Maand: juni 2020

De verworpelingen wonen niet in hun eigen binnenste

2) Vandaar dan ook, dat ze niet of zeer weinig thuis blijven, in hun eigen woning. Met andere woorden ze wonen niet in hun eigen binnenste. En dat is toch de inwendige en eigenlijke woning, door God aan ieder van ons geschonken om er naar Gods voorbeeld te verblijven. Want ook Hij woont steeds in zichzelf. De verworpelingen houden niet van afzondering, van geestelijk leven of van innerlijke godsvrucht. Mensen, die naar verdieping streven, zich uit de wereld terugtrekken en meer werk maken van hun innerlijk dan van hun uitwendig leven, beschouwen ze als bekrompen geesten en wereldvreemde kwezels.

Over de Volmaakte GodsvruchtAbonneren per email (dagelijks van 2/12/2019 tot 28/11/2020)

De verworpelingen vertrouwen op hun eigen kracht en behendigheid in tijdelijke aangelegenheden

De verworpelingen gedragen zich dagelijks op die manier:

1) Ze vertrouwen op hun eigen kracht en behendigheid in tijdelijke aangelegenheden. Ze zijn zeer sterk, handig en schrander voor hun aardse belangen, maar zeer zwak en onwetend als het over hemelse dingen gaat: In terrenis fortes, in coelestibus debiles.

Over de Volmaakte GodsvruchtAbonneren per email (dagelijks van 2/12/2019 tot 28/11/2020)

Esau en de verworpelingen

Alvorens deze zo treffende geschiedenis uit te leggen, wil ik opmerken, dat volgens alle vaders en exegeten Jakob de voorafbeelding is van Jezus Christus en de uitverkorenen, terwijl Esau het is van de verworpelingen. Het is voldoende hun beider daden en gedragingen te bestuderen om hiervan overtuigd te raken.

1) Esau, de oudste, was sterk en fors gebouwd. Hij was een handig boogschutter en een bedreven jager.

2) Hij bleef bijna nooit thuis. Vertrouwend op eigen kracht en behendigheid werkte hij enkel buiten.

3) Hij bekommerde zich weinig om de gunst van zijn moeder Rebekka; hij deed daar niets voor.

4) Hij was zo gulzig en op eten gesteld, dat hij zijn eerstgeboorterecht voor een bord linzen verkocht.

5) Hij was, evenals Kaïn, vol nijd tegen zijn broer Jakob. Hij vervolgde hem tot het uiterste.

Over de Volmaakte GodsvruchtAbonneren per email (dagelijks van 2/12/2019 tot 28/11/2020)

blank

Esau is het type is van degenen, die zowel God als de wereld graag te vriend houden, en hemelse en aardse vreugde tegelijk willen genieten

Esau had zijn eerstgeboorterecht aan Jakob verkocht. Enige jaren later stelde Rebekka, hun beider moeder, dit voordeel voor haar lievelingskind Jakob veilig door middel van een heilige en mysterieuze handigheid. Isaak voelde zich zeer oud worden en wilde, alvorens te sterven, zijn kinderen zegenen. Daarom riep hij Esau bij zich, op wie hij bijzonder gesteld was, en beval hem op jacht te gaan en van het gevangen wild een gerecht te bereiden. Dan zou hij hem daarna zegenen. Onmiddellijk bracht Rebekka Jakob hiervan op de hoogte en gelastte hem twee geitebokjes uit de kudde te halen. Jakob bracht ze bij zijn moeder en Rebekka bereidde daarvan een gerecht, zoals ze wist dat Isaak het graag at. Vervolgens deed ze Jakob Esau’s kleren aan, die ze in bewaring had, en bedekte zijn handen en hals met de huid van de geitebokjes; wanneer de blinde Isaak dan Jakobs stem zou herkennen, zou hij wegens het haar op zijn handen toch menen, dat het zijn zoon Esau was. En inderdaad, Isaak verwonderde zich over die stem; hij dacht: “Dat is de stem van Jakob”. Daarom liet hij hem naderbij komen, betastte het haar van de vellen waarmee Jakobs handen bedekt waren en zei toen: “De stem is weliswaar die van Jakob, maar het zijn toch de handen van Esau”. Na zijn maaltijd omhelsde hij Jakob, rook de geur van zijn welriekende gewaden en zegende hem. Hij wenste hem de dauw toe van de hemel en de vruchtbaarheid van de aarde, stelde hem aan tot heer over al zijn broers en eindigde zijn zegen met deze woorden: “Wie u vervloekt, zij zelf vervloekt, en wie u zegent, worde met zegeningen overladen”. Nauwelijks had Isaak deze woorden uitgesproken, of Esau komt binnen en brengt zijn vader van de jachtbuit te eten, met de bedoeling, dat zijn vader hem zou zegenen. Een onbeschrijfelijke verbijstering greep de heilige patriarch aan, toen het besef van het feit tot hem doordrong. Maar geenszins trok hij zijn woorden terug. Integendeel, hij bevestigde ze nog; te duidelijk zag hij in deze toedracht de vinger van God. De heilige Schrift verhaalt verder, dat Esau toen woeste kreten uitstiet, zijn broer luid schreeuwend van bedrog beschuldigde en zijn vader vroeg of hij dan maar één zegen had. De vaders merken hierbij op, dat Esau in dit opzicht het type is van degenen, die zowel God als de wereld graag te vriend houden, en hemelse en aardse vreugde tegelijk willen genieten. Bewogen door het geween van Esau heeft Isaak hem toen toch maar gezegend, doch enkel met een aardse zegening en hij plaatste hem onder Jakob. Hierdoor groeide er in Esau een haat tegen Jakob, zo venijnig, dat hij enkel nog maar de dood van zijn vader afwachtte om zijn broer te doden. En Jakob zou zeker niet de dood ontlopen zijn, had zijn goede moeder Rebekka hem niet daartegen beschermd door haar vindingrijke zorgen en goede raadgevingen, waaraan Jakob zich ook hield.

Over de Volmaakte GodsvruchtAbonneren per email (dagelijks van 2/12/2019 tot 28/11/2020)

blank

Voorafbeelding van deze Godsvrucht in de Geschiedenis van Rebecca en Jacob

Alle waarheden, die ik tot nu toe over de allerheiligste Maagd, over haar kinderen en dienaren heb uiteengezet, vinden wij op voortreffelijke wijze voorafgebeeld in de heilige Schrift, namelijk waar de heilige Geest ons de geschiedenis van Jakob vertelt, die door de vindingrijke zorgen van Rebekka de zegen van zijn vader Isaak ontving. Hier volgt allereerst de geschiedenis, zoals deze door de heilige Geest wordt verhaald; daarna zal ik ze uitleggen.

Over de Volmaakte GodsvruchtAbonneren per email (dagelijks van 2/12/2019 tot 28/11/2020)