Ondersteboven van een Vaderons

Vaderons : znw., in N.-Nederl. onz., in Z.Nederl. m.,  mv. vaderonzen. Eertijds paternoster. De beginwoorden van het Gebed des Heeren, zooals ze in mnl. bijbelvertalingen worden aangetroffen, in overeenstemming met het toenmalige taalgebruik

Kerkelijke gelovigen bidden het onzevader wekelijks in de kerk en Jezus spoort hen aan het zelfs dagelijks te bidden. In de Catechismus van de Katholieke Kerk beslaat het een apart hoofdstuk, evenals in het boek “Jezus van Nazareth” van onze paus Benedictus (dat wat mij betreft gerust als complement van de catechismus mag aangeboden worden).

Maar hoewel we dit gebed zo vaak bidden (of juist: omdat we het zo vaak bidden), staan we wel genoeg stil bij wat we bidden? Brengt het ons dichter bij God? Want dat is toch de bedoeling van gebed.

Voor iemand met een volmaakt geloof, en dat was natuurlijk bij uitstek Onze Heer, die het gebed voor het eerst uitsprak, is het vanzelfsprekend aan te heffen met een aanspreking van God als ‘onze Vader’. Voor mij, met mijn gebrekkig geloof, blijft dat een uitdaging. Daarom heb ik eens het idee opgevat het onzevader vanuit een ander perspectief te bekijken, en het letterlijk op zijn kop te zetten. Dit is wat je dan krijgt:

Verlos ons van het kwade

en breng ons niet in beproeving.

Zoals ook wij vergeven aan onze schuldenaren,

vergeef ons onze schulden.

Geef ons heden ons dagelijks brood.

Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel.

Uw rijk kome.

Uw naam worde geheiligd,

onze Vader, die in de hemel zijt.

Het komt me voor dat het gebed een heel pak toegankelijker is geworden. Met een beetje goede wil vind je in het omgedraaide onzevader de weerspiegeling van de tocht die een gelovige aflegt om tot geloof in God te komen. Je kan er zelfs de sacramenten naast leggen.

Stap voor stap:

“Verlos ons van het kwade”

De primaire verzuchting van de mens, is verlost te worden van alles wat slecht is. Iemand die alles voor de wind gaat en zich nergens om hoeft te bekommeren, zal zich zelden tot God wenden. De weg naar God begint bij een nood die in de menselijke natuur ingebakken zit, in zijn onderhevigheid aan kwaad.

Deze eerste prille stap op weg naar geloof zet een kind wanneer het wordt gedoopt. Het is nog onbewust, maar het kwaad wordt uit zijn ziel verdreven.

“En breng ons niet in beproeving”

Heel wat kwaad is er niet zomaar, maar komt voort uit onszelf, wanneer we ingaan op bekoringen. Hier duikt ethisch bewustzijn op, een gebed om de kracht en inzicht te krijgen om moreel te handelen. Dezelfde verzuchting die Adam en Eva naar de vrucht van de boom van kennis van goed en kwaad deed snakken. Zij hadden die kennis echter niet nodig, want zij woonden bij God, maar door aan die eerste bekoring toe te geven is de mens noodzuchtig gebleven aan de kennis van goed en kwaad.

“Zoals ook wij vergeven aan onze schuldenaren”

Verder nadenkend ziet de zondige mens in dat veel kwaad heel eenvoudig kan worden opgelost door barmhartigheid te schenken. Kwaad dat met kwaad wordt vergolden brengt niet noodzakelijk rechtvaardigheid.

“Vergeef ons onze schulden”

Nu komt heel concreet de verwachting naar boven die we koesteren van God (die we nog niet kennen). De ethisch bewuste mens heeft geprobeerd kennis op te bouwen van goed en kwaad en heeft besloten dat het goed is bekoringen te weerstaan en anderen te vergeven. Hij beseft dat daarmee al heel wat kwaad uit de wereld gebannen kan worden, maar staat nog steeds alleen met zijn eigen zondigheid. Welke mens zal hem vergeven?

De gelovige die de weg tot hier heeft afgelegd, zal al veel baat vinden bij het sacrament van de biecht.

“Geef ons heden ons dagelijks brood”

Met deze frase uit het onzevader heb ik het altijd moeilijk gehad. Het hele gebed ademt spiritualiteit, en daar ligt nu plots een materialistische vraag op tafel.

In “Jezus van Nazareth” haalt de paus een fascinerende verklaring van dit vers aan, die gevonden wordt bij de kerkvaders:

‘Dagelijks’ is de vertaling van het Griekse epiousios, een woord waarvan Origines zegt: dat woord komt in het Grieks verder nergens voor, het is door de evangelisten uitgevonden. […] De kerkvaders hebben dan ook nagenoeg eenstemmig de vierde bede van het Onzevader verstaan als een gebed om de eucharistie. […] Ze verwijst naar de Logos als de eigenlijke spijs voor de mens, het eeuwige Woord, de eeuwige gever van betekenis, oorsprong en doel van ons leven.

Dit is een goede sleutel om de continuïteit van het gebed te ontsluiten! Wat is de logische volgende stap voor de mens, die nu op zoek is naar iemand die hem uit zijn zondigheid verlost, maar God in de hemel (nog) niet kent? Hij zoekt iemand die hem kan verlossen, bij voorkeur een mens, want iemand anders kent hij niet. Hij zoekt het vleesgeworden woord van leven en van verlossing, en rara, wie zou dat kunnen zijn 🙂

De gelovige die de weg tot hier heeft afgelegd, is rijp om aan te schuiven aan de tafel van de Heer en de communie te ontvangen.

“Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel”

En dan klaart het perspectief op: net als Christus heeft de mens een bestemming in de hemel, bij God. Om die bestemming te bereiken, neemt de gelovige de taak op de schouders om Gods wil boven alles te laten prevaleren. Het aardse wordt aan het hemelse ondergeschikt.

In het vormsel schenkt de Heilige Geest ons zijn gaven, om deze taak te kunnen uitvoeren.

“Uw rijk kome”

Het Rijk van God is overal waar Gods wil wordt gehoorzaamd. Deze stap is de beloning voor de vorige. De gelovige die zich van zijn taak kwijt, wordt ‘burger’ in het Rijk van God en ontvangt, al dan niet via de kerk, al Gods genadegaven.

“Uw naam worde geheiligd”

Nu is het gepast God te loven. Ons (omgedraaid) gebed is geëvolueerd van een basale verzuchting tot een goddelijke lofzang.

Met de priesterwijding en het regulier kloosterleven beantwoordt de kerk aan de roeping van iemand die zijn leven wil toewijden aan de verheerlijking van Gods glorie.

“Onze Vader, die in de hemel zijt”

Op het einde van ons gebed mogen we God een naam geven en Hem ‘Vader’ noemen. De weg van het geloof is (bijna?) voltooid. Voor wie in God gelooft en Hem Vader noemt, is het onzevader geen moeilijk gebed, want uit het geloof in God, volgt meteen al de rest.

Op het einde van ons leven zullen we God tegemoettreden, en gesterkt door de sacramenten van de stervenden ontvangt de Vader ons in zijn armen.

Het omgedraaide onzevader stelt God niet in de schaduw van de mens, maar biedt een perspectief dat tegemoetkomt aan een moderne geloofshouding, die vanuit de mens vertrekt. Geloof is geen vanzelfsprekend gegeven, maar moet groeien in de mens. De rechte weg is in warrige tijden een doolhof en het gebed is onze landkaart. En als je het noorden kwijt bent, kan je soms de weg terugvinden door de kaart ondersteboven te houden.

Download dit artikel als PDF.

[20160426 aangepast aan de nieuwe vertaling van het onzevader]

Een mening over “1$s”

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *