Maand: april 2021

Mondmaskers verboden, handen schudden verplicht!

Erg nauwgezet volg ik het nieuws over de coronamaatregelen niet, maar ik heb wel opgevangen dat de maatregelen kortelings versoepeld zullen worden. Ondertussen lopen de inentingen voort en binnen een maand of twee schat ik dat tenminste de kwetsbare bevolking immuun zal zijn tegen de coronagriep. Het kan dus niet lang meer duren tot de virologen zullen oordelen dat het risico van de coronaziekte voor de bevolking herleid is tot dat van een gewone griep en tot de regering kan afkondigen dat alle maatregelen worden opgeschort en zijn we weer even vrij als in februari 2020. 

Ik hoop het!

Ik geloof het niet… Doemdenkers fluisteren me in het oor dat maatregelen gehandhaafd zullen worden. “Nieuwe varianten van het virus”, “Vaccin sluit besmetting niet uit”, “Het risico is te hoog”, …

“Risico” is het toverwoord dat vrijheid doet wegsmelten als sneeuw voor de zon. De vrijheid om te gaan en te staan waar je wil en met wie je wil, om maar iets te noemen, als u dat nog iets zegt. Al een jaar lang worden we om de oren geslagen met immer stijgende cijfers, grafieken en curves om ons op het risico te wijzen en de maatregelen te verantwoorden. Net zoals ik ervan uitga dat het risico daadwerkelijk groot genoeg was om de maatregelen noodzakelijk te maken en die zonder enige zin voor nuance op te leggen, ga ik er ook van uit dat we binnenkort dalende cijfers, grafieken en curves zullen zien en dat er een bepaald punt zal komen waarop het risico dusdanig beperkt is dat al die maatregelen—even ongenuanceerd—opgeschort kunnen worden.

Ik ben bang dat het zo niet zal lopen. Plots zullen de beleidmakers toch oog krijgen voor nuance en her en der nog risicogroepen- of situaties ontwaren die maatregelen nodig maken, tot de laatste patient van de IC is ontslagen, als het moet. En als de overheid het niet doet, zullen angstige mensen zichzelf (en mekaar) maatregelen blijven opleggen. 

Mensen moeten tegen zichzelf beschermd worden. Dat was het motto van de herhaalde lock-downs. Dat zal ook het motto moeten worden van het herstel!

Als de D-dag is aangebroken waarop het einde van de crisis wordt afgekondigd, zie ik het gebeuren dat her en der, in het onderwijs, in kerken, in bedrijven, in verenigingen, mensen zullen blijven mondkapjes dragen of opereren in bubbels of lessen en vergaderingen organiseren via de computer. Als dat gebeurt, wil dat zeggen dat we ons de onvrijheid hebben eigen gemaakt, en dat is een maatschappelijk risico dat minstens zo groot is als dat van een woedend virus. 

Tegen dat risico zal geen overheid ons beschermen. Er zal moed nodig zijn om vanuit de basis te sensibiliseren voor het opheffen, ja zelfs verbieden, van “middenveldmaatregelen” en om mensen van de illusie te bevrijden dat zij zichzelf en anderen moeten blijven beschermen tegen een ingebeeld gevaar. Een samenleving die elk risico tot nul wil herleiden, is neurotisch. Een samenleving die daarvoor beroep doet op—al dan niet zelfopgelegde—vrijheidsbeperking, is een neurotische dictatuur.

Ik heb alvast de eerste affiche gereed die in scholen, kerken, musea, sportzalen, bedrijven, winkels, horecazaken, ja zelfs in bejaardenhuizen en ziekenhuizen uitgehangen kan worden om elke burger te wijzen op zijn verantwoordelijkheid in een menselijke samenleving:

Mondkapjes verboden, handen schudden verplicht!

Jaloers om sacramenten

Jaloezie om sacramenten, het wordt een trend…

De door mgr. Bonny in de nationale media gepropageerde discussie over zegening (*) van homoseksuele relaties staat niet alleen. Echtgescheidenen willen met hun tweede partner ook iets van het huwelijk. Gehuwde mannen en al dan niet gehuwde vrouwen willen priester kunnen worden. Protestanten en pro-abortuspolitici willen deelnemen aan de communie. Altijd hetzelfde liedje: uitsluiting van een bepaalde groep mensen tot een sacrament. Niemand begrijpt waarom het nodig is dat de Kerk zo moeilijk doet. Sacramenten en zegeningen kosten niks, dus waarom mogen priesters ze niet naar believen uitdelen?

Een echt overtuigend, rationeel antwoord op die vraag is er niet. Daarom vermoed ik dat het met gevoel te maken heeft. Een typisch gevoel dat oprijst in situaties waar de een meer krijgt dan de ander, is jaloezie.

Is een gelovig homostel dat een zegening wil over hun relatie, jaloers op alle gehuwde echtparen? Is een vrouw met een roeping jaloers op alle priesters? Is een protestant jaloers op zijn katholieke vrienden, als hij samen met hen de eucharistie bijwoont? Ik denk dat veel van die mensen, vanuit hun geloof, een positieve motivatie hebben om het sacrament als een gemis te ervaren. Zij voelen jaloezie, ja, maar ze is gegrond in een verlangen, in liefde die niet gericht is op zichzelf, maar op God. Zo’n jaloezie is geen zonde. Pas als de liefde voor het begeerde groter wordt dan de liefde voor God, geeft het moeten ontberen van een sacrament aanleiding tot afgunst en haat tegenover de Kerk. 

Er is nog een andere vorm van jaloezie in het spel. Jaloers zijn kan je ook om iets waarvan je houdt en dat je toebehoort, maar dat bedreigd wordt. Het is een betekenis van het woord jaloezie die we in het Nederlands uitsluitend nog gebruiken als we het over een jaloerse echtgenoot hebben. De Kerk heeft alle reden om ‘jaloers’ te zijn om haar sacramenten. De sacramenten zijn haar dierbaarste bezit, haar toevertrouwd door Christus, haar  meest directe en meest zichtbare toegang tot Goddelijke genade. Ook die jaloezie is gegrond in liefde, voor God.

Dat is natuurlijk nog geen antwoord op de vraag. Als het toch allemaal maar om liefde voor God te doen is, waarom die genadebron van de sacramenten dan niet gewoon wijd open zetten?

Als ik gisterenavond in de H. Mis de lezing van de voetwassing beluisterde, moest ik aan deze discussies denken. Petrus die eerst vurig weigert dat Jezus zijn voeten wast, terechtgewezen wordt, dan vurig wenst dat Jezus maar meteen ook zijn handen en gezicht was, en weer terechtgewezen wordt. Petrus is niet vrij zelf te bepalen hoe en hoeveel genade hij van Jezus ontvangt, hij snapt er eigenlijk niks van, waarom het ene hem wel en het andere hem niet zou toekomen. Petrus is de Kerk. Zij heeft niet vrij te bepalen op welke manier en hoeveel genade zij van Christus ontvangt. 

De Kerk moet matig zijn in haar jaloezie om haar beminde sacramenten en ze niet al te scrupuleus beschermen. Neem bijvoorbeeld Paus Pius X, die een beweging opstartte om het sacrament van de eucharistie minder angstvallig te benaderen en de genade ervan rijkelijker te delen. Hij beschikte over graduele verschuivingen in de bediening, bv. qua leeftijd of frequentie, echter niet over de herdefinitie van het sacrament. Daarover kán de Kerk niet beschikken.

Als we geloven, en dat is eigen aan het katholieke geloof, dat de sacramenten aan de Kerk toevertrouwd zijn door Christus, voor ons heil en in overeenstemming met Gods schepping, dan hoeft het niet in ons op te komen die aan te wenden in de laatste-nieuwe trend van social engineering

Als de liefde voor God de bovenhand houdt op onze eigenliefde, kan de jaloezie niet omslaan in afgunst.

Gods genade beperkt zich geenszins tot de sacramenten. In ons dagelijks leven valt ons meer genade te beurt dan we vermoeden. Maar er is één genade waarvan we altijd verstoken zullen blijven: het mysterie van de sacramenten te doorgronden en ze op eigen kracht in te stellen.


(*) Hoewel er verschillen zijn tussen zegeningen en sacramenten, spreek ik in dit artikel vnl. over sacramenten. Voor beide wordt de bepaling van omstandigheden en voorwaarden van bediening toevertrouwd aan het hoogste kerkelijke gezag. De discussie die mgr. Bonny opstartte ging volgens hem alleen maar over de zegening van een homoseksuele relatie, niet over het sacrament van het huwelijk. Dat is niet wat de gemiddelde Vlaming, inclusief veel gelovigen, uit het debat meeneemt. Voor het gros van mgr. Bonny’s medestanders gaat het ook om het huwelijk. En zij hebben gelijk, want volgens de defininitie maakt een zegening je “door het gebed van de Kerk ontvankelijk voor de genade van de sacramenten”. Het een staat dus niet los van het ander.