Esau is het type is van degenen, die zowel God als de wereld graag te vriend houden, en hemelse en aardse vreugde tegelijk willen genieten

Esau had zijn eerstgeboorterecht aan Jakob verkocht. Enige jaren later stelde Rebekka, hun beider moeder, dit voordeel voor haar lievelingskind Jakob veilig door middel van een heilige en mysterieuze handigheid. Isaak voelde zich zeer oud worden en wilde, alvorens te sterven, zijn kinderen zegenen. Daarom riep hij Esau bij zich, op wie hij bijzonder gesteld was, en beval hem op jacht te gaan en van het gevangen wild een gerecht te bereiden. Dan zou hij hem daarna zegenen. Onmiddellijk bracht Rebekka Jakob hiervan op de hoogte en gelastte hem twee geitebokjes uit de kudde te halen. Jakob bracht ze bij zijn moeder en Rebekka bereidde daarvan een gerecht, zoals ze wist dat Isaak het graag at. Vervolgens deed ze Jakob Esau’s kleren aan, die ze in bewaring had, en bedekte zijn handen en hals met de huid van de geitebokjes; wanneer de blinde Isaak dan Jakobs stem zou herkennen, zou hij wegens het haar op zijn handen toch menen, dat het zijn zoon Esau was. En inderdaad, Isaak verwonderde zich over die stem; hij dacht: “Dat is de stem van Jakob”. Daarom liet hij hem naderbij komen, betastte het haar van de vellen waarmee Jakobs handen bedekt waren en zei toen: “De stem is weliswaar die van Jakob, maar het zijn toch de handen van Esau”. Na zijn maaltijd omhelsde hij Jakob, rook de geur van zijn welriekende gewaden en zegende hem. Hij wenste hem de dauw toe van de hemel en de vruchtbaarheid van de aarde, stelde hem aan tot heer over al zijn broers en eindigde zijn zegen met deze woorden: “Wie u vervloekt, zij zelf vervloekt, en wie u zegent, worde met zegeningen overladen”. Nauwelijks had Isaak deze woorden uitgesproken, of Esau komt binnen en brengt zijn vader van de jachtbuit te eten, met de bedoeling, dat zijn vader hem zou zegenen. Een onbeschrijfelijke verbijstering greep de heilige patriarch aan, toen het besef van het feit tot hem doordrong. Maar geenszins trok hij zijn woorden terug. Integendeel, hij bevestigde ze nog; te duidelijk zag hij in deze toedracht de vinger van God. De heilige Schrift verhaalt verder, dat Esau toen woeste kreten uitstiet, zijn broer luid schreeuwend van bedrog beschuldigde en zijn vader vroeg of hij dan maar één zegen had. De vaders merken hierbij op, dat Esau in dit opzicht het type is van degenen, die zowel God als de wereld graag te vriend houden, en hemelse en aardse vreugde tegelijk willen genieten. Bewogen door het geween van Esau heeft Isaak hem toen toch maar gezegend, doch enkel met een aardse zegening en hij plaatste hem onder Jakob. Hierdoor groeide er in Esau een haat tegen Jakob, zo venijnig, dat hij enkel nog maar de dood van zijn vader afwachtte om zijn broer te doden. En Jakob zou zeker niet de dood ontlopen zijn, had zijn goede moeder Rebekka hem niet daartegen beschermd door haar vindingrijke zorgen en goede raadgevingen, waaraan Jakob zich ook hield.

Over de Volmaakte GodsvruchtAbonneren per email (dagelijks van 2/12/2019 tot 28/11/2020)

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *