“De kerk moet het modernisme afleggen”

Ik las een interessant stuk van Meer dan ikzelf getiteld “Ethiek en het verlangen naar zekerheid”. Aanleiding van het artikel is de pastoordie weigerde iemand te begraven die euthanasie pleegde. Volgens de schrijver is de kerk op het verkeerde pad met haar veel te concrete ethische leerstellingen, die geen ruimte laten voor onzekerheid in het ethisch denken. Tot zover weinig nieuws, want deze opinie hoor je op elke straathoek. Leuk wordt het wanneer het artikel duidt hoe deze houding van de kerk is ontstaan in de rationaliteit van de Verlichting. Mooi in de pas met de positivistische beweging die politiek, wetenschap en kunst tot de Moderne Tijd heeft gevoerd, heeft ook de kerk haar denken en handelen ‘gemoderniseerd’. De auteur bedenkt dat “vóór deze tijd – bijvoorbeeld in de Middeleeuwen – men veel beter in staat was te verdra­gen dat verschillende tradities en meningen naast elkaar ston­den.” Waarvan akte…

In de kantlijn wel een nota aanhet adres van de auteur van het artikel. Het verloop van de feiten wil dat een andere priester wel de begrafenismis heeft gecelebreerd, dus de vraag stelt zich wie nu het meest lijdt aan deterministische ethiek? De kerk, die wel regels stelt, maar blijkbaar toch genoeg ruimte laat om ‘verschillende meningen naast elkaar te laten staan’, of de auteur, die de kerk beoordeelt op het handelen van die eerste pastoor, alsof alle pastoors als marionetten inwisselbaar zijn…

In een andere artikel, over het Pukkelpopdrama, vindt Hans Geybels de oud-testamentische beschouwingen in populistische kranten, christelijke opinies en op facebook bijzonder on-christelijk, omdat ze getuigen van een straffende God, en niet van een liefhebbende God. Hoewel het niet meer bij te houden is hoe vaak je vandaag de dag, vanuit eender welke hoek, te horen kan krijgen dat je niet christelijk (of katholiek) genoeg bent, wil ik een eind meegaan: er is natuurlijk geen link tussen de ramp en een straf van God (zelfs geen ‘immanente’) -dezelfde ramp had even goed de WJD kunnen treffen. Ik meen echter dat de vermaledijde schrijvers niet echt de bedoeling hebben een theologisch manifest over de Straffend God te produceren, maar van de gelegenheid gebruik maken om hun afkeer van de zonde (druggebruik, vrije seks,…) te uiten, en is het dan abnormaal daarvoor een bijbelse metafoor te gebruiken? Hermeneutiek, weet je wel? De stelling van Geybels is echter kort en krachtig: “Van wat die auteurs beweren over die christelijke God waarin ik zelf ook geloof, moet ik bekennen dat ik niets herken. Ik ken Hem enkel als een God van liefde. Zo heeft Hij zichzelf trouwens ook geopenbaard in de figuur van Christus.”

Die Jezus-is-liefde-retoriek is vaak eenzijdig en mist een noodzakelijke tweeledigheid. In zijn samenvatting van de Wet stelt Jezus  als eerste gebod de liefde voor de naaste, maar Hij stelt er ook de liefde voor God naast, als noodzakelijke tweede aanzicht. We staan niet alleen in een relatie tot onze naaste (die we niet veroordelen), maar ook tot God (en die God zal oordelen). Om die liefde te beantwoorden kunnen we niet anders dan zelf ook te veroordelen, niet de zondaar, maar wel de zonde. Een andere samenvatting van het tweeledige Eerste-en-enige gebod van de Wet luidt daarom: “heb de zondaar lief [liefde voor de naaste], maar verfoei de zonde [liefde voor God]”.

Als de kerk werkelijk bij de tijd wil blijven en de moderniteit wil afleggen, zonder zich te verarmen tot liefdesretoriek, is de erkenning van die tweeledigheid absoluut noodzakelijk. Daarvoor moeten we meer nadenken en praten -en zonodig van mening verschillen- over de zonde -en erkennen dat de traditie van de kerk, die de bijbel insluit, in dat debat een waardevolle -en uitdagende- stem heeft). Jezus vraagt uitgesproken en benatwoorde liefde, die het onderscheidingsvermogen aanscherpt, om tot berouw te komen. Hij vraagt geen onbeantwoorde liefde die over de zonde zwijgt of het onderscheid tussen goed en kwaad laat vervagen, want dan verdwijnt ook het berouw en wordt zonde normaal! En als je, vanuit een oprechte liefde voor je naaste, je gezin of je gemeenschap, én voor God, met dat onderzoek naar de zonde al eens de grenzen van de fijngevoeligheid overschrijdt,  dan is dat nog altijd verdienstelijker dan zalvend te zwijgen.

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *