Maand: juni 2017

Boek IV Hoofdstuk 16 Wij moeten onze noden aan Christus openbaren en zijn genade afsmeken

De gelovige: Zeer goede en beminnelijke Heer, die ik nu godvruchtig wens te ontvangen, Gij kent mijn zwakheid en de nood die ik lijd; Gij weet in hoeveel kwaad en gebreken ik neerlig; hoe dikwijls ik mij bezwaard voel, bekoord, verward en verontreinigd.

U bent voor mij als medicijn, als vertroosting en verkwikking roep ik U aan.

Ik spreek tot Degene die alles weet, aan wie mijn hele innerlijk bekend is; Gij alleen kunt de volmaakte vertroosting geven en mij helpen.

Gij weet wat ik voor alles nodig heb, hoe arm ik ben aan deugd.

Zie, ik sta voor U, arm ontdaan van alles; ik bid om uw genade, ik smeek om uw barmhartigheid.

Verkwik uw arme, hongerige bedelaar, verwarm mijn koudheid met het vuur van uw liefde; verlicht mijn blindheid met de helderheid van uw tegenwoordigheid.

Laat voor mij al het aardse maar bitter worden; alle zwarigheid en tegenslag mij leiden tot geduld; al het lagere en geschapene geringe achting en vergetelheid bewerken.

Richt mijn hart naar U omhoog in de hemel en laat mij niet dwalend over de aarde gaan.

Wees Gij van nu af aan mijn voldoening tot in alle eeuwen, want Gij alleen zijt mijn spijs en drank, mijn liefde en mijn vreugde, mijn zaligheid en heel mijn rijkdom.

Wil mij toch door uw tegenwoordigheid geheel in gloed zetten, mij doen branden en in U omvormen, zodat ik n geest met U word door de genade van de innerlijke eenheid en door het vloeibaar worden als gevolg van een vurige liefde.

Duld niet dat ik hongerig en dor van U wegga, maar handel met mij op een barmhartige wijze, zoals Gij dikwijls wonderbaar met uw heiligen gehandeld hebt.

Is het zo verwonderlijk dat ik door U totaal in vuur raak en mijzelf verlies? Gij zijt toch een altijd brandend vuur en Gij schiet nooit te kort, Gij zijt de liefde die de harten zuivert en het verstand verlicht.

Thomas a Kempis

Over de Navolging van ChristusAbonneren per email (dagelijks van 27/11/2016 tot 16/06/2017 in de sterke tijden)

Boek IV Hoofdstuk 15 De gave van godsvrucht wordt door nederigheid en de verloochening van het eigen ik verkregen

De Heer: Men moet de gave van godsvrucht met ijver zoeken, er met verlangen om bidden, geduldig en vertrouwvol verwachten; ze dankbaar aannemen, nederig bewaren, ijverig daarmee werken en dan God het einde en de wijze van zijn verheven bezoeking overlaten totdat Hij komt.

Gij behoort u vooral te vernederen, als gij innerlijk weinig of geen godsvrucht voelt, maar niet te zeer ontmoedigd te zijn of u er onmatig over te bedroeven.

God geeft dikwijls in een kort ogenblik wat Hij gedurende lange tijd heeft geweigerd; Hij geeft soms op het einde wat Hij in het begin van het gebed uitstelde te geven.

Als de genade steeds snel zou worden gegeven en naar wens aanwezig was, zou dit voor een zwak mens moeilijk zijn te dragen.

Daarom moet men de gave van godsvrucht in goed vertrouwen en met nederig geduld afwachten. Wijt het echter aan uzelf en aan uw zonden, als gij ze niet ontvangt of als zij u op geheime wijze wordt ontnomen.

Soms is het een nietigheid die de genade tegenhoudt of verbergt, als men tenminste over een nietigheid spreken kan en niet eerder over een gewichtige zaak die een zo groot goed tegenhoudt.

En als gij dit nietige of gewichtige beletsel zult hebben weggenomen en volmaakt overwonnen, dan zal gebeuren wat gij verlangd hebt.

Want onmiddellijk nadat gij u geheel aan God zult hebben overgegeven en niet dit of dat volgens uw keus of welbehagen hebt gezocht, maar u onvoorwaardelijk aan Hem hebt gegeven, zult gij de eenheid en de vrede vinden. Want niets zal u zoveel voldoening brengen en aangenaam zijn als het welbehagen van de goddelijke wil.

Wie dus zijn bedoeling eenvoudig naar boven, op God heeft gericht en zich van iedere ongeregelde liefde of tegenzin voor een of ander schepsel heeft vrijgemaakt, zal zeer geschikt zijn om de genade te ontvangen en de gave der godsvrucht waardig zijn.

Want de Heer geeft daar zijn zegen waar Hij lege vaten vindt.

En hoe volkomener iemand aan het lagere verzaakt en meer aan zichzelf sterft door zelfverachting, des te sneller komt de genade, des te overvloediger treedt zij binnen, des te hoger verheft zij het hart dat vrij is.

Dan zal hij zien en overvloed hebben, en zich verwonderen en zijn hart zal verruimd worden (Jes. 60 : 5) in hem; want de hand des Heren is met hem en zelf heeft hij zich volstrekt in zijn handen overgegeven tot in eeuwigheid.

Zie, zo zal de mens worden gezegend (Ps.127 : 4) die God zoekt met heel zijn hart en die zijn ziel niet tevergeefs ontvangt.

Hier bij het ontvangen van de heilige Eucharistie verkrijgt hij de grote gunst van de goddelijke vereniging; want hij heeft geen aandacht voor eigen godsvrucht en vertroosting, maar boven alle godsvrucht en vertroosting staat voor hem Gods eer en glorie.

Thomas a Kempis

Over de Navolging van ChristusAbonneren per email (dagelijks van 27/11/2016 tot 16/06/2017 in de sterke tijden)

Boek IV Hoofdstuk 14 Het vurig verlangen van sommige gelovigen naar het Lichaam van Christus

O hoe groot is de zoetheid Heer die Gij bewaard hebt voor wie U vrezen (Ps. 31 : 20).

Als ik denk aan sommige gelovigen die tot uw Sacrament met de grootste godsvrucht en liefde naderen.

Dan ben ik in mijn binnenste verward en beschaamd, dat ik zo lauw en koud nader tot uw altaar en de tafel van de heilige communie.

Dat ik zo dor en zonder gevoeligheid van hart blijf, dat ik voor U, mijn God, niet totaal ontvlamd ben;

En niet zo hevig aangetrokken en ontroerd als vele gelovigen geweest zijn, die uit vurig verlangen naar de communie en voelbare liefde in hun hart hun tranen niet konden bedwingen.

Met de mond, zowel met het hart als met het lichaam, gaven zij hun hevig verlangen te kennen naar U, God, de levende Bron. Zij wisten niet op welke wijze zij anders hun honger moesten matigen of stillen, als zij niet uw Lichaam met alle geestelijke blijdschap en vurige begeerte hadden ontvangen.

O waar en vurig geloof, dat zelf een aannemelijk bewijs wordt van uw heilige tegenwoordigheid.

Zij immers erkennen in waarheid hun Heer bij het breken van het brood (Lc. 24 : 35), van wie het hart zo vurig in hen brandt als Jezus met hen meegaat.

Van die liefde en godsvrucht, van die hevige liefde en vurigheid ben ik ver verwijderd.

Goede, milde, welwillende Jezus, wees mij genadig en geef uw arme bedelaar om tenminste van tijd tot tijd iets van een innige, hartelijke liefde bij de heilige communie te mogen voelen.

Dat daardoor mijn geloof krachtiger wordt, mijn hoop op uw goedheid mag toenemen en de liefde eenmaal volkomen ontbrand bij het ontvangen van het hemels manna, mij nooit meer ontbreekt.

Want uw barmhartigheid is in staat mij ook de gevraagde gunst te verlenen en als de dag van uw welbehagen is gekomen, mij uiterst genadig met de geest van vurigheid te bezoeken.

Want al brand ik niet van zulk een grote begeerte als zo velen die U bijzonder zijn toegewijd, toch heb ik dank zij uw goedheid reeds het verlangen naar dat vurig ontvlamd verlangen.

Ik bid en hoop deel te mogen uitmaken van al die vurige minnaars en gerekend te mogen worden onder hun getal.

Thomas a Kempis

Over de Navolging van ChristusAbonneren per email (dagelijks van 27/11/2016 tot 16/06/2017 in de sterke tijden)

Boek IV Hoofdstuk 13 Met heel haar wezen moet de godvruchtige ziel verlangen naar de vereniging met Christus in het Sacrament

De gelovige: Wie geeft mij, Heer, dat ik U alleen vind (Hoogl. 8 : 1) en U heel mijn hart openleg; en U geniet zoals mijn ziel dat verlangt, en niemand meer op mij neerziet en geen enkel schepsel mij meevoert of op mij let, maar alleen Gij met mij spreekt en ik met U, zoals een beminde tot de beminde gewoon is te spreken en een vriend met zijn vriend maaltijd houdt?

Hierom bid ik, dit verlang ik, dat ik geheel met U word verenigd en mijn hart van het geschapene aftrek en door de heilige communie en veelvuldige eucharistische viering het hemelse en eeuwige leer smaken.

O Heer, mijn God, wanneer zal ik geheel met U verenigd zijn, in U opgaan en mijzelf volkomen vergeten?

Gij in mij en ik in U, geef dat wij samen zo verenigd blijven.

In waarheid, Gij zijt mijn Beminde, uitgekozen uit duizenden, in wie het mijn ziel behaagd heeft te wonen al de dagen van haar leven.

Waarlijk, Gij zijt mijn Vredebrenger, in wie de hoogste vrede en de ware rust, buiten wie last en lijden en eindeloze ellende is.

Gij zijt werkelijk een verborgen God (Jes. 45 : 15) en uw overleg vindt niet plaats met goddelozen, maar Gij spreekt wel met hen die nederig en eenvoudig zijn.

O hoe goed, Heer, is uw geest (Wijsh. 12 : 1), die om uw goedheid tegenover uw kinderen te bewijzen hen met het aller kostbaarst, van de hemel neerdalend brood hebt willen voeden.

Ja, er is geen ander volk zo groot, dat zijn goden zo nabij heeft als Gij, Heer, onze God al uw gelovigen nabij zijt. Tot hun troost iedere dag en om hun hart naar de hemel op te richten, geeft Gij Uzelf aan hen tot spijs en vreugde.

Want welk ander volk is ,zo geëerd als het christenvolk?

Of welk schepsel onder de hemel is zo bemind als de vrome ziel bij wie God binnentreedt, om haar met zijn verheerlijkt Lichaam te voeden?

O onzegbaar voorrecht! O wonderbare tegemoetkoming, o onmetelijke liefde, zeer bijzonder aan de mens bewezen.

Maar wat zal ik de Heer voor deze gunst teruggeven, voor een zo overtreffend liefdebewijs?

Er is niets anders dat ik passender geven kan dan dat ik mijn hart volkomen aan de Heer geef en innig met Hem verenig.

Dan zal heel mijn binnenste jubelen, als mijn ziel volmaakt met God één zal geworden zijn.

Dan zal Hij mij zeggen: als gij met Mij wilt blijven, wil Ik graag bij u zijn. En ik zal Hem antwoorden: Heer, gewaardig U bij mij te blijven: ik wil graag bij U zijn.

Dit is heel mijn verlangen: dat mijn hart verenigd mag zijn met U.

Thomas a Kempis

Over de Navolging van ChristusAbonneren per email (dagelijks van 27/11/2016 tot 16/06/2017 in de sterke tijden)

Ramadanversiering in Borgerhout

*A* doe mee oan de Ramadan

De Turnhoutsebaan in Borgerhout is deze weken getooid met sierlijke banieren die het woord “Ramadan” dragen. Het verraste me wel even. Ik vroeg me af: wie hangt die daar? Ik vermoed dat de stad dat doet, want doorheen het jaar worden aan dezelfde palen banieren opgehangen die publieke evenementen aankondigen, zoals een stoet of een braderij. Het zou ook kunnen dat de lokale middenstand mee kiest welke promotie verschijnt, want zo’n Ramadan mag dan wel vasten inhouden, voor de talrijke islamitische voedingszaken in de Turnhoutsebaan is het een gouden tijd, vermoed ik, met al die iftarmaaltijden.

Read More