken en het verstand verlichten; die het leedwezen van het hart verwekken en velerhande troost verschaffen. Lees immer mijn woord, om daardoor geleerder of wijzer te schijnen. Leer uw gebreken uitroeien, dit zal u meer baten dan de kennis van vele moeilijke leerstukken.

Als gij veel gelezen en geleerd zult hebben, zo moet gij evenwel altoos op het enige beginsel terugkomen. Ik ben het die de mens wetenschap leer (2), en aan de ootmoedigen meer kennis geef (3) dan zij van enig mens kunnen leren. Hij, tot wie ik spreek, zal spoedig geleerd zijn, en in het verstand zeer toenemen. Wee hun, die van de mensen veel nieuwe en zeldzame dingen willen leren, en die weinig vragen naar de weg om Mij te dienen! De tijd zal komen, waar de Meester der meesters, Christus, de Heer der Engelen, zal verschijnen, om ieders les te horen; dat is om eenieders geweten te onderzoeken. En dan zal Hij met lantaarnen doorvorsen (4): en de geheimen der duisternis zullen openbaar worden (5), en alle menselijke redenering zal verstommen.

Ik ben het, die, op een oogslag, een ootmoedig hart z verhef, dat het meer begrijpt van de eeuwige waarheid, dan hij die tien jaren in de scholen had gestudeerd. Ik leer zonder gedruis van woorden, zonder verwarring van gevoelens, zonder opgeblazen eergierigheid, zonder strijd van redetwist. Ik leer het aardse verachten, van het tegenwoordige walgen, het eeuwige zoeken en smaken, alle eer vluchten, de ergernis en het ongelijk verdragen, alle hoop op Mij stellen, niets begeren buiten Mij, en boven alles Mij vurig beminnen.

Men vindt er die, met Mij innig te beminnen, het goddelijke kennen en bewonderenswaardig spreken. Zij zijn meer gevorderd in deugden met alles te verlaten, dan met het bestuderen van vernuftige dingen. Maar aan sommigen leer ik gewone dingen, aan anderen bijzondere. Aan de een openbaar ik mij meer liefelijk in tekens en beeltenissen, doch aan anderen ontsluier in verborgen geheimen in een klaar licht. De stem der boeken is voor eenieder dezelfde, maar zij onderricht niet allen op gelijke wijze: want Ik ben de inwendige Leraar, de Waarheid, de Onderzoeker des harten, de Doorgronder der gedachten, de Bevorderaar der goede werken, eenieder bedelende volgens mijn welbehagen.

(1) 1 Cor. 4: 20 (2) Ps. 93: 10 (3) ps. 118: 130 (4) Wijsh. 1: 12 (5) 1 Cor. 4: 5

Thomas a Kempis

Over de Navolging van ChristusAbonneren per email (dagelijks van 27/11/2016 tot 16/06/2017 in de sterke tijden)

  • Tevreden over deze inhoud?
  • ja   nee