Categorie: Blog

Zoiets aberrants als een “priester”

Tot voor enkele dagen heette het nog dat de Amazonesynode niet gaat over getrouwde priesters. Dat rookgordijn is bij de openingszitting snel opgelost. Voor zowel voor- als tegenstanders van het verplichte celibaat, is het het resultaat van de synode een uitgemaakte zaak. Er zal een exhortatie komen met een opening voor gehuwde priesters in het amazonegebied. Vroeg of laat zullen westerse kerkprovincies volgen. Het kan gerust nog vijf jaar, of tien jaar, of langer duren voor het bij ons zo ver is. Of het zal misschien veel sneller gaan, in Duitsland bijvoorbeeld, als ze het slim aanpakken—lees: als ze, zoals de rest van de bisschoppen wereldwijd, netjes hun mond houden.

Als de Duitse bisschoppen een eigen synode wilden houden om ongeveer hetzelfde programma te verwezenlijken, worden ze vriendelijk op de vingers getikt door Rome. Het initiatief ligt immers bij de heilige Vader. De Duitsers zullen nog even geduld moeten oefenen, maar ze zullen sneller hun zin krijgen als ze zicht niet verbranden in een al te overmoedig eigen initiatief, zoals de Nederlanders ervaarden op hun pastoraal concilie in Noordwijkerhout omstreek 1970, wat de “vooruitgang” een drastische halt heeft toegeroepen. Het past niet voor je beurt te spreken.

“Paus maant conservatieven tot verandering tijdens opening Amazonesynode” las ik in de koppen, en enkele dagen voordien “Pope makes 13 new cardinals, says ‘disloyal’ clerics lack love”. In de kantlijn, tijdens diezelfde kardinaalscreatie, werd genoteerd dat “de nieuwe kardinalen op bezoek [gingen] bij emeritus-paus Benedictus XVI. Hij groette hen en wees hen op de “waarde van trouw aan de paus””. Genoeg spinning om al wie kritiek uit, weg te zetten als conservatief (wat intussen een lelijk woord is geworden in kerkelijke kringen, van hetzelfde gehalte als het woord “n*ger”), onbarmhartig (een goedkope passe-partout), rigide (de persoonlijke favoriet van Paus Franciscus) en disloyaal (ik herinner me, nog niet zo lang geleden, hoe je scheef bekeken werd als je pleitte voor loyauteit jegens het kerkgezag). 

Het schip heeft vaart, de zeilen staan in de wind, en de stuurman zet de koers uit, met de Heilige Geest als kompas en de onderscheiding als sextant. 

Vergeef me mijn cynisme, maar ik vind het wel een aandoenlijk verschijnsel, zo’n synode. Het proces dat wordt toegepast is erg vatbaar voor voluntarisme, zoals op de vorige synodes mocht blijken. De Heilige Geest lijkt soms heel prozaisch te werk te gaan en de onderscheiding voltrekt zich vooral achter de schrijftafels waar de reeks van synthese-, werk- en slotdocumenten wordt geredigeerd.

Er zijn waarschijnlijk goede redenen om het debat te voeren en de ernst van de situatie van het amazonegebied ken ik niet, tenzij door het boek dat ik toevallig net aan het lezen ben: “Honderd Jaren Eenzaamheid”, van Gabriel García Márquez, dat op literaire wijze een verhelderend perspectief schept over de heimat van onze Paus. 

Bekeken vanuit Westers perspectief, zie ik slechts één belangrijke oorzaak van het priestertekort: een tekort aan doorleefd geloof. Geloof in de Sacramenten, gevoel voor sacraliteit, uiting van het geloof in de liturgie, het ligt er allemaal belabberd bij. Dat zijn precies de dingen waar je nog een priester voor nodig hebt. Het zijn echter niet de dingen waarvan ik het gevoel heb dat de de meest rabiate tegenstanders van het verplichte celibaat wakker liggen. Voor velen zal de versoepeling slechts een eerste opstapje zijn, één van de hokjes die ze zullen kunnen afvinken in het lijstje, om meteen het volgende punt orde van de dag te maken, want het lijstje bevat ook vrouwelijke priesters, homohuwelijk, echtscheiding en dies meer. Werk genoeg op de plank! De westerse kerk ligt niet te smachten om bediening van de sacramenten in verlaten gebieden. Zij voert een strijd met zichzelf over de vraag of haar rol meer is, dan die van een gemiddelde sociaal-ecologische NGO, want in dat soort organisaties zit eigenlijk niemand te wachten op zoiets aberrants als een “priester”. 

In onze parochie is één van de priesters gehuwd. Hij is priester voor de Grieks-katholieke kerk en bedient een eigen gemeenschap, maar regelmatig draagt hij ook de mis op volgens de latijnse ritus. Dat hij gehuwd is, heb ik nog niet ervaren als iets dat afdoet aan zijn priesterschap. Ik kan dus niet zeggen dat ik principieel tegenstander ben van gehuwde priesters. Ik huiver wel wanneer alles er de schijn van heeft dat de Heilige Geest op sleeptouw wordt genomen voor de realisatie van een ideologisch programma en wanneer het debat dat aan de onderscheiding vooraf dient te gaan, meer afhangt van personen en hun politieke positie in de Kerk dan van het zieleheil van de gelovigen en de overlevering van het geloof.

Aanbidding, biechtgelegenheid en Tridentijnse missen

Ergens terug in 2014 kwam ik op het idee om een website te maken waar je gemakkelijk zou kunnen opzoeken waar en wanneer je naar de mis kan gaan. Die data zijn allemaal beschikbaar op de regionale pagina’s van Kerk en Leven, maar niet publiek toegankelijk. Zelfs abonnees moeten het stellen met de papieren versie, die zich beperkt tot de kerken vlak in de buurt. 

Die website werd MapTiming. Het is een generiek platform waar je plaats, datum en tijd van (weerkerende) events kan invoeren en visualiseren op een landkaart. Toendertijd was er nog de oude website van Kerknet, die de uren van de normale zondagsmissen publiceerde voor gans Vlaanderen. Die heb ik vlak voor het verdwijnen van de oude website geplunderd en op MapTiming gezet. Intussen zijn die data hopeloos verouderd. Actuele gegevens komen met mondjesmaat beschikbaar op de nieuwe website van Kerknet (en zijn niet half zo overzichtelijk ;-).

MapTiming was oorspronkelijk gebaseerd op Google Fusion Tables, een soort van database waarmee je gemakkelijk visualisatie op een landkaart kon aanbieden. Google heeft besloten de stekker uit dat project te trekken. De voorbije maanden is de back-end van MapTiming herwerkt om gebruik te maken van Google Datastore

De data van de zondagsmissen van het oude Kerknet zijn niet mee gemigreerd. MapTiming concentreert zich nu op drie katholieke niches:

Aanbidding: https://adoremus.maptiming.com/50.845514,4.358497,9z,782px/all

Adoremus – eucharistische aanbidding in Vlaanderen

Biechtgelegenheid: https://naar-de-mis.maptiming.com/51.715703,4.627662,8z,782px/all/biecht

Biechtgelegenheid in Vlaanderen en Nederland

Tridentijnse missen: https://naar-de-mis.maptiming.com/51.113546,4.152503,9z,782px/all/eucharistie

Tridentijnse missen (“buitengewone ritus”) in Vlaanderen

Heb je nieuwe gegevens voor deze kaarten, moeten er aanpassingen gebeuren of wil je zelf een heel nieuwe kaart aanmaken en onderhouden, contacteer info@maptiming.com ! Experimenteren met MapTiming kan je op de testkaart test.maptiming.com.

De Tien Geboden zitten goed ineen

God heeft zich veel moeite getroost de Tien Geboden aan zijn volk te bezorgen. Hij heeft zelfs een ‘tweede druk’ nodig gehad, nadat Mozes in een vlaag van ‘colère’ de eerste had vernietigd. Tien is niet veel om een leefregel op te maken. De Tien zijn dan ook maar de geboden van de stenen tafels. Exodus legt nog 613 bijkomende geboden op, die de Joden zelf op schrift moesten stellen. Joden volgen die nog steeds, maar voor Christenen hebben ze afgedaan. De Tien niet, die leven nog voort in de christelijke traditie, zij het met uiteenlopende nummeringen.

Als je de Tien Geboden leest, lijken ze op het eerste zich niet erg samenhangend. De eerste drie gaan over de relatie met God en de andere zeven over de relatie met onze medemens. Da’s al een beetje structuur. Die zeven vertonen enkele merkwaardigheden. Het vijfde gebod luidt “gij zult niet doden“. Dat moet dan wel het voornaamste gebod zijn, zou je denken, maar waarom wordt het dan voorafgegaan door het gebod vader en moeder te eren? Of is dat laatste de ‘overgang’ van de geboden tegenover God naar de geboden tegenover de medemens? En dan zijn er de gekoppelde geboden: het zesde en het negende, en het zevende en het tiende, die telkens zeggen dat je iets niet mag doen, om vervolgens te herhalen dat je het ook niet mag denken

Die laatste twee geboden, daar wil ik een kleine bedenking  over maken. Ze gaan over het innerlijke leven van de mens, over de geest. Aan deze geboden kan je zien dat de tien geboden geen wetten zijn uit een juridisch systeem, dat  immers niet strafbaar kan stellen wat je denkt, ook al lijkt 1984 vaak heel dicht bij, maar dat het om een spirituele instructie gaat. 

Deze twee geboden komen helemaal aan het einde. Je zou geneigd zijn te denken dat het daarom de minst belangrijke zijn. Dat lijkt me onwaarschijnlijk, want het zijn juist de moeilijkste van de tien! Volg jij de tien geboden? Niet doden: vanzelfspekend! Ook niet stelen is een gemakkelijk gebod, dat kunnen de meesten met gemak afvinken, maar nooit iets begeren dat een ander toebehoort… wie kan in eer en geweten verklaren dat hem dat nooit overkomt? En idem dito met het zesde en het negende. 

De laatste geboden vormen de root cause van de eerdere. Elke zonde “in doen en laten” wordt voorafgegaan door een zonde in “woord en gedachte”, zoals het Confiteor dat zo treffend uitdrukt. Algemene wijsheid leert dat problemen moeten aangepakt worden bij de wortel. Dat maakt deze laatste geboden eigenlijk de meest belangrijke!

Jezus voert ons nog een stap verder, wanneer hij spreekt van “het grootste gebod“. Hij condenseert bovenstaand schema door de “liefde voor de naaste als voor jezelf”, wat een uitdrukking is van de laatste reeks geboden, terug te voeren tot de “liefde voor God”, het eerste gebod. Zijn stelling is duidelijk: de root cause, het fundament zeg maar, van elke ethische gedragscode is de liefde voor God. 

Christenen zouden het woord ‘symbool’ in de ban moeten doen

Van de meeste artikels in de krant of op sociale media lees ik alleen de titel en ik heb niet het gevoel dat ik veel mis. Redacties houden daar niet van en publiceren artikels met sensationele titels die de boodschap van het artikel vertekenen. Dat heet clickbait (klikaas) en daar trap ik soms in. 

Jesuit superior general: Satan is a ‘symbolic reality’ is een goed voorbeeld. Het artikel is opgebouwd rond een uitspraak die de jezuietenoverste deed tijdens een of ander panelgesprek: “Symbols are part of reality, and the devil exists as a symbolic reality, not as a personal reality”, wat dan in strijd zou zijn met artikel 391 van de Catechismus. De vraag is alleen: wat bedoelde Sosa met het woord “symbolisch”?

Die titel had mijn aandacht niet getrokken, als er eerder deze week niet wat heisa was rond een enquete waarin 69% van de ondervraagde Amerikaanse katholieken vinden dat “during Catholic Mass, the bread and wine used in Communion “are symbols of the body and blood of Jesus Christ.” en niet “actually become the body and blood of Jesus.” Ook deze mening is in strijd met meerdere artikels uit de Catechismus. Opnieuw echter: wat verstaan we onder “symbolen”?

Ik had me de vraag niet gesteld, tot ik het artikel van Hendro Munsterman las over de complexiteit van de begrippen “symbool” en “transsubstantiatie”. We noemen iets “symbolisch”, als we willen benadrukken dat het eigenlijk niet echt is, een leeg omhulsel. Munsterman leert dat in de theologie het begrip “symbool” een veel krachtiger definitie heeft: het zijn “dingen, plaatsen, gebeurtenissen of personen die een aanwezigheid en een besef van een andere werkelijkheid bemiddelen”. Meer nog: naar de geloofsbelijdenis (credo) wordt in het Latijn (en Grieks) verwezen als “symbolum fidei”, voorwaar geen hol begrip! Met het woord “transsubstantiatie” is het net andersom. De theologie ontleende dit begrip aan de klassieke filosofie, waar de “substantie” het niet-materiele “wezen” van het object aanduidt, terwijl wij onder “substantie” juist het tastbare en zichtbare verstaan. 

Van Sosa sj wil ik aannemen dat hij over de duivel sprak in theologische begrippen en dat zijn “symbolische realiteit” helemaal niet het bestaan van de duivel wil ontkennen, zoals de clickbait in de titel van het artikel suggereert, zelfs integendeel! 

Ondanks Munstermans nobele poging de angel uit het debat te halen, betwijfel ik echter ten stelligste dat Amerikaanse gelovigen in theologische begrippen op enquetes antwoorden. Voor 69% van hen, ben ik bang, is de eucharistie wel degelijk een “symbool” zoals wij dat vandaag verstaan, net als een vlag een symbool is, of een standbeeld, of een typisch gebaar. Dingen dus die louter een gevoelswaarde hebben maar voor de rest in niets verschillen van een lapje stof, een gebeiteld stuk steen, een willekeurige beweging of, in dit geval, een brood van bij de bakker, zelfs al geef je de helft ervan aan een bedelaar op straat. 

Dat is dus helemaal niet wat de Kerk over de eucharistie leert. 

Het was lang geleden dat ik er nog over geschreven had, maar dit raakt een van de belangrijkste thema’s van mijn blog: de rol van “verbeelding” in het geloof. De betekenisverschuivingen van de woorden “substantie” en “symbool” toont hoe onze belevingswereld zich vernauwt tot het materiele, terwijl in geloof juist het immateriele centraal staat. Dat is de reden waarom we het zo moeilijk hebben met geloven!

Net zoals Jos Moons sj het woord “genderideologie” hinderlijk vindt in het debat over seksuele geaardheid, zo begin ik het woord “symbool” hinderlijk te vinden in discussies over geloof. Geloof zit boordevol symboliek (net zoals het genderdebat vol ideologie zit), maar door het woord te gebruiken, wek je meteen de indruk dat je de zaak in kwestie eigenlijk niet ernstig neemt.

Om je geloof te verdiepen en te versterken, helpt het nochtans de herkenbare, gecanoniseerde beeldtaal van het geloof actief te gebruiken in je gebed en als je met anderen over geloof spreekt. Dan spreek je niet alleen over God (die we “Vader” mogen noemen) en over Jezus, maar ook over je engelbewaarder en over de duivel, als personen, net op dezelfde manier als over iemand die je op het werk of op straat ontmoet hebt. Dan benader je de heilige Eucharistie als het werkelijke, fysieke lichaam en bloed van Jezus, met alle egards die de ‘lijfelijke’ menselijke persoon van God toekomen. Dan koester je elke genade als een duur cadeau dat je van je beste vriend hebt gekregen. Dan voel je met ziel en lichaam de werkzaamheid van de sacramenten. Dan lees je het Evangelie als een eerlijk verslag van wonderlijke gebeurtenissen die je Verlossing betekenen, maar waarmee je evenveel moeite hebt om ze te begrijpen, als de evangelisten die ze voor je neergeschreven hebben. Dan is je geloof een echt deel van je leven, net zoals naar school of naar het werk gaan of uitgaan met vrienden.

Als je die taal niet gewoon bent, zal het in het begin een beetje voelen als ‘doen alsof’, maar gaandeweg zal je merken dat de ‘substantiele’ geloofswaarheden, die in die taal ‘symbolisch’ belichaamd worden, concreter en werkzamer worden. Zo werkt verbeelding. Onze moeder de Heilige Kerk heeft in haar eeuwige Traditie voorzien in een rationele, theologische onderbouw. Als je je ook die eigen maakt, is het geen ‘doen alsof’ meer, dan aanschouw je een schat aan van nauwelijks versluierde Hemelse werkelijkheid, hier op aarde, onder je eigen neus. Het woord “symbool” heb je dan niet meer nodig in je vocabulaire (en de zoetsappig hertaalde losbladige missaaltjes, die mogen naar de papierrecyclage).

Verdeeldheid

“Meent gij, dat Ik op aarde vrede ben komen brengen? Neen, zeg Ik u, juist verdeeldheid.”

Dat was Jezus aan het woord…

Jezus is de vredevorst, Hij moet dit gezegd hebben met een bijbedoeling! De verdeeldheid waarnaar Hij verwijst, moet op een of andere manier deel uitmaken van zijn plan voor vrede. De verdeeldheid die Hij brengt moet een nare, doch onvermijdelijke bijwerking zijn, een beproeving die een gevolg is van de tegenreactie van onze menselijke natuur op de blijde boodschap van het Koninkrijk. En Jezus wil ons waarschuwen.

Het is een beetje te gemakkelijk die verdeeldheid te situeren tussen diegenen die Christus volgen enerzijds en diegenen die Christus niet volgen anderzijds. Jezus situeert de verdeeldheid veel inniger. Tussen een vader en een zoon, tussen een dochter en haar moeder. 

Ik denk dat Hij het over de verdeeldheid moet hebben gehad, die een christen ervaart in zijn levenslange proces van bekering. Jezus vraagt zijn volgelingen radikale keuzes te maken, gedreven door het “vuur” van de liefde. De catechismus definieert de liefde als “de goddelijke deugd waardoor wij God boven alles beminnen, en onze naaste als onszelf uit liefde tot God.”  

De definitie geeft een verstild beeld van de volmaakte deugd, maar het vuur is een oncontroleerbare kracht. Zolang de deugd niet volmaakt is, woedt het vuur. Het verbindt en het scheidt, net als het chemische proces dat we ook vuur noemen.

Verdeeldheid is niet goed, maar verdeeldheid kan wel het teken zijn dat er iets goeds aan het gebeuren is. Eens we dat doorzien, komt er vrede.