Maand: mei 2021

BEWEEG-DICHT (Dies Irae)

Wanneer mijn oudtante haar zolder opruimt, nemen we een oud gebedenboekje mee naar huis. Erin bladerend, valt mijn oog meteen op een Nederlandse vertaling op rijm van het Dies Irae. “Beweeg-dicht” is de titel. Ik vraag me af waar die titel precies vandaam komt.

Visual Portfolio, Posts & Image Gallery for WordPress

Het Dies Irae is sinds het concilie uit de verrijzenisliturgie afgeserveerd. De hoofdauteur van de nieuwe liturgie, mgr. Bugnini, verantwoordt dat als volgt:

They got rid of texts that smacked of a negative spirituality inherited from the Middle Ages. Thus they removed such familiar and even beloved texts as “Libera me, Domine”, “Dies irae”, and others that overemphasized judgment, fear, and despair. These they replaced with texts urging Christian hope and arguably giving more effective expression to faith in the resurrection.

Een flauw argument, vind ik, want het Oordeel heeft de verrijzenis als noodzakelijke voorwaarde. Ik vind het jammer dat de Kerk haar gelovigen zo weinig—om niet te zeggen: niet—aanspoort te bidden voor de overeledenen, wat juist de hoofdidee zou moeten zijn van een begrafenismis. Mgr. Pope vindt dat ook:

Dies Irae (Day of Wrath) as a Hymn of Mercy? Yes!

De moderne Kerk werkt zich liever in bochten om “aansluiting te vinden bij de geest van de tijd” en wat zie je dan: het Dies Irae blijkt precies het kerkelijk gezang dat een paats heeft gevonden in de populaire cultuur, ook die van onze tijd, en is dus herkenbaar voor gelovigen zowel als ongelovigen:

Hier is de Nederlandse tekst uit het gebedenboekje, in hedendaagse spelling gezet, voor zover het rijmschema en metrum dat toelaten:

BEWEEG-DICHT

Dies irae, Dies illa.

Dag van gramschap en van wrake,
Als de wereld gans zal blaeken,
Door het vuur, na Davids stem,
En Sibilla nevens hem.

Ach! wat een schrik zal’t wezen,
Als de Rechter neergezeten
Met een gram en straf gelaat
Zal doorzoeken ’t goed en ’t kwaad.

Het tromet als enen donder
Zal d’inwoners van hier en onder
Dagen voor de Rechterstoel
Met een schrikkelijk gewoel.

De natuur en dood zal beven
Als het schepsel zal herleven
Om voor d’hoogste rechterschaar
Te voldoen in ’t openbaar.

Enen Boek zal daar ook wezen
Aangebracht en voorgelezen
Waarin ’t allemaal zal staan,
En het vonnis uit zal gaan.

Als de Rechter is gezeten,
Zal men alles zien en weten,
Niets tot d’allerminste zaak
Zal daar wezen zonder wraak.

Wat zal ik ellendig zeggen?
Wie zal mijn misdaad weerleggen?
Aangezien uit vreze beeft,
Die rechtvaardig heeft geleefd.

O vervaarlijke Koning,
Die laat komen in uw woning
D’uitverkoren uit gena’
Geef mij, dat ik ook daar ga.

Goede Jezus, wil gedenken,
Dat gij mij uw Bloed kwam schenken
Dat gij leed zo menig slag,
Straf mij niet in die dag.

Gij zocht mij met groot verlangen,
G’heft aan ’t Kruis voor mij gehangen,
Dat’t niet tevergeefs en zij,
’t Geen gij hebt gedaan voor mij.

Strenge Rechter van de wrake,
Eer ik rek’ning met U make,
Eer ik reize naar het graf,
Neem mij al mijn zonden af.

Ik verzucht om mijn misdaden,
En met schaamte overladen,
Om gena’ ik bid en wens,
Spaart toch Heer een zondig mens.

Die vergif’nis hebt gegeven,
Magdaleen, en ’t eeuwig leven
Aan de goede moordenaar,
Doe mij hopen in ’t gevaar.

Mijn gebed en is niet waardig,
Maar gij, Jezus, goet en vaardig,
Neem het aan en scheld mij kwijt,
En van ’t eeuwig vuur bevrijd.

Wil aan mij een plaatse geven,
Met uw schapen naar dit leven.
Scheid mij van de bokkenkant,
En stel mij ter rechterhand.

Als ’t vervloekt gespuis zal wezen
Tot de helse brand verwezen,
Roept mij Heer, op die tijd,
Met die zijn gebenedijd.

‘k Bid ootmoedig en gebogen.
’t Hart gemorzeld, heb meedogen,
Geef, dat ik wel einden mag
In die laatste droeve dag.

’t Zal een dag van tranen wezen
Als de mens zal zijn verrezen,
Als de zondaar op zal staan,
Om naar ’t Oordeel Gods te gaan.

Heb, o Jezus, medelijden,
Stel uw gramschap dan terzijde,
Met de kus van vred’ons kust,
Geef aan d’overleden rust.

Dit is het gregoriaans gezongen Dies Irae, zoals het 800 jaar lang de zielen van overleden katholieken op hun hemelreis begeleidde:

In een pre-conciliair missaal, van iets recentere datum dan bovenvermeld gebedenboek, vond ik nog een andere Nederlandse berijmde vertaling van het Dies Irae, die ik ook maar meegeef. Die lijkt zelfs in het Latijnse rijmschema en metrum te passen!

Dag van gramschap, dag des Heren,
Die heel d’aard in as zal keren,
Zoo ’t Sibyl en David leren.

Wat een schrik zal elk ontwaren,
Als de rechter neer zal varen,
’t Als ten streng verhoor vergaren.

Een bazuinslag, vreemd van tone,
Dreunt er door der doden wone,
Daagt hen allen voor zijn trone.

Dood, natuur, staan stom en beven,
Als het schepsel zal herleven,
Om Hem rekenscahap te geven.

’t Schuldboek wordt er aangedragen,
Dat van alles zal gewagen,
Waarom ’t vonnis wordt geslagen.

Is de Rechter dan gezeten,
Wat er schuilt wordt klaar gemeten:
Niets blijft strafloos of vergeten.

Wat zal ik, rampzal’ge spreken?
Wie mij dan ten voorspraak smeken?
Als rechtvaardigen verbleken.

Gij, die, schrikb’re Glorie-koning,
Zaligt uit gena’betoning,
Heilbron! geef me uw zal’ge woning.

Goede Jezus, wil gedenken,
Dat aan mij Ge u zelf kwaamt schenken;
Wil mij dan ter Hel niet wenken.

Moe zat gij van m’op te sporen;
’t Kruis ook hebt Ge om mij verkoren:
Zoveel werk zij niet verloren.

Rechter der gerechte wrake, 
Ach! dat ik Uw gunstwoord smake,
Eer de dag ter rek’ning nake.

‘k Zucht als een der schuldenaren:
’t Schaamrood op ’t gelaat gevaren:
Wil toch, God! een smeekling sparen.

Die Maria hebt ontheven,
En een moordenaar deed leven,
Mij ook hebt gij hoop gegeven.

Ze is onwaard, wat bede ik slake:
Maar Gij, Goede, Uw liefde make,
Dat ik niet in ’t helvuur blake.

Wil mij bij de schapen leiden,
En mij van de bokken scheiden,
Aan uw rechterplaats bereiden.

Bij ’t verdoemen der verlor’nen,
’t Vuur en prooi van ’t eeuwig toornen:
Roep mij met Uw uitverkor’nen.

‘k Smeek U, diep ter aard gebogen,
’t Hart verbrijzeld voor Uw ogen,
Met mijn eind heb mededogen.

O die dag van jammerklagen,
Die de mens uit ’t stof doet rijzen.
En voor ’t oordeel hem zal dagen,

God, wil hem gena bewijzen.
Goede Jezus, hoor mijn beê,
Geef hun Uwen eeuw’gen vreê.