Catechese met een liedje

Vandaag, sacramentsdag, kregen we in onze kerk een gregoriaans koortje te gast dat het eigen van de mis voor deze dag heeft gezongen. Ik ga het even hebben over de sequentie van deze dag. De sequentie is in de mis een gezang dat wordt aangeheven voor de lezing uit het evangelie.

De sequentie van sacramentsdag is een relatief lang stuk, en de tekst is van de hand van niemand minder dan Thomas van Aquino, uit de dertiende eeuw. Hij geeft in een heel laagdrempelige stijl (het Latijn even daargelaten) de hoofdpunten van de catechese rond de transsubstantiatieleer. Daarom misstaat dit stuk ook niet in de reeks vorige artikelen waarin ik multi-mediale catechesemiddelen belichtte. Ik geef hieronder de Nederlandse vertaling die ik aantrof in mijn Romeins missaal.

De sequentie van sacramentsdag is samen met een handvol tegenhangers op andere feestdagen een eenzaam relikt na de kaalslag van een genadeloze liturgische hervorming… en dan heb ik het niet over die van Vaticanum II, maar wel die van Trente! Er is nog meer te lezen over de geschiedenis van de ‘vijf sequenzen’, die overgehouden werden uit een repertorium van duizenden liturgische liederen die de uniformisering van Trente niet overleefden!

Loof, o Sion, uw Verlosser,

loof uw Leidsman en uw Herder

in gezang en liederen.

Lauda Sion Salvatorem,

Lauda ducem et pastorem,

In hymnis et canticis.

Loof Hem luid, naar best vermogen:

Hij gaat alle lof te boven,

loven kunt gij nooit genoeg.

Quantum potes, tantum aude:

Quia major omni laude,

Nec laudare sufficis.

Laten wij met name heden

zingen van het onvolprezen

levend brood, dat leven geeft.

Laudis thema specialis:

Panis vivus et vitalis

Hodie proponitur.

Dat de Heer, zoals wij weten,

aan de twaalf heeft willen geven

bij het heilig avondmaal.

Quem in sacrae mensa coenae

Turbae fratrum duodenae

Datum non ambigitur.

Vol en krachtig zij ons loflied,

waarin blij en schoon weerklinke

heel de jubel van ons hart.

Sit laus plena, sit sonora,

Sit jucunda, sit decora

Mentis jubilatio.

Want wij vieren heden plechtig,

dat de Heer dit heilig feestmaal

liefdevol heeft ingesteld.

Dies enim solemnis agitur

In qua mensae prima recolitur

Hujus institutio.

Dit nieuw paasmaal, dat de Koning,

van het nieuw Verbond bereid heeft,

sluit het oude Pasen af.

In hac mensa novi regis

Novum pascha novae legis

Phase vetus terminat.

Zo doet nieuwheid oudheid wijken,

doet vervulling schaduw vluchten,

drijft het licht het duister uit.

Vetustatem novitas,

Umbram fugat veritas,

Noctem lux eliminat.

Hetgeen Christus bij die maaltijd

deed, gebood Hij te herhalen

te zijner gedachtenis.

Quod in coena Christus gessit

Faciendum hoc expressit

In sui memoriam.

Onderricht door deze lering,

heiligen wij brood en wijn

tot offer van ons eeuwig heil.

Docti sacris institutis

Panem, vinum, in salutis

Consecramus hostiam.

’t Is geloofspunt voor de christen:

hier wordt brood in ’t vlees des Heren,

wijn veranderd in zijn bloed.

Dogma datur Christianis

Quod in carnem transit panis

Et vinum in sanquinem.

Wat gij niet begrijpt of zien kunt,

wordt in diep geloof beleden,

buiten de orde der natuur.

Quod non capis, quod non vides

Animosa firmat fides

Praeter rerum ordinem.

Onder tweeërlei gedaanten,

die slechts tekens zijn, geen wezen,

schuilt verheven werkelijkheid.

Sub diversis speciebus

-Signis tantum et non rebus-

Latent res eximiae.

Vlees is spijs en bloed is drank,

maar onder iedere gedaante

blijft de Christus ongedeeld.

Caro cibus, sanquis potus,

manet tamen Christus totus

sub utraque specie.

Door wie eet, wordt Hij ontvangen

ongedeeld en ongebroken:

elk ontvangt Hem heel en al.

A sumente non concisus,

Non confractus, non divisus,

Integer accipitur.

Of er een of duizend eten,

evenveel ontvangt eenieder:

Hij wordt daardoor niet verteerd.

Sumit unus, sumunt mille:

Quantum isti, tantum ille

Nec sumptus consumitur.

Goeden eten, bozen eten:

maar hun lot is zeer verschillend:

leven of verdoemenis.

Sumunt boni, sumunt mali;

Sorte tamen inaequali:

Vitae vel interitus.

Dood en bozen, goeden ’t leven:

beiden nuttigen hetzelfde,

maar bemerkt met welk verschil.

Mors est malis, vita bonis,

Vide paris sumptionis

Quam sit dispar exitus!

Wordt het sacrament gebroken,

wil niet weifelen, maar weten,

dat in elk deel zoveel schuilgaat

als er is in het geheel.

Fracto demum sacramento

Ne vacilles, sed memento

Tantum esse sub fragmento

Quantum toto tegitur.

Breken kan men niet het wezen,

maar alleen het zichtbaar teken.

Ongeschonden blijft de staat

en de gestalte van de Heer.

Nulla rei fit scissura,

Signi tantum fit fractura

Qua nec status nec statura

Signati minuitur,

Zie het brood dat Engelen eten,

wordt de spijs van aardse pelgrims;

waarlijk, brood der kind’ren is het,

dat men niet voor honden werpt.

ECCE PANIS ANGELORUM

Factus cibus viatorum,

Vere panis filiorum

Non mittendus canibus.

Voorbeduid werd het in beelden,

toen eens Isaak werd geofferd,

toen de Joden Paasmaal vierden,

toen het manna voor hen viel.

In figuris praesignatur,

Cum Isaac immolatur,

Agnus paschae deputatur,

Datur manna patribus.

Goede Herder, brood des levens,

Jezus, toon ons uw ontferming:

wil ons weiden, ons geleiden

naar de zalige aanschouwing

in het land der levenden.

Bone pastor, panis vere,

Jesu, nostri miserere,

Tu nos pasce, nos tuere,

Tu nos bona fac videre

In terra viventium.

Gij, alwetend en almachtig,

hier de spijs van stervelingen,

maak ons daar tot disgenoten,

mede-erfgenamen,

medeburgers van uw eeuwig Rijk.

Tu qui cuncta scis et vales,

Qui nos pascis hic mortales,

Tuos ibi commensales,

Coheredes et sodales

Fac sanctorum civium.

  • Tevreden over deze inhoud?
  • ja   nee

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *