Hoe onwetend en dwalend is het mensdom hier op aarde niet met betrekking tot uw heilige Moeder?

Is het dan niet vreemd en betreurenswaardig, mijn goede Meester, als men ziet hoe onwetend en dwalend het mensdom hier op aarde is met betrekking tot uw heilige Moeder? En nu spreek ik nog niet eens van de afgodendienaars en heidenen, want die kennen U niet en zullen dus zeker haar niet kennen. Ik bedoel zelfs niet de andersdenkenden en schismatieken; die hebben zich immers van U en van uw heilige Kerk afgescheiden en daarom zullen zij er zich wel voor wachten, uw heilige Moeder te vereren. Neen, ik heb het over katholieken, zelfs over doctoren onder de katholieken; zij achten zich geroepen anderen de waarheid voor te houden, maar van U en uw heilige Moeder hebben ze enkel een theoretische, droge, onvruchtbare en koel-wetenschappelijke kennis. Alleen bij hoge uitzondering handelen die heren over uw heilige Moeder en de haar verschuldigde godsvrucht; zogenaamd omdat ze vrezen, dat men er misbruik van maakt en door een overdreven Mariaverering U zou beledigen. Veronderstel, dat zij bemerken, dat een of andere vereerder van de heilige Maagd dikwijls op een hartelijke, krachtige en overtuigende manier over de devotie tot uw goede Moeder spreekt, en verkondigt dat dit een zeker, onfeilbaar middel is, een korte, veilige, smetteloze en voortreffelijke weg en een wonderlijk geheim om U volkomen te leren kennen en liefhebben. Welnu, dan zullen zij luidkeels tegen hem protesteren en met alle mogelijke drogredenen zullen zij hem willen aantonen, dat men niet zoveel over de heilige Maagd moet spreken: dat er heel wat misbruiken zijn ingeslopen bij deze devotie en dat men zijn best moet doen die uit te roeien. Het is beter, beweren zij, wat meer over u te preken in plaats van de mensen tot de verering van de heilige Maagd aan te sporen, want van haar houden zij toch al genoeg.

Het gebeurt weleens, dat ze over de godsvrucht voor uw heilige Moeder handelen, echter niet om ze in te voeren en aan te bevelen, maar om de misbruiken ervan tegen te gaan. Doch met dat al bezitten die heren geen greintje vroomheid of innige godsvrucht jegens U, juist doordat ze niets voor Maria voelen. De rozenkrans, het schapulier en het rozenhoedje beschouwen ze als kwezelarij, goed voor onwetenden: men kan wel zonder die dingen in de hemel komen. Wanneer zij een Mariavereerder betrappen, die het rozenhoedje bidt of bezig is met een of andere oefening van godsvrucht haar ter eer, dan zullen zij hem weldra tot andere inzichten en gevoelens brengen; ze zullen hem aanraden de zeven boetpsalmen te bidden in plaats van het rozenhoedje, en de godsvrucht tot Jezus Christus te beoefenen in plaats van die tot de heilige Maagd.

Goede Jezus, zijn die mensen nu werkelijk bezield met uw Geest? Doen zij U een genoegen met zulk een handelwijze? Kan men U welgevallig zijn wanneer men, uit vrees u te mishagen, niet alle moeite doet uw Moeder aangenaam te zijn? Het is toch niet zo, dat de devotie tot uw Moeder de liefde voor U in de weg staat! Zij eigent zich de haar bewezen eer toch niet zelf toe! Zondert zij zich van U af, of is zij een vreemde, die niets met U te maken heeft? Het kan U toch niet onaangenaam zijn als men haar wil behagen! En wie zich uit liefde helemaal aan haar wegschenkt, die scheidt zich toch niet af, die verwijdert zich toch niet van uw liefde!

Over de Volmaakte GodsvruchtAbonneren per email (dagelijks van 2/12/2019 tot 28/11/2020)

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *