Maand: maart 2015

Ja, want…

Ja, maar
Ja, maar

In de kleine homilie van de dinsdag van de 5de week van de vasten roept paus Franiscus op geen christen te zijn van “ja, maar…”. Morren kan terecht zijn, maar het kan ook een zonde zijn, als Gods gaven ervan het onderwerp zijn en het hart erdoor vergiftigd wordt. De kleine homilieën van de paus zijn geen leerstellige traktaten en ook deze preek, waarvan de publicatie slechts een fragmentarische weergave geeft, is een kunstig samenspel van bijbelse beelden en een bevrijdende boodschap, vast en zeker het overwegen waard.

Read More

De uitverkoren Maagd

380. Onze Lieve Vrouw Boodschap 25 maart

„Weest gegroet, gij Hoogbegenadigde… Zie de dienstmaagd des Heren, mij geschiede naar u woord” (evangelie).

In de stilte van een huisje te Nazaret en de onbekendheid van een verachtelijk vlek, in een vergeten hoek van de wereld vindt de boodschap van de aartsengel Gabriël plaats en de menswording van het goddelijke Woord in de schoot der Maagd. De enige getuige, de enige mens die deelneemt, mogen wij zeggen, aan gebeurtenissen die de gang der geschiedenis wenden, is een Joods meisje, dat niemand kent. Maar schilders en dichters van alle christeneeuwen hebben de annunciatie verheerlijkt en haar gemaakt tot het schoon en lieflijk tafereel dat het hart van de gelovige verheugt. „Zie, van nu af zullen alle geslachten mij zalig prijzen.” Als ooit een profetie werkelijkheid werd, dan deze! — Stellen wij ons het vertrouwde tafereel voor ogen en overwegen wij deze drie punten: de nederigheid Gods, de begenadiging der Maagd en haar voorbeeld van deugden.

1. „Non horruisti virginis uterum” , zingen wij in het Te Deum , misschien meestal gedachteloos: „toen Gij de verlossing des mensen op U naamt, zijt Gij niet teruggeschrokken voor de schoot der Maagd .” Zonder dat wij tekort doen aan de glorie der allerzuiverste en allerheiligste Maagd moeten wij zeggen, dat door de menswording de ontlediging Gods een feit werd. In het heiligdom der Moedermaagd nam het goddelijk Woord de knechtsgestalte aan. Daardoor legde de Zoon niet alleen de grondslag voor alle komende vernedering tot de kruisdood toe, maar de menswording zelf was de fundamentele vernedering. Toen werd het Woord vlees, God werd mens, zoon der vrouw, onze broeder, in alles aan ons gelijk behalve in de zonde. Wij aanbidden U, Christus, en loven U…

2. „Wees gegroet, vol van genade.” Het mysterie der menswording vervult ons altijd opnieuw met eerbiedige verwondering en dankbare bewondering voor de neerdaling Gods. Hoe is God de mens nabij gekomen! Hoe is de mens door God verheven! Welk een openbaring van Gods liefde! God draagt een menselijk gelaat en spreekt de taal der mensen. Hij heeft onze verhoudingen aangenomen. En Maria is de uitverkorene door wie dit onpeilbaar geheim zich verwezenlijkt heeft. Moeder zou zij worden van de Zoon van de Allerhoogste. Waarlijk vol van genade en de Heer is met haar. Op haar woord daalt de kracht Gods over haar neder, de heilige Drieëeenheid neigt zich tot haar en de Zoon neemt ons vlees aan in haar schoot. „Zalig door hemelse boodschap, vruchtbaar door Gods Geest, de Begeerde der volken nam in U woon” (hymne der metten). Negen maanden draagt zij het Woord Gods onder haar hart en bewaart Het in haar geest. Zalige tijd, door niets gestoorde innigheid!

3. Want aan de goddelijke uitverkiezing beantwoorde en door de genade werd in Maria een zo zuivere, eenvoudige en sterke vereniging met God teweeggebracht als wij ons niet vermogen in te denken. Laten wij eerbiedig daarbij verwijlen… En zien wij naar die deugden, die van haar eenheid met God voorwaarde en teken zijn en die wij van verre mogen navolgen. De ingetogenheid: reeds de kerkvaders spreken daarvan en de kunstenaars beelden Maria gaarne af in de eenzaamheid van haar bidvertrek met de bijbel in de hand. Dit is méér dan vrome fantasie. Het Magnificat bewijst hoezeer haar geest doordrenkt was van de geest en de woorden zelfs de psalmen en gebeden van het Oude Testament . — En de nederige, volkomen onderwerping en overgave aan Gods welgevallen: „Zie de dienstmaagd des Heren; mij geschiede naar uw woord.” Zonder liefde voor Gods wil is het onmogelijk Hem zo te behagen dat wij ons geluk kunnen vinden in de eenheid met Hem. „Hier is zij in beeld gebracht, die de sleutel draaide om de opperste liefde te openen” ( Dante ).

Willem Grossouw

Over Innerlijk LevenAbonneren per email (dagelijks van 30/11/2014 tot 29/11/2015)

Het lichaam dat voor ons werd overgeleverd

141. Dinsdag na Passiezondag

Aanbidden wij in de eucharistie het dierbaar lichaam des Heren, „dat voor ons is overgeleverd” ( 1 Kor. 11, 24 ; communio van Passiezondag ). Ook in zijn verheerlijkte staat, zoals de Heer op onze altaren nederdaalt, heeft Hij zijn wonden bewaard en zijn lijden niet verloochend. Sint Jan schouwde Hem in de hemel als het verheerlijkte en levende Lam, doch tevens „als geslacht” , met de bloedige snede in de hals.

1. De Heer heeft het lichaam niet versmaad: het Woord is vlees geworden. Het christendom is geen vergeestelijking, geen gnostieke vlucht van de stof. Maar het betekent evenmin een onbevangen natuurverering, een Helleense verheerlijking van het vlees, een paradijs te midden van het tranendal. „Ons vaderland is de hemel. Vandaar verwachten wij als Verlosser Jezus Christus, onze Heer. Hij zal ons vernederd lichaam herscheppen, aan zijn verheerlijkt lichaam gelijk, door de kracht waarmee Hij alles aan Zich onderwerpen kan” ( Phil. 3, 20. 21 ). Tot dan toe dragen wij een door de zonde vergankelijk lichaam des doods. Maar Jezus heeft het lichamelijke geheiligd, door barmhartigheid en door lijden. Hij heeft met oneindig geduld de zieken genezen en wonden geheeld. Hij heeft de zijnen de werken van barmhartigheid geleerd: hongerigen spijzigen, dorstigen laven, naakten kleden … Hij heeft geduld dat men zijn lichaam barmhartigheid bewees: de zondares mocht het besproeien met haar tranen, Maria van Betanië zalfde het „als bij voorbaat voor de begrafenis” , Veronica reinigde zijn gelaat en Simon droeg het kruis. Zijn Moeder ontving het dode lichaam op de schoot die het geschonken had. En bovenal: Hij heeft zijn lichaam de Vader als slachtoffer aangeboden. „Een lichaam hebt Gij Mij bereid. Toen zeide Ik „Zie, Ik kom” ( Hebr. 10, 5. 7 ). „Hij heeft aan het kruishout in zijn lichaam onze zonden gedragen” ( 1 Petr. 2, 24 ). Hij heeft ons het lichaam, „dat werd overgeleverd” , nagelaten onder de gedaante van brood als ons offer en spijs.

2. „Thans verheug ik mij dat ik voor u lijden mag en aanvullen wat in mijn vlees aan Christus’ kwellingen ontbreekt, ten bate van zijn lichaam, de Kerk” ( Kol. 1, 24 ). Het is goed zich de ware, christelijke betekenis van het lichamelijke te herinneren in een tijd die het alleen kan zien als een voorwerp van begeerte, die de prestaties van sport en fysieke sterkte bovenmatig verheerlijkt, die door allerlei middelen de pijn wil wegwerken en de sterfelijkheid zou willen vergeten. Ziekte, pijn, dood zijn onontkoombaar, maar hebben voor de christen hun prikkel verloren, daar zij geheiligd zijn door Jezus’ lijden en sterven. In de vereniging met de Heer en de gemeenschap der heiligen kunnen zij oneindig waardevoller zijn dan gezondheid en kracht. Een volkomen gebroken en mislukt bestaan als dat van Sint Lidwiena verkreeg door Jezus’ kruis een wonderbare vruchtbaarheid. De christen zoekt lichamelijke ellende niet te ontvluchten, maar zal ze moedig dragen en in de naaste barmhartig verzorgen, gesterkt door het lichaam de Heren, onderpand der glorievolle verrijzenis. Hij zal, levend in de verwachting der heerlijke opstanding, het lichamelijke vluchten noch minachten.

Willem Grossouw

Over Innerlijk LevenAbonneren per email (dagelijks van 30/11/2014 tot 29/11/2015)