Wij zijn niet waardig Gods genaden rechtstreeks uit zijn handen te ontvangen

De heilige Bernardus zegt, dat God zijn genaden aan Maria heeft toevertrouwd, omdat Hij wel wist, dat wij niet waardig waren ze rechtstreeks uit zijn handen te ontvangen. Zo verkrijgen wij dus door haar al wat Hij ons geven wil. Van de andere kant beschouwt God het als een bijzonder eerbewijs, wanneer Hij door de handen van Maria de dank, eerbied en liefde ondervindt die wij Hem voor zijn weldaden verschuldigd zijn. Het is dus alleszins passend, dat wij de handelwijze van God navolgen. Dan keert de genade tot de gever ervan terug langs hetzelfde kanaal waardoor ze ons is toegevloeid: Ut eodem alveo ad largitorem gratia redeat quo fluxit. Aldus wederom de heilige Bernardus.

Welnu, dit gebeurt juist door deze devotie: aan de allerheiligste Maagd wordt al wat wij zijn en bezitten, opgedragen en toegewijd, opdat de Heer door haar bemiddeling de verschuldigde dank en glorie ontvangt. Zelf achten wij ons niet in staat om waardig tot zijn oneindige Majesteit te naderen. Daarom bedienen wij ons van de tussenkomst van de allerheiligste Maagd.

Over de Volmaakte GodsvruchtAbonneren per email (dagelijks van 2/12/2019 tot 28/11/2020)

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *