Secularisme ter ziele

prof. Peter Beyer

Peter Beyer sprak voor UCSIA over de ‘herleving van religie’, ook genoemd de ‘crisis van het secularisme’. In de toonzetting van zijn lezing spreekt een overtuigd secularist, die met een wetenschappelijke inslag het ‘fenomeen’ religie als buitenstaand waarnemer onderzoekt. Hij merkt dat het ‘verschijnsel’ aan verandering onderhevig is, en tracht uit te vinden wat die veranderingen betekenen voor de samenleving. Hoewel er veel commotie over dit thema bestaat, belicht hij eerlijkheidshalve ook twee nuanceringenen bij de paniekerige manier waarop men over de ‘herleving van religie’ spreekt.

Ten eerste is de waarneming van de ‘herleving’ niet uitsluitend gevolg van veranderingen die zich voltrekken in het waargenomene, maar evenzeer van veranderingen in de manier waarop men waarneemt. Kortgezegd: waar sociologen of andere wetenschappers zich tot zo’n twintig-dertig jaar geleden nauwelijks interesseerden in religie (die toch zou uitsterven), is die interesse er nu plots wel, zodat het lijkt alsof de ‘herleving’ een verschijnsel is van recente datum, terwijl het er altijd al geweest is, maar niet werd waargenomen.

Ten tweede noemt men de ‘herleving van religie’ soms ook de ‘crisis van het secularisme’. Niets is natuurlijk minder waar, want de algemene secularisering van de samenleving is gedurende de laatste dertig jaar aan ongeminderd tempo doorgegaan. Van een ‘crisis’ is dus helemaal geen sprake. Burgerlijke overheden en seculiere organisaties hebben zowat alle domeinen ingepalmd die tot voor dertig jaar een aanzienlijke religieuze insteek kenden, denk aan gezondheidszorg, onderwijs, media, partijpolitiek, etc… Daarmee is het seculier denken volledig mainstream geworden en niets wijst erop (in West-Europa althans) dat een tegenbeweging zal worden ingezet.

In dat opzicht is het interessanter om het omgekeerde perspectief in te nemen. Als wetenschappelijk onderzoeker moet je niet slechts als buitenstaander de veranderingen bestuderen die zich voordoen in het fenomeen ‘religie’ en analyseren wat die betekenen voor staat en samenleving, maar ook (en vooral?) als insidervan de religie de veranderingen bestuderen die waargenomen worden in het fenomeen ‘staat’ en ‘maatschappij’ en analyseren wat die betekenen voor het religieus leven. Dat omgekeerde perspectief zou wellicht heel wat vragen beantwoorden waarop prof. Beyer in zijn lezing het antwoord verschuldigd bleef. Dan blijkt misschien dat niet alleen geldt dat de verandering van religiositeit een probleem vormt voor het secularisme, maar dat evengoed geldt dat de evolutie van het secularisme een probleem vormt voor religieus leven.

Vandaag in De Morgen kreeg prof. Geert Lernout een tribune, die in grote lijnen hetzelfde komt zeggen als prof. Beyer, zonder echter bovenstaande nuances aan te brengen. Als exponent van dit discours mag ook een vermelding van publicist Paul Cliteur niet ontbreken, waarover eerder een stuk verscheen op dit blog.

Rood alarm

De rode draad in de alarmkreten over de ‘herleving van religies’, is de blindheid voor wat religie werkelijk is: gods-dienst. Cliteur en Lernout schrijven boeken vol (dankbaar besproken op de webstek Liberales) over de historische achtergrond van de heilige boeken om te motiveren waarom het lezen en navolgen van die boeken gelijkgesteld mag worden met waanzin. En dat zal allemaal wel juist zijn, tenminste voor iemand die niet gelooft! (en ik ga het niet hebben over de parallel met de historisch-kritische hermeneutische benadering van de heilige boeken in een bepaalde school van theologen). Die benadering geeft ook aanleiding tot gemakkelijke vereenvoudigingen, waarbij moslimterrorisme, Amerikaans evangelisch fundamentalisme en de schamele kordaatheid in geloofszaken waarmee onze aartsbisschop zich heeft laten kennen, over één kam geschoren worden.

De logische volgende stap, wanneer men geconfronteerd wordt met een fenomeen dat men niet begrijpt en als bedreigend ervaart, is te trachten het fenomeen in te dijken en te controleren. Prof. Beyer liet zich alvast kennen als voorstander van regularisering van religies. Stilaan evolueert dit denken naar een raamwerk voor een seculiere religie, waar bestaande religies zich kunnen inpassen, mits ze aan bepaalde voorwaarden voldoen. Enkel die seculiere religies zullen dan door de staat getolereerd en gesubsidieerd worden. Als dat geen voedingsboden voor fundamentalisme is?

Als ‘buitenstaand waarnemer’ van het secularisme, is mijn conclusie dat er een zeker angstgevoel heerst in het ideologisch wereldje. Als er al sprake is van een ‘crisis van het secularisme’, is het de crisis van een ideologie die geconfronteerd wordt met de eigen beperkingen: religie is niet verdwenen. De vraag is echter of het secularisme zelf niet mee de oorzaak is van het opdoemend fundamentalisme. Een antwoord zal er echter niet komen, want het zelfopgelegde secularistische ideologische keurslijf legt de verplichting op religie te benaderen als een ‘problematiek’, zonder de religieuze ziel te kunnen of willen doorgronden.

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *