Uit onszelf hebben we slechts het niet en de zonde

Ten eerste. Om ons van onszelf te ontledigen, moeten wij onder het licht van de heilige Geest beseffen hoe slecht wij zijn in het diepste van onszelf, en hoe onbekwaam tot alles wat ter zaligheid dienstig is. Wij zijn zwak in alle opzichten en voortdurend aan wispelturigheid onderhevig. Geen enkele genade zijn wij waardig, en telkens opnieuw blijkt onze ongerechtigheid. Zoals de zuurdesem het deeg met zijn zuur aantast, doet rijzen en gisten, zo ook heeft de zonde van onze stamvader ons allen in de staat van volledige ontbinding, verzuring, gisting en bederf gebracht. Vervolgens hebben de actuele zonden, zwaar of licht, ook al werden ze vergeven, onze begeerlijkheid, zwakheid, onstandvastigheid en bedorvenheid vermeerderd en resten van het kwaad in ons achtergelaten. Ons lichaam is zo bedorven, dat het door de heilige Geest genoemd wordt: lichaam van zonde, in zonde ontvangen en gevoed en tot elke zonde in staat. Het is aan ontelbare ziekten onderhevig, gaat elke dag tot verdere ontbinding over en teelt niets dan schurft, ongedierte en bederf. Onze ziel, verenigd met het lichaam is zo vleselijk geworden, dat zij zonder meer vlees wordt genoemd: Alle vlees had zijn weg bedorven. Onze geest kent niets anders dan hoogmoed en verblinding, ons hart enkel verstoktheid, onze ziel slechts zwakheid en onstandvastigheid; ons lichaam bezit enkel begeerlijkheid, oproerige hartstochten en ziekten. Van nature zijn wij hovaardiger dan pauwen, meer gehecht aan de aarde dan padden, geiler dan bokken, nijdiger dan slangen, gulziger dan zwijnen, woedender dan tijgers, trager dan schildpadden, zwakker dan riet en onbestendiger dan weerhanen. Uit onszelf hebben we slechts het niet en de zonde en verdienen niets anders dan Gods toorn en de eeuwige hel.

Over de Volmaakte GodsvruchtAbonneren per email (dagelijks van 2/12/2019 tot 28/11/2020)

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *