Categorie: Blog

Alledaags Geloven, een verfrissende gebedspraktijk

De android-app Alledaags Geloven is aangevuld met enkele nieuwe kaarten. Een verfrissende gebedspraktijk bestaat erin dagelijks de app te openen en een willekeurige kaart te trekken. Elke kaart verwijst naar een website waar je een korte tekst, een filmpje of een andere bron voor bezinning vindt. Elke dag worden de links vernieuwd met de meest recente publicaties op de gekoppelde websites. De kaarten met een heilig-geestikoontje zitten in een vaste reeks, als je op het ikoontje klikt, krijg je een andere kaart uit de reeks te zien.

Bezoek voor een volledig overzicht van alle kaarten de website Alledaags Geloven.

De nieuwe kaarten:

Orthodoxe Informatiebron
Banneuxblog van kapelaan Zuidinga
blank
Mechelse Catechismus voor het middelbaar onderwijs
blank

Heruitgave van de “Mechelse Catechismus voor het middelbaar onderwijs”

Het boek lag al jarenlang in een antieke koffer, gevuld met oude missaals en andere katholieke boekjes, bij mij op zolder. Allemaal erfstukken uit de familie of opgepikt van rommelmarkten. Ik heb altijd een fascinatie gehad voor de preconiciliaire geloofswereld, die ik nooit heb meegemaakt en die zo plotsklaps tot een einde gekomen is en volledig verdonkermaand is door de postconciliaire Kerk.

Het is een catechismus en heet voluit Beknopte verklaring van den Mechelse Catechismus ten gebruike van het middelbaar onderwijs, uitgegeven in bisdom Gent in 1932. Mijn grootvader, Cyriel Houben (1918-1984) gebruikte dit boek tijdens zijn opleiding aan de normaalschool van Sint-Niklaas van 1933 tot 1937, de hoogtijdagen van het katholiek militantisme.

De uitgavedatum betreft vooral de verklarende teksten. De eigenlijke catechismus, samengesteld uit vragen en antwoorden, gaat terug tot 1623. Toen schreef Guilielmus de Pretere sj zijn Catechismus oft christelijcke leeringe ghedeyldt in viif deelen ende een-en-veertich lessen, voor de catholijcke ionckheydt van het artschbischdom ende alle de andere bischdommen der Provincie van Mechelen. In de online publicatie zijn ook afbeeldingen uit de oorspronkelijke catechismus opgenomen.

Dit boek is gedigitaliseerd, voorzien van hedendaagse spelling en gepubliceerd op een eigen website. Ook de aantekingen die mijn grootvader in de les maakte (200 blz!) zijn mee opgenomen, met transscriptie, en daarmee overspant de publicatie meer dan 300 jaar katholieke geloofstraditie! De teksten zijn ook opnieuw beschikbaar in boekvorm.

Website:
mechelse.gelovenleren.net

Boek: 
gelovenleren.net/portfolio/mechelse-catechismus-voor-het-middelbaar-onderwijs

Niet alleen voor historici!

De digitale publicatie van dit boek, inclusief de aantekeningen, kan niet anders dan een meerwaarde betekenen, want het blikveld op de katholieke traditie is wel erg eng geworden met dat grote zwarte gat tussen de canonisatie van de Bijbel en Vaticanum II…

Als catechetisch hulpmiddel is het boek in onze tijd niet meer bruikbaar, maar dat wil niet zeggen dat het slechts vanuit geschiedkundig oogpunt interessant zou kunnen zijn.

De catechismus op zich is droge kost, maar als je daarnaast wat grasduint in de aantekeningen, leer je niet allen wat er geloofd werd, maar ook hoe er geloofd werd. Wat we geloven is (in principe) onveranderd gebleven, maar hoe we geloven is onherkenbaar geworden. Ik sta er niet van versteld hoeveel nadruk er werd gelegd op regeltjes en formaliteiten, want dat is het beeld dat ons wordt ingelepeld van het “rijke Roomse leven”. Ik sta er wel van versteld dat achter elk van die regeltjes en formaliteiten ook een bewust element van geloof schuilgaat. De regeltjes en formaliteiten hebben we nu afgeworpen, en daarmee ook veel geloofsbewustzijn.

Als deze publicatie iets mag verwezenlijken, hoop ik dat ze het verlangen doet groeien naar een levenspraktijk die even vol is van geloof als die werd voorgehouden aan de studenten van de normaalschool. Even vol, maar wellicht op een andere manier.

blank

Een Personalistische Nieuwe Wereldorde, maar gelukkig geen klassenstrijd

De laatste encyclie Fratelli Tutti van Paus Franciscus bevat weinig nieuws, maar is daarom niet minder wereldschokkend. We wisten al dat onze Paus wel iets heeft van een linkse revolutionair, maar waar vorige publicaties die ik van hem las vaak weinig concreets te bieden hadden, ligt er nu een pasklaar plan-van-aanpak gereed, voor de organisatie van een personalistische nieuwe wereldorde. 

Zo’n concrete visie is gemakkelijker te bevatten dan een verzameling wollige principes, dus de tekst leest als een trein. Ik heb me laten vertellen dat de tekst leerstellig een uitwerking is van wat reeds in de Sociale Leer van de Kerk is opgebouwd, gebaseerd op het personalisme en concepten voorgesteld in Vaticanum II. Daarmee is deze encycliek een handige introductie tot dat ideeëngoed, want voornoemde documenten zijn toch iets minder toegankelijk te noemen.

De Paus kaart een hele hoop problemen aan en bouwt een positieve visie op, met concrete oplossingen, gebaseerd op broederschap en liefde voor elke persoon. Het vertrekpunt is de parabel van de barmhartige Samaritaan.

The parable is clear and straightforward, yet it also evokes the interior struggle that each of us experiences as we gradually come to know ourselves through our relationships with our brothers and sisters. Sooner or later, we will all encounter a person who is suffering. Today there are more and more of them. The decision to include or exclude those lying wounded along the roadside can serve as a criterion for judging every economic, political, social and religious project.

In deze paragraaf zie je hoe de Paus die parabel eerst even toepast op ons persoonlijk leven, maar dan meteen het opstapje maakt naar “economische, politieke, sociale en religieuze projecten”. Een parochiepriester zou het in zijn preek bij het eerste perspectief houden, de Paus, als hoofd van een wereldkerk, bekijkt het op een hoger niveau. Niet onlogisch, maar dit gaat zo verder door in de hele tekst, en mij, als ‘gewone gelovige’, gaat heel die visie op internationale samenwerking en macro-economie ver boven mijn petje. Ik kan het smaken als utopisch beeld, maar het is weinig relevant in mijn dagelijks leven.

De Paus lijkt zich dus eerder te richten tot actoren in de internationale economie, politiek en aanverwante lobby-organisaties. Als ‘gewone gelovige’ blijf ik een beetje op mijn honger zitten en begrijp ik wel de kritiek die vaak klinkt dat “de Kerk geen NGO is”. Deze encycliek lijkt verdacht sterk op een visietekst voor zo’n NGO. 

Echter, al snel wordt mijn bedenking door de Paus gepareerd. Misschien is het kinderachtig te denken dat dit alles zich louter boven mijn hoofd afspeelt? Misschien is ook deze ‘gewone gelovige’ een rol weggelegd?

The complaint that “everything is broken” is answered by the claim that “it can’t be fixed”, or “what can I do?” This feeds into disillusionment and despair, and hardly encourages a spirit of solidarity and generosity. Plunging people into despair closes a perfectly perverse circle: such is the agenda of the invisible dictatorship of hidden interests that have gained mastery over both resources and the possibility of thinking and expressing opinions

Each day offers us a new opportunity, a new possibility. We should not expect everything from those who govern us, for that would be childish. We have the space we need for co-responsibility in creating and putting into place new processes and changes. Let us take an active part in renewing and supporting our troubled societies.

We can start from below and, case by case, act at the most concrete and local levels, and then expand to the farthest reaches of our countries and our world, with the same care and concern that the Samaritan showed for each of the wounded man’s injuries. Let us seek out others and embrace the world as it is, without fear of pain or a sense of inadequacy, because there we will discover all the goodness that God has planted in human hearts.

Het klinkt heel motiverend, maar blijft pittig ambitieus. En ik heb dan nog een voetje voor, omdat ik elke zondag tijdens de H. Mis in onze internationale parochie “de wereld mag omarmen”. Niettemin ligt er nog een grote uitdaging gereed om mijn “universeel broederschap” verder te ontwikkelen… Niet in het minst omdat in mijn persoonlijke ideologie ook nationalisme een  plaats heeft, dat in de tekst veroordeeld wordt, weliswaar in zijn “kortzichtige, extreme, haatdragende en agressieve” vormen, maar het maakte me toch even ongemakkelijk. Andere passages spreken dan weer lovend over gemeenschappen met een “original cultural substratum” en over de “communitarian dimension of life”, waarin ik me dan weer wel kon herkennen.

Het politiek-economische verhaal vertrekt van het principe van de “common destination of goods” en de “gratuitousness” van solidariteit. Ook dat verhaal levert heel bevlogen, linkse passages op, die in hun ambitie naïef overkomen, maar zo hoort dat in ideologische geschriften.

Migratie is een rode draad doorheen het document en een onderwerp dat ‘gewone gelovigen’ meer raakt in hun dagelijks leven dan geopolitieke ordeningen. Zelfs het obligatoire structureel racisme heeft zijn plaatsje in de tekst veroverd.

I realize that some people are hesitant and fearful with regard to migrants. I consider this part of our natural instinct of self-defence. Yet it is also true that an individual and a people are only fruitful and productive if they are able to develop a creative openness to others. I ask everyone to move beyond those primal reactions because “there is a problem when doubts and fears condition our way of thinking and acting to the point of making us intolerant, closed and perhaps even – without realizing it – racist.

Ik ben wel opgelucht dat de Paus er niet voor heeft gekozen mee te gaan met de BLM-hysterie. Hij schrijft een tekst die idealistisch, utopisch en somwijl vlakaf onrealistisch is, maar hij baseert zich daarvoor op zuivere principes en niet op opgelegde schuldgevoelens (uitgezonderd dan misschien bovenstaande passage), verwrongen mensbeelden en afgeleiden van klassenstrijd.

Ook volgende passages zijn in die context heel actueel, waar de Paus de termen ‘broederschap’, ‘vrijheid’, ‘gelijkheid’ en ‘mensenrechten’ overloopt, die zo vaak misbruikt worden in het publieke debat over de thema’s die ook onderwerp zijn van deze encycliek. 

Fraternity is born not only of a climate of respect for individual liberties, or even of a certain administratively guaranteed equality. Fraternity necessarily calls for something greater, which in turn enhances freedom and equality. What happens when fraternity is not consciously cultivated, when there is a lack of political will to promote it through education in fraternity, through dialogue and through the recognition of the values of reciprocity and mutual enrichment? 

Liberty becomes nothing more than a condition for living as we will, completely free to choose to whom or what we will belong, or simply to possess or exploit. This shallow understanding has little to do with the richness of a liberty directed above all to love.

Nor is equality achieved by an abstract proclamation that “all men and women are equal”. Instead, it is the result of the conscious and careful cultivation of fraternity. Those capable only of being “associates” create closed worlds. Within that framework, what place is there for those who are not part of one’s group of associates, yet long for a better life for themselves and their families?

Care must be taken not to fall into certain errors which can arise from a misunderstanding of the concept of human rights and from its misuse. Today there is a tendency to claim ever broader individual – I am tempted to say individualistic – rights. Underlying this is a conception of the human person as detached from all social and anthropological contexts, as if the person were a “monad” (monás), increasingly unconcerned with others… 

Het is een mooie tekst en een verademing om in een wereld waarin veel negativisme heerst nog eens een bevlogen positieve boodschap te horen, gebaseerd op gezonde christelijke principes. Ik zal mee mijn best doen, maar verwacht niet te veel, hoor 😉

PS. ik dacht bij het lezen: ik heb dat allemaal al eens gehoord!… En wat blijkt: Willem had er al een liedje over geschreven, inclsief de verwijzing naar Gen 4:

blank

Prentenmissaal krijgt “tweede druk”

Op de website missale.net krijg je bij elke zon- en feestdag van de katholieke kerk één of meerdere prenten (in totaal zitten er al meer dan 1200 afbeeldingen in de database), gekoppeld aan een citaat uit één van de lezingen uit het lectionarium. Dit zowel voor de gewone vorm van de latijnse ritus (novus ordo) als voor de buitengewone vorm (tridentijns). En in drie talen: Nederlands, Engels en Frans.

Hetzelfde materiaal is ook in boekvorm te verkrijgen, niet als één editie, maar in 26 verschillende edities. Zo is er een boekje met alleen de lezingen uit de kersttijd voor de A-cyclus van de gewone vorm (52 blz.), maar ook een boek met alle lezingen van het ganse jaar, volgens beide vormen, inclusief de gewone gebeden van de mis (734 blz.), en alle mogelijke combinaties daartussenin. Waarom? Gewoon omdat het kan, vermits de publicaties gegenereerd worden door een script en gedrukt via print-on-demand.

Sinds vandaag is er een “tweede druk” van de boekjes online gezet, met als belangrijkste verbetering dat de liturgische kalender nu tot 2030 loopt. De kalender in de “eerste druk” ging maar tot 2019 en was dus al geruime tijd aan herziening toe. Daarnaast zijn ook de weekdagen van Advent en Vasten toegevoegd, net als op de website.

De boekjes kan je downloaden als PDF, ook in een formaat dat je op de printer kan gooien om zelf een boekje te plooien (handig voor de dunnere exemplaren) en je kan ze online bestellen. Echt storm loopt het niet, want sinds de lancering in 2014 zijn er welgeteld 16 exemplaren besteld bij de print-on-demand-leverancier. Rijk ging ik er zowiezo niet van worden, want je betaalt enkel druk- en verzendingskosten. 

Niet alle afbeeldingen zijn even sterk, maar als totaalconcept heeft de publicatie een belangrijke meerwaarde, aan te tonen hoe bijbellezingen tot de verbeelding kunnen spreken. Als ouder kan je daarmee wel iets doen, om de kinderen in te leiden tot de lezingen van de komende zondag, heb ik ervaren. Je steekt er bovendien zelf ook vaak iets van op.

In mijn dromen maakt de katholieke Kerk ooit zelf werk van zo’n website, een echt online missaal (met bijhorende app), waarin de ganse mis, in alle talen van de wereld, is opgenomen, om gelovigen te versterken in hun deelname aan dat éne, grote gebed dat alle katholieken over de ganse wereld elke dag verenigt en waarmee nu soms zo slordig wordt omgesprongen. 

blank

Jezuïeten in de bres voor de eucharistie… maar niet heus?

Het jongste Ignis Webmagazine telt zes bijdragen van jezuïeten uit Vlaanderen en Nederland. Vier daarvan even uitgelicht:

Marc Desmet sj getuigt hoe hij het “levensgebed” (f.k.a. gewetensonderzoek) in 2017 herontdekte als “een sterke ervaring van God in zijn leven”, ondanks zijn gehechtheid aan de spiritualiteit van de “‘ignatianen’, die God in alle dingen zoeken en vinden”.

Jos Moons sj betreurt hoe het denken van een theoloog aan banden wordt gelegd door taboes. Hij haalt liberale taboes aan (“Wee wie oppert dat het kerkelijk moreel spreken over seksualiteit zinvolle voorstellen doet. Of dat het goed is elke zondag naar de kerk te gaan.”) en ook conservatieve taboes (“De priesterwijding van de vrouw. De onmogelijkheid daarvan is volgens het leergezag zo helder, dat het geen nadenken meer behoeft. In feite is het helemaal niet zo helder, maar daarover nadenken mag niet.”). 

Gregory Brenninkmeijer sj merkt dat gelovigen met wie hij sprak over de lock-down, de wekelijkse mis wel gemist hebben, “de gemeenschap, de sacrale ruimte, de vertrouwde ordening en rituelen”, maar niet de eucharistie. De lock-down heeft de vraag onder de aandacht gebracht die de Kerk zich al sinds de reformatie had moeten stellen: “Hebben wij de aanwezigheid van de Heer in ons midden te zeer en te uniek toegespitst op de materiële aanwezigheid in de eucharistie?”.

Guido Dierickx sj leert uit de virtuele misvieringen tijdens de lock-down dat ze een essentieel element missen: de lijfelijke aanwezigheid van medegelovigen met wie we gemeenschap vormen: “Want wat wij er vooral van geleerd hebben, is wat eraan ontbreekt en wat de vaak onderschatte rijkdom vormde van de misviering waarbij de gelovigen lijfelijk aanwezig zijn. Of wat althans de rijkdom zou kunnen zijn van die meer traditionele misviering.” 

In allevier deze verhalen vind ik persoonlijk sterke aankopingspunten.

Met Marc Desmet sj die het dagelijks persoonlijk gebed herontdekt, als aanvulling op de wekelijkse eucharistie.

Met Jos Moons sj die het liberale taboe aan de kaak stelt dat rust op traditionele zaken, zoals de zondagsplicht. 

Met Gregory Brenninckmeijer sj die zijn contacten laat getuigen dat ze de wekelijkse liturgische bijeenkomst missen.

Met Guido Dierickx sj die het lijfelijke aspect van de liturgie benadrukt.

Allevier de verhalen drukken uit dat met regelmaat expliciet en exclusief ruimte en tijd geven aan God essentieel is voor het gelovig leven.

Zoals algemeen geweten, is het uiterst moeilijk een jezuïet te betrappen op een ongenuanceerde uitlating, zeker over heikele thema’s. Hoewel deze vier artikelen elk een evenwichtige en genuanceerde opstelling innemen, die ongetwijfeld bedoeld is om de lezer uit te nodigen tot ignatiaanse onderscheiding, heb ik me in de gezamenlijke publicatie toch even verslikt.

Deze vier verhalen bevatten immers ook andere elementen, waarmee ik minder aanknoping kan vinden. Zo netjes naast mekaar gelegd, meen ik zelfs een rode draad te onwaren die doorheen de vier verhalen sluipt. 

Die rode draad is de al dan niet expliciete suggestie dat het allerheiligste sacrament van de eucharistie, deelgenoot te worden aan het lichaam van Christus door de communie, afgedaan heeft als middelpunt van het katholieke geloofsleven. 

In de lectuur van deze merkwaardig geprogrammeerde artikelen heb ik het gevoel dat er een zekere dédain tot uiting komt tegenover gelovigen die in hun geloofsleven nog niet zo ver gevorderd zijn dat ze het ook zonder de sacramenten kunnen stellen, zoals het eigenlijk zou horen.

Ervaring leert me echter dat veel gelovigen, de minder geëvolueerde soort althans, nood hebben aan het voedsel dat Christus ons verschaft in bovennatuurlijke maar tastbare zin, als beginpunt van hun relatie met God. Een levendige persoonlijke gebedspraktijk, het smaken van een diepzinnige homilie, de inzet voor de gemeenschap, zelfs (voor de liefhebbers) het doorwrochten van controversiële theologische themata, hoe waardevol ook, is slechts denkbaar als die eerste nood gelenigd is. 

Het getuigt van een vooruitziende blik om antwoorden te zoeken op de vragen van gelovigen, wanneer de eucharistie in de komende tijd om uiteenlopende redenen, veelal praktisch van aard, onder immer sterkere druk zal komen te staan. Geloven zal onherroepelijk andere vormen aannemen dan ‘wekelijks naar de mis gaan’. Maar hoe dan ook zal de eucharistie het vertrekpunt zijn, zoals dat sinds de christelijke Oudheid het geval is. 


Repliek: