Laten we de ketenen van zonde en zondaren verbreken, van wereld en wereldlingen, van duivel en duivelse trawanten

Mijn dierbare broer, laten we de ketenen van zonde en zondaren verbreken, van wereld en wereldlingen, van duivel en duivelse trawanten. Werpen wij hun noodlottig juk ver van ons af: Dirumpamus vincula eorum et projiciamus a nobis jugum ipsorum. Steken wij naar het woord van de heilige Geest onze voeten in de eervolle boeien van Jezus, en onze hals in zijn gareel: Injice pedem tuum in compedes illius et in torques illius collum tuum, Sir 6,27. Wij moeten onze schouders bukken om de Wijsheid, dat is Jezus Christus, te dragen en wij mogen geen weerzin tonen tegen zijn ketenen: Subjice humerum tuum et porta illam, et ne acedieris vinculis ejus, Sir 6,25. U zult wel opmerken hoe de heilige Geest, alvorens deze woorden uit te spreken, de ziel erop voorbereidt. Anders zou zij deze gewichtige raad misschien in de wind slaan: Audi, fili, et accipe consilium intellectus, et ne abjicias consilium meur, Sir 6,24: Luister, mijn zoon, en aanvaard mijn les, versmaad mijn raadgeving niet.

Over de Volmaakte GodsvruchtAbonneren per email (dagelijks van 2/12/2019 tot 28/11/2020)

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *