De mis-missing link

De katholieke kerk heeft een grote rijkdom, en dat is haar schier eindeloze verbeeldingskracht waarmee ze het geloof in beelden uitdrukt. In een eerdere blog heb ik me al eens laatdunkend uitgelaten over het beeldmateriaal dat vandaag in de boekhandel wordt aangeboden, bijvoorbeeld in de vorm van kinderbijbels. Het is doorgaans heel sober en prikkelt de verbeelding hoegenaamd niet. Toch zijn er altijd lichtpuntjes. Het kan gebeuren dat je een prentenverhaal voor de tiende of twintigste keer leest, en dan plots inziet dat de prenten het verhaal, in al zijn rijkdom, treffender verbeelden dan je eerst dacht.

De leerlingen die getroffen zijn door Jezus’ dood, beginnen hun toch naar Emmaüs.

Om bijbelverhalen, en dus ook bijbelprenten, te begrijpen moet je aanknopingspunten zoeken in de elementen in het verhaal die ongerijmd zijn. Meestal bevatten die de sleutel tot de betekenis van het verhaal. Zo las ik dus vandaag nog het verhaal van de emmaüsgangers voor, en langs de beelden om werd me duidelijk hoe cruciaal deze gebeurtenis is als knooppunt tussen het gebeuren van Witte Donderdag enerzijds en de eucharistie anderzijds. Men zegt gemakkelijk ‘de eucharistie is ingesteld op Witte Donderdag’. Dat is natuurlijk zo, maar daarmee is de kous niet af! Om maar iets te zeggen: op Witte Donderdag was Jezus nog helemaal niet gestorven… de leerlingen leefden nog in de euforie van de intocht en waren helemaal niet bezig met Jezus’ dood, laat staan met zijn verrijzenis. In het gebeuren van Witte Donderdag herken je wel de consecratie, maar voor de rest is de setting totaal niet te vergelijken met die van de heilige Mis, al is het maar omdat Goede Vrijdag en Pasen nog moeten komen, en de Mis is Witte Donderdag, Goede Vrijdag en Pasen in één.

Dan komt er een man naar hen die hen de gebeurtenissen uitlegt, maar die man lijkt niet op Jezus.

Wat is er nu ‘ongerijmd’ aan het verhaal van de emmaüsgangers? Twee dingen. Allereerst het feit dat de leerlingen Jezus niet herkennen. Hij mag dan wel aanwezig zijn met zijn Verheerlijkt lichaam, het blijft toch dezelfde Christus, met Wie de leerlingen lange tijd hadden opgetrokken, dus dat ze Hem niet herkennen is ongerijmd. Ook ongerijmd is de verdwijning van Christus, net wanneer de leerlingen Hem herkennen. Met die herkenning hangt de verdwijning dan ook samen. Die twee ongerijmdheden leveren de sleutel waarmee de betekenis van het verhaal ontsloten wordt.

De leerlingen zijn gefascineerd en willen met die man aan tafel.

In onze prentenbijbel versterken de afbeeldingen die ongerijmdheden. Op de ene prent is Jezus aanwezig en breekt Hij het brood, maar de leerlingen zijn niet blij en kijken onbegrijpend toe. Op de volgende prent is Jezus verdwenen, maar de leerlingen lachen uitbundig, met het brood in hun hand. De prenten versterken de ongerijmdheid in het verhaal, de sleutel tot de betekenis ervan, want op de prent mét Jezus kijken de leerlingen eerder sip, en op de prent zónder Jezus, zijn ze uitbundig blij, terwijl je het toch juist omgekeerd zou verwachten. Dat wil zeggen dat er iets anders gebeurd is, dan wat we op het eerste zich zien: het verheerlijkte lichaam is verdwenen, en heeft plaats gemaakt voor het brood, het lichaam van het Lam. Het onbegrip over de dood is verdwenen, en heeft plaats gemaakt voor de vreugde om de verrijzenis. Eenvoudige tekeningen kunnen veel verbeelden!

Jezus is aanwezig en breekt het brood, maar de leerlingen zijn niet blij en kijken onbegrijpend toe.

Wat de emmaüsgangers meemaakten, is een soort van prototype van de eucharistie, een missing link tussen Witte Donderdag en de heilige Mis zoals de Kerk die opdraagt. Wat er gebeurt tijdens de consecratie is precies wat zich aan de emmaüsgangers voltrekt. In het breken van het brood, de consecratie, toont ons zich Jezus, treedt de priester op in persona Christi. Je bladert snel heen en weer tussen de prent met Jezus en de prent zonder Jezus en je beleeft de sensatie van de eucharistie. Jezus speelt piep: zijn verheerlijkt lichaam kunnen we niet langer zien, want zijn lichaam dat Hij aan het kruis geofferd heeft, is ons voortaan meer van nut.

Jezus is verdwenen, maar de leerlingen lachen uitbundig, met het brood in hun hand.

En eens je het prentenverhaal zo bent gaan bekijken, is de verklaring van de rest een open deur intrappen: het verhaal beschrijft gewoon de ganse heilige Mis, van voor tot achter. De leerlingen die getroffen zijn door Jezus’ dood, beginnen hun toch naar Emmaüs. Zo komen ook wij binnen in de kerk: belast met onze dagelijkse zonden, ons onbegrip en onze onvrede. Ze spreken over de dingen die gebeurd zijn. Wij lezen uit de Bijbel over dezelfde gebeurtenissen. Dan komt er een man naar hen die hen de gebeurtenissen uitlegt, maar die man lijkt niet op Jezus. Onze pastoor ook niet. De leerlingen zijn gefascineerd en willen met die man aan tafel. Dan volgt het mysterieuze breken van het brood waarin ze Jezus herkennen, maar waarin zijn verheerlijkte tegenwoordigheid zich oplost.

Misschien zijn het wel de emmaüsgangers die de andere leerlingen hebben overtuigd om dat ‘breken van het brood’ waarover Jezus het had op Witte Donderdag toch maar serieus te nemen en er iets mee te doen…

Maar wat is nu de grootste les van het hele verhaal? De laatste prent uit het boek. Die toont hoe de leerlingen vol vreugde terug naar Jeruzalem gaan om aan de andere te vertellen dat ze zeker zijn dat Jezus niet dood is, dat ze Hem gezien hebben. Misschien zijn het wel de emmaüsgangers die de andere leerlingen hebben overtuigd om dat ‘breken van het brood’ waarover Jezus het had op Witte Donderdag toch maar serieus te nemen en er iets mee te doen…

Maar wat hebben wij te zeggen, als we ’s zondags uit de kerk komen, over die ongerijmde, maar wezenlijk belangrijke gebeurtenis die we daar hebben meegemaakt…?


De illustraties zijn afkomstig uit het boek ‘Jezus – Mijn bijbel-prentenboek’, Gaëtan Evrard, Uitgeverij Averbode, 2001

  • Tevreden over deze inhoud?
  • ja   nee

Een mening over “1$s”

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *