De godsvrucht tot Maria kent ook verschillende uitwendige praktijken die men niet moet verwaarlozen

De kern van deze godsvrucht bestaat ongetwijfeld in het inwendige. Toch kent ze ook verschillende uitwendige praktijken die men niet moet verwaarlozen: Haec oportet facere et illa non omittere. Immers, wanneer men deze goed verricht, betekenen ze een steun voor de inwendige praktijken. De mens laat zich nu eenmaal door het zintuiglijke leiden; vandaar dat ze hem herinneren aan datgene wat hij gedaan heeft of doen moet. Ook dragen zij veel bij tot stichting van de evenmens, die ze ziet, wat niet het geval is bij louter inwendige praktijken. Laat dus niet een of andere wereldling of vitter zich hiermee bemoeien en beweren, dat de ware godsvrucht in het hart zetelt, dat men het uiterlijke moet vermijden, dat er ijdelheid in schuilen kan en dat men zijn godsvrucht moet verbergen enzovoort. Ik antwoord hun met mijn meester: Dat de mensen uw goede werken mogen zien en uw Vader verheerlijken, die in de hemel is. Niet, zegt de heilige Gregorius, dat men zijn werken en uitwendige devoties moet verrichten om de mensen te behagen en door hen geprezen te worden: dat zou inderdaad ijdelheid zijn. Maar soms verricht men ze voor hun ogen om God te behagen, hem daardoor te doen verheerlijken, zonder zich om menselijke verachting of lofprijzing te bekommeren.

Ik zal in grote lijnen enige uitwendige praktijken behandelen. Ik noem ze uitwendig, niet omdat ze zonder innerlijke gezindheid geschieden, maar wegens hun uiterlijk aspect, waardoor zij zich van de zuiver inwendige praktijken onderscheiden.

Over de Volmaakte GodsvruchtAbonneren per email (dagelijks van 2/12/2019 tot 28/11/2020)

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *