Maand: juli 2021

Over de ritus van dit Sacrament (uit de Summa)

Hoewel de nasmaak wrang blijft, wordt het tijd de bladzijde met het vermaledijde motu proprio Traditionis Custodes om te slaan. Het heeft me veel beziggehouden. Van al de argumenten die de paus aanhaalt om zijn maatregel te verantwoorden of die publicisten aanhalen om hem te ondersteunen, is er niet een dat hout snijdt. Het draait er uiteindelijk alleen  om een specifieke stroming in de kerk de mond te snoeren en om dat doel te bereiken wordt de liturgie geïnstrumentaliseerd, wat onwelvoeglijk is, volgens Franciscus’ eigen woorden.

Om mijn zinnen te verzetten, heb ik een nieuwe quaestio uit de Summa Theologiae gecorrigeerd en gepubliceerd, “Over de ritus van dit Sacrament”. Thomas van Aquino schreef die in het midden van de 13de eeuw. Het missaal was toen nog niet geuniformiseerd. Dat wil zeggen dat er verschillende streek- of gemeenschapgebonden missaals gebruikt werden. Daarover is online veel informatie te vinden. Inhoeverre die missaals door individuele priesters trouw werden gevolgd, is me niet duidelijk. 

Hoewel volgens de letter het Romeins missaal vandaag voor quasi volledige uniformiteit in de Romeinse kerk staat, is de praktijk vaak anders, en dan heb ik het niet over die paar kerken waar de tridentijnse mis wordt opgedragen. In veel opzichten gaat het er vandaag eigenlijk heel middeleeuws aan toe en in dat opzicht zou men kunnen zeggen dat de paus ‘de tekenen van de tijd’ niet helemaal heeft begrepen.

Sint-Thomas was ook zo’n geestelijke die zelf zijn teksten voor het missaal bijeenschreef, zou je misschien kunnen zeggen. Zo schreef hij de liturgische hymnen O Salutaris, Tantum Ergo (Pange Lingua) en Ecce Panis (Lauda Sion). Weliswaar deed hij dat in opdracht van de paus (Urbanus IV) en mag gezegd worden dat de teksten van zijn hymnes gericht zijn op een diepe beleving van de geloofsmysteries, terwijl hedendaagse mis-schrijvers eerder vage opdrachtgevers hebben en de feel-good-ervaring lijken te beogen, zoals je die in de gemiddelde Libelle of Flair ook kan vinden.

In de tijd van Sint-Thomas (1225-1274) is de orde der Dominicanen nog jong (1216). Initieel gebruiken ze de ritus die lokaal geldig is in de kerk, maar nog tijdens zijn leven komt een eigen, universele Dominicaanse ritus tot stand (omstreeks 1250), grotendeels gebaseerd op de Romeinse ritus. Het is me echter niet duidelijk welke liturgische teksten Sint-Thomas zelf gebruikt heeft. In de teksten van de Summa die ik doornam, vind ik geen verwijzingen naar het gebruik van verschillende ritussen. Blijkbaar maakte hij daar niet zo’n zaak van.

Terug naar de quaestio over de liturgie in Sint-Thomas’ Summa. Ik las in een artikel over het boek “Thomas Aquinas and the liturgy” het volgende:

Aquinas would place the authority of the liturgy above that of the Fathers of the Church. […] The liturgy […] is the very practice and expression of the Church herself. You might say that this is the Church in her own voice. The liturgy then is an authoritative source by which to measure the truth of theological principles.

Dit is het principe van lex orandi, lex credendi. De vraag in onze tijd is onze lex orandi nog steeds de uiting van de Kerk zelf is. Zeker, het Tweede Vaticaans Concilie heeft, geïnspireerd door de Heilige Geest, een zekere hervorming gewild, maar is diezelfde Heilige Geest ook in mgr. Bugnini gevaren toen die het nieuwe missaal redigeerde? Sint-Thomas had die vraag ongetwijfeld met rationele zekerheid kunnen beantwoorden.

De vragen die Sint-Thomas in de Summa over de liturgie beantwoordt, gaan vooral over het hoogtepunt van de H. Mis, de consecratie, en de voorwerpen,  woorden en handelingen die daarbij gebruikt worden. Voor een uiteenzetting over de verschillende onderdelen van de H. Mis en hun betekenis kan je terecht in artikel 4.

Hij heeft voor alles een uitleg, die Sint-Thomas. Als je zijn quaestio doorneemt, ontdek je een oneindige rijkdom aan symbolieken, waarvan we er vandaag veel niet meer herkennen, omdat ze niet meer in onze liturgie zitten. Andere gelukkig wel nog.

Zo legt hij uit dat er op Kerstmis drie verschillende missen zijn (nog steeds!), om de drievoudige geboorte van Christus te verbeelden: de eeuwige, de geestelijke en de lichamelijke. Hij legt uit waarom de priester sommige delen in stilte bidt of luidop, omdat het deel betrekking heeft op het handelen van de priester alleen, of van de hele gemeenschap, of omdat tijdens Christus’ lijden de leerlingen alleen maar in stilte Christus beleden. Hij legt uit dat de priester zich zevenmaal tot de gelovigen richt, om de zeven gaven van de Heilige Geest te beduiden.

Andere verklaring zijn dan weer van praktische aard, bijvoorbeeld waarom liturgisch vaatwerk niet van steen of glas mag zijn, dat is omdat het eerste niet hygiënisch is en het tweede breekbaar. 

Als hij de gebaren verklaart die de priester maakt, met name de talrijke kruistekens, lijkt het er sterk op dat Sint-Thomas een potje hineininterpretierung speelt (ik gun de lezer een lang citaat):

Bij de Mis maakt de priester kruistekens om het lijden van Christus uit te drukken, dat op het Kruis werd voleindigd. Maar het lijden van Christus heeft trapsgewijze plaats gehad. Vooreerst werd Christus overgeleverd door God, door Judas en door de Joden. Dit wordt weergegeven door het driemaal bekruisen bij de woorden: « Deze gave, deze geschenken, deze heilige en onbevlekte Offers ». Vervolgens werd Christus verkocht, en wel door de priesters, schriftgeleerden en farizeeën. Om dat aan te duiden worden er een andere maal drie kruistekens gemaakt bij de woorden « gezegend, opgeschreven, wettig ». — Dit kan ook aanduiden de prijs van de verkoop, nl. dertig zilverlingen. — Er worden nog twee kruistekens aan toegevoegd bij de woorden: « Opdat het voor ons het Lichaam en Bloed » enz., om aan te geven de persoon van Judas, die verkocht en van Christus, die verkocht werd. Ten derde was er een voorafbeelding van het lijden van Christus in het Laatste Avondmaal. Om dit aan te geven worden er voor de derde maal twee kruistekens gemaakt, een bij de consecratie van het Lichaam en een ander bij de consecratie van het Bloed, wanneer bij elk gezegd wordt: « Hij zegende het ». Op de vierde plaats was er het lijden van Christus zelf. Daarom heeft er voor de vierde maal een bekruising en wel een vijfvoudige plaats, om de vijf wonden aan te duiden, bij de woorden: « Een zuiver Offer, een heilig Offer, een vlekkeloos Offer, het heilig Brood van het eeuwig leven en de kelk van het altijddurend heil ». Ten vijfde wordt uitgebeeld, dat het Lichaam werd uitgerekt en het Bloed vloeide, en het lijden vruchtbaar was, door drie kruistekens bij de woorden: « Wij die het Lichaam en Bloed nuttigen van allen zegen » enz. Ten zesde wordt in herinnering gebracht het drievoudige gebed, dat Christus op het Kruis bad, nl. een gebed voor de vervolgers, toen Hij sprak: « Vader, vergeef het hun »; een ander voor bevrijding van de dood, toen Hij uitriep: « God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten? »; het derde behoort bij het verwerven van de glorie, toen Hij zei: « Vader, in Uw handen beveel Ik Mijn geest ». Daarvoor de drie kruistekens bij de woorden: « Gij heiligt, maakt levend en zegent ». Ten zevende worden de drie uren uitgebeeld, gedurende welke Hij op het Kruis hing, nl. van het zesde tot het negende uur. Daarvoor weer drie kruistekens bij de woorden: « Door Hem, en met Hem en in Hem ». Ten achtste wordt de scheiding van Ziel en Lichaam uitgebeeld door de twee kruistekens die onmiddellijk daarna buiten de kelk gemaakt worden. Ten negende wordt de verrijzenis op de derde dag uitgebeeld door de drie kruistekens, die gemaakt worden bij de woorden: « De vrede des Heren zij altijd met u ». Men kan het ook korter zeggen. De consecratie van dit Sacrament en het aannemen van dit Offer en zijn vruchten hangen af van de kracht van Christus’ Kruis. Daarom maakt de priester overal, waar melding gemaakt wordt van een van deze drie zaken, een kruisteken. 

Het is een hele boekhouding en vereist zelfs wat rekenkunde en voor een priester moet het een hele opgave geweest zijn dit tot een goed einde te brengen! Veel van die handelingen werden vereenvoudigd, ik vermoed zelfs al lang voor de hervorming na Vaticanum II, en hoewel dat vaak terecht was, moet er toch telkens rekening mee gehouden worden dat zo’n vereenvoudiging ook een stuk symboliek wegmaait, wat jammer is, zelfs al hielden we enkel een hineininterpretierte verklaring over.

Ik betwijfel of Sint-Thomas vanuit de logica die hij hanteert zou openstaan voor een liturgiehervorming zoals die na Vaticanum II. In zijn antwoorden op de bedenkingen legt hij vaak goede theologische argumenten op tafel, met verwijzingen naar het Evangelie, naar kerkvaders of gewoon met logische afleidingen, maar even vaak gebruikt hij gezagsargumenten en verwijst hij naar pauselijke decreten om vragen te beantwoorden. Hoewel de Summa is opgebouwd als een tweespraak met kritische opmerkingen waarop antwoorden worden geformuleerd, lijkt het me hem, toch wat betreft de liturgie, er niet om te doen om het ontwerp van de liturgie te verantwoorden. De traditie is aan de Kerk gegeven, niet door de Kerk gemaakt, en als gelovige maakt hij daarvan tijdloos deel uit. Dat men 7 eeuwen na zijn dood de liturgie helemaal zou herschrijven, is een idee dat in hem zelfs niet eens zou opkomen, denk ik. Tenzij de paus hem ertoe opdracht zou geven?

Het doemscenario van paus Franciscus, concilii custos

Groot als mijn ontsteltenis was bij het vernemen van het motu proprio Traditionis Custodes, heb ik heel wat rondgelezen. In dit motu proprio legt paus Franciscus op ongemeen harde wijze de vrijheid aan banden om de H. Mis op te dragen volgens “het Romeins Missaal uitgevaardigd door de Heilige Johannes XXIII in 1962” (want samen met de vrijheid, wordt ook de benaming “buitengewone ritus”, die paus Benedictus lanceerde, afgeserveerd). In mijn ‘likes’ op Twitter heb ik alles wat ik las verzameld:

(wie dit later leest, probeer terug te scrollen tot de dagen na 16 juli 2021 om de relevante artikels te vinden)

Er gaan vooral kritische stemmen op, met mijns inziens heel wat redelijke opmerkingen. Men heeft het over  de theologische onderbouw van het motu proprio. Men wijst erop hoe dit motu proprio dwars staat op de grote doelstellingen die de paus zelf voor zijn pontificaat vooropstelt:  decentralisatie in het bestuur van de kerk, aandacht voor de sensus fidei, pastoraal boven doctrine stellen en openheid voor diversiteit in beleving van het geloof. Of men is gewoon boos als reactie op de veroordelende en onbarmartige taal die hij hanteert.

De paus heeft natuurlijk ook zijn trouwe supporters (op sociale media vallen zoals gewoonlijk de sj-accounts op), maar ik leid uit de relatieve stilte van die zijde af, dat ook velen van hen koud gepakt zijn door de radicaliteit van de maatregelen, of dat ze stilletjes in hun handen aan het wrijven zijn, dat kan ook. Ik heb enkele meer uitgebreide artikels gevonden die paus Franciscus in zijn beslissing ondersteunen. Ik som ze hier even op, want ze zijn moeilijker te vinden:

On the Latin Mass, Pope Francis pulls off the Band-Aid

Reflections on the Motu Proprio Traditionis Custodes, for the good of the Universal Church

Francis & the Traditionalists

Traditionis Custodes: The Council and the Roman Rite

Eén stap terug, twee vooruit? Waarom het nieuwe motu proprio van de paus géén breuk met de traditie is

Making sense of Pope Francis’ new restrictions on the Latin Mass

Zij wijzen de richting naar wat de paus heeft bewogen, wat hijzelf in de begeleidende brief bij het motu proprio aanhaalt als volgt: 

But I am nonetheless saddened that the instrumental use of Missale Romanum of 1962 is often characterized by a rejection not only of the liturgical reform, but of the Vatican Council II itself, claiming, with unfounded and unsustainable assertions, that it betrayed the Tradition and the “true Church”.

Paus Francisus, begeleidende brief bij Traditionis Custodes

Alles draait uiteindelijk om de aanvaarding van de leerstellingen van Vaticanum II. Het niets ontziende geweld van het motu proprio is er uitsluitend op gericht, het concilie veilig te stellen. 

Aan het motu proprio ging een bevraging van de bisschoppen vooraf, die in volle ‘parrhesia’ (παρρησία, vrijmoedigheid) over de implementatie van paus Benedictus’ motu proprio Summorum Pontificum mochten rapporteren. Wat zij rapporteerden, komen we niet te weten (*), maar af te leiden uit de gevolgtrekking, zijn dat twee zaken.

Ten eerste, en dat haalt de paus dan ook aan bovenstaand citaat, bestaat er in de traditionele gemeenschappen een stroming die zich afkeert van het tweede Vaticaans Concilie en niet uitsluitend wat betreft de vorm van de liturgie. Deze stroming is niet alleen mondig op hun eigen websites en op sociale media, maar ongetwijfeld hebben vele bisschoppen er ook al persoonlijk mee te maken gehad en daarom kunnen ze die gelovigen eigenlijk missen als kiespijn. Bisschoppen krijgen echter veel op hun brood en worden geacht problemen in hun al dan niet traditionele parochies met onderscheiding zelf op te lossen, dus op zich zou dat geen probleem voor de wereldkerk  mogen zijn, mocht uit de rapportering geen tweede punt naar voren zijn gekomen.

De maatregelen van het motu proprio willen overduidelijk een uitdoofscenario inzetten: verbod op het oprichten van nieuwe gemeenschappen, verbod in seminaries, verbod op inkapseling in ‘gewone’ parochies. Het tweede element dat, naar ik vermoed, de bisschoppen bijgevolg rapporteerden, is het grote succes van de traditionele gemeenschappen. 

Voor de paus moet het letterlijk ‘kiezen of delen’ geweest zijn. Als hij nu niet de stap zet om die traditionele stroming binnen de kerk in de kiem te smoren, die zichzelf nog niet georganiseerd heeft, heel versnipperd is en als belangrijkste woordvoerders enkele kaltgestellte kardinalen en uitgerangeerde prelaten heeft, zal het morgen misschien te laat zijn, want dan dreigt ze een werkelijke machtsfactor te worden, al is het maar door getalsterkte, en dan gaat het niet meer alleen over de vorm van de mis, maar over veel meer! Lex orandi, lex credendi, weet u wel. Dat kan de paus, als traditionis [lees: concilii] custos niet riskeren… 

Om dat doemscenario te vermijden, werden draconische maatregelen gerechtvaardigd geacht in Rome, zonder rekening te moeten houden met de collateral damage onder oprecht diep-gelovige (en jonge) katholieken die toevallig een grote liefde hebben voor de tridentijnse liturgie.

Goed, ik kan, vanuit het strategische oogpunt dat de Kerk de komende eeuwen op de koers moet blijven die uitgezet is door (en na) het concilie, begrijpen dat dit gebeurt. Als we lezen over de geschiedenis van de kerk, roemen we pausen die ingrijpende beslissingen hebben genomen, maar zelden of nooit vernemen we van het verdriet dat oprecht diep-gelovige katholieken uit de betreffende periode gevoeld hebben bij de uitvoering ervan. Ook ons verdriet over het motu proprio zal de annalen niet halen, vrees ik.

Toch is er verdriet. Gisterenavond moest ik het weer aan den lijve ondervinden, een eucharistie bijwonende in een West-Vlaamse parochie, waar geen enkele (!) tekst in de mis uit het missaal kwam. Gebeden, credo, sanctus, angus dei, dankgebed, het waren allemaal alternatieve teksten, uitblinkend in meligheid en nietszeggendheid. Dat doet mij verdriet. De paus schrijft erover in zijn begeleidende brief:

At the same time, I ask you to be vigilant in ensuring that every liturgy be celebrated with decorum and fidelity to the liturgical books promulgated after Vatican Council II, without the eccentricities that can easily degenerate into abuses. Seminarians and new priests should be formed in the faithful observance of the prescriptions of the Missal and liturgical books, in which is reflected the liturgical reform willed by Vatican Council II.

Paus Francisus, begeleidende brief bij Traditionis Custodes

De tridentijnse missen in Vlaanderen zijn op een hand te tellen, maar de parochies waar het missaal, dat nu als enige emanatie van de Romeinse ritus moet gelden, wekelijks verkracht wordt, zijn niet te tellen. Voor onze bisschoppen zal de kous snel af zijn. Misschien moeten ze hier of daar (in Antwerpen bijvoorbeeld) de tridentijnse mis verbannen uit een parochiekerk, om de nieuwe regels strikt te volgen. Seminaries uitzuiveren van traditionalistische kandidaat-priesters zal een snelle oefening zijn. En dan die vermelding in de brief van de paus over de getrouwe navolging van de voorschriften van het missaal? Afgaande op de gemiddelde leeftijd van de gelovigen in die West-Vlaamse sine-ordo-mis, denk ik dat dit probleem zichzelf zal oplossen, want die parochie zit duidelijk in een natuurlijk uitdoofscenario: je zag er bijna uitsluitend mensen uit de generatie van onze paus…


(*) Op RK Documenten weet men blijkbaar toch iets over de uitslag van de vragenlijst: “Op basis van een vragenlijst uit 2020 aan alle Bisschoppen over de implementatie van het Motu Proprio van Benedictus XVI, waarop door naar schatting 30% van de Bisschoppen gereageerd hebben en daarvan een meerderheid “neutraal of instemmend” waren over de uitwerking komt Paus Franciscus zelf tot een negatief oordeel.” …dat roept alleen maar meer vragen op.