Deze devotie verhindert ons niet de zielen van onze bloedverwanten, vrienden en weldoeners te helpen

Een andere opwerping is: deze godsvrucht spoort ons aan, de waarde van al onze goede werken, gebeden, verstervingen en aalmoezen door de handen van de allerheiligste Maagd aan de Heer af te staan; maar dan wordt het ons daardoor onmogelijk gemaakt, de zielen van onze bloedverwanten, vrienden en weldoeners te helpen.

Hierop antwoord ik ten eerste, dat het niet aan te nemen is dat onze vrienden, bloedverwanten en weldoeners de dupe zouden worden van onze onvoorwaardelijke toewijding aan de dienst van de Heer en zijn heilige Moeder. Een dergelijke veronderstelling zou beledigend zijn voor de macht en de goedheid van Jezus en Maria, want zij zullen onze dierbaren heus wel weten bij te staan; ofwel uit onze geringe geestelijke goederen, ofwel langs andere wegen. Vervolgens dit: deze devotie belet ons niet voor anderen, levenden of doden, te bidden, ook al is de toepassing van onze goede werken van de wil van de allerheiligste Maagd afhankelijk. Integendeel, ze doet ons met nog meer vertrouwen bidden. Een rijk man, die al zijn bezittingen aan een machtige vorst heeft afgestaan, om hem groter eer te bewijzen, zal hem toch ook met meer vertrouwen om een aalmoes vragen, wanneer een van zijn vrienden dit zou verzoeken. Die vorst zou zelfs blij zijn, aldus in de gelegenheid te worden gesteld, zijn dankbaarheid te betonen jegens iemand, die zichzelf ontkleed heeft om hem te kleden, zichzelf verarmd heeft om hem te eren. Maar dat geldt ook voor de Heer en de heilige Maagd. Zij zullen zich nooit in dankbaarheid laten overtreffen.

Over de Volmaakte GodsvruchtAbonneren per email (dagelijks van 2/12/2019 tot 28/11/2020)

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *