Tag: apologetiek

Van orgaanklonen en christelijke emancipatie

Ik heb een boek gelezen, Never let me go, van Kazuo Ishiguro (nobelprijs literatuur 2017). Het gaat als volgt. In een andere toekomst heeft de medische wetenschap zich gespecialiseerd in behandeling van kanker door transplantatie. Om voldoende donororganen te hebben, worden mensen gekloond. Het boek volgt het leven van enkele van die klonen, als kinderen in een speciale kostschool “Hailsham”, als jongvolwassenen in een gemeenschapswoning “The Cottages” en uiteindelijk als donor in een “Center”, tot hun uiteindelijke “voltooiing” (= overlijden ten gevolge van een tweede, derde of vierde donatie).

Als lezer verwacht je dat het plot zal uitdraaien op een heroïsche strijd van de “donoren” om aan hun mensonwaardige noodlot te ontsnappen, wat niet eens zo moeilijk zou zijn, want de controle op hun bewegingsvrijheid is praktisch onbestaand. Niet zo! De donoren ondergaan hun lot als een onontkoombaarheid, leiden in hun eigen gemeenschap een al bij al gelukkig leventje en vinden er zelfs enige fierheid in een “goeie donor” te worden: hun levensdoel is per slot van rekening het leven van anderen te redden! Als ze geconfronteerd worden met de nare aspecten van hun toekomst, slagen ze er steevast in die weg te lachen of als gespreksonderwerp taboe te maken en verder te gaan met de dagdagelijkse beslommeringen en er het beste van te maken.

De passage waarin een koppel jongvolwassen klonen, van wie de jongen op dat moment al drie donaties achter de rug heeft, op zoek gaat naar de voormalige directrice van hun kostschool omdat ze hopen een “deferral” te krijgen (een paar jaar extra te leven), is het enige moment waarop verzet tegen hun lot naar de oppervlakte komt. Achteraf bekeken, heb ik de indruk dat die scene is toegevoegd om de lezer toch een minimum aan morele houvast te geven, maar eigenlijk in het verhaal overbodig is. De poging uitstel te krijgen, levert immers niks op.

Het is een verhaal over vrijheid. Het bevreemdende  spanningsveld tussen het wrede lot van de donoren en hun totaal gebrek aan verzet, leert ons misschien meer over ons eigen begrip van vrijheid dan de heroïsche gevechten die in tal van andere romans worden geleverd om vrijheid te veroveren.

Langs de ene kant geeft de film een pessimistisch beeld van onze vrijheid. Iedereen heeft wel bepaalde aspecten in zijn leven waarvan een buitenstaander zou zeggen: “waarom probeert hij daar niet uit te ontsnappen?”, maar waaruit hijzelf geen ontsnappingspogingen onderneemt, een verslaving, een afmattende job, een stukgelopen relatie, slechte vriendschappen, een ongezonde levensstijl, … Het is lang niet zo erg dat we elke dag een oproepingsbrief kunnen verwachten om een orgaan af te staan, maar ook onze kleine afhankelijkheden beperken ons, terwijl het vaak niet zo moeilijk is om eraan te ontsnappen. En toch doen we dat niet. Vrijheid is dus subjectief en soms lijken we er bang van te zijn.

Langs de andere kant laat de film ook een sprankeltje hoop zien. Niet de hoop te ontsnappen aan de onvrijheid, maar de hoop om vanuit de beperktheid, zonder ze te doorbreken, waardig in het leven te staan en de rechtvaardiging te zoeken.

Ook dat is een vorm van vrijheid, een bevrijding, en misschien zelfs een heel Christelijke bevrijding en één die tegen de haren van de tijdsgeest instrijkt, die emancipatie graag als doel op zich voorstelt.

Emancipatie is belangrijk. Als je wil vechten voor je vrijheid, is dat een teken dat je ook inspanning zal leveren om de mogelijkheden goed te benutten die de vrijheid je zal geven. Iemand die ervoor moet knokken om zich te mogen ontplooien—of die zich herinnert dat zijn voorgangers voor zijn vrijheid hebben gevochten—, zal er dan ook helemaal voor gaan zich te ontplooien.

Niet alle emancipatie is echter positief: het hangt er maar van af wat je met de gewonnen vrijheid wil gaan doen. Vrijheid is geen doel op zich. Meer nog: vrijheid kan een mens ook slechter maken.

Op dat besef berust ook het geloof, waarin vrijheid een belangrijk concept is.

Vrijheid is de centrale gedachte van Pasen. Joden vieren de bevrijding van hun volk uit de slavernij in Egypte. Christenen vieren de bevrijding van de dood.

De verhalen van de uittocht hebben we al zo vaak gehoord dat we er nauwelijks bij stilstaan wat voor een indruk die onderneming moet hebben nagelaten (en nog steeds nalaat) op de leden van dat joodse volk, onuitgewist sinds generaties. De uittocht was geen veldslag, zoals er zovele zijn die we—met gemengde gevoelens—kunnen herdenken. Het volk nam er schoorvoetend aan deel, het werd volledig op sleeptouw genomen door God, die het initiatief nam en voor de uitvoering van zijn plannen beroep deed op Mozes, zijn rechtstreekse vertrouweling. Dat als volk beseffen, is een unieke reden tot feestvreugde, dankbaarheid en nederigheid.

Ja, nederigheid, want als Mozes er niet was geweest om—namens God—het volk te leiden, was het van lieverlee teruggekeerd naar de Egyptische vleespotten, en als God er geen wetten aan had gesteld, had het vrije joodse volk zich bezondigd aan zowat alles wat in de tien geboden verboden wordt.

Net dezelfde feestvreugde, dankbaarheid en nederigheid past ons, christenen, als we beseffen hoe we door de actie van één man, voor alle tijden de toezegging hebben gekregen het Rijk Gods te kunnen betreden, zonder dat wijzelf, noch onze voorouders in het geloof, er verdienste aan hebben. Niet door strijd, maar door de zaligsprekingen te volgen die ons leren waardig in het leven te staan en rechtvaardiging te zoeken, ondanks onze beperkingen en onvrijheid.

Vrijheid willen we vieren, maar geen willekeur: “De vrijheid om het goede te doen”, dat is échte emancipatie.

Misschien heeft de lezer met deze invalshoek toch een beetje beter begrepen wat de christelijke vrijheid inhoudt en dan is het nu tijd om het meer apologetische werk over dit thema door te nemen!

Willem Grossouw, wiens teksten uit Innerlijk Leven ook op deze blog beschikbaar zijn, heeft het erover in meerdere van zijn stukjes:  Vrijheid voor God, De volmaakte vrijheid, De vrijheid der Liefde en De wil van God. Ook de catechismus beschrijft de vrijheid van de mens. Goede apologetiek voor wie vanuit het geloof beter wil leren begrijpen waartoe vrijheid ons verplicht!

Religieus militantisme 1933-2018

Vorige week werd ik op de Carnotstraat aangeklampt door een jongeman met baard en zo’n typisch noordafrikaans mutsje op zijn hoofd, die gratis boekjes over de Islam verdeelde, “om te informeren, niet om te bekeren”. Ik heb een boekje aangenomen en gevraagd of hij een bekeerling was, want in taal en uiterlijk leek hij een oervlaamse jongen. Dat was zo.

Hij gaf enkele voorbeelden waarom hem de Islam meer aanspreekt dan het katholieke geloof, waarmee hij ongetwijfeld in zijn jeugd ook in aanraking is gekomen. De Islam is—volgens hem—veel eenduidiger. God die geboren wordt als een kind bijvoorbeeld, dat vond hij heel inconsequent. Ofwel is God een almachtige Schepper, en dan is er geen enkele reden waarom Hij ook nog eens als kind geboren zou worden, ofwel is God niet almachtig en zelf deel van de Schepping, maar dan is Hij ook geen God meer. Ook een God die sterft, vat hij niet.

Ik heb het gesprek nog verder onderhouden en geprobeerd uit te leggen hoe die ongerijmdheden toch zin hebben, tot het voor de jongeman tijd was om naar het gebed te gaan, maar ik moet ook toegeven dat het vragen zijn waarop geen pasklaar antwoord te geven is. Het zijn de paradoxen van Kerstmis, waarover zonet een interessant artikel in mijn RSS-bus rolde, van de hand van mgr. Charles Pope.

Enkelvoudigheid van God

Ik kon het echter niet laten en heb een beetje verder rondgekeken op internet of er over dit soort vragen niet nog zinvoller dingen te zeggen zijn en ik kwam—via enkele esoterische omweggetjes—uit bij het concept van de “divine simplicity” of de “enkelvoudigheid van God”, een concept dat bekend is in christelijke, joodse en ook islamitische theologie. De enkelvoudigheid van God wordt door St. Thomas van Aquino betoogd in zijn Summa Theologiae (Eerste deel, Derde vraag). Verderop in de Summa vind je bijvoorbeeld het antwoord op de vraag: “Was het gepast dat God mens werd?” (Derde deel, Eerste vraag), gevolgd door nog zo’n slordige 700 pagina’s disputen over de Menswording, waaronder ook de weerlegging dat de Menswording in strijd zou zijn met de enkelvoudigheid van God, waarmee ik mijn islamitische gesprekspartner van antwoord had kunnen dienen!

Thomas van Aquino, Summa Theologiae Theologische Summa Nederlandse vertaling door een groep Dominicanen, Antwerpen

Uitgeverij “Geloofsverdediging”

Het grappige is nu dat de enige online beschikbare publicatie van Thomas van Aquina’s Summa in het Nederlands een slordig ingeschande versie betreft van een boek uit 1933, gepubliceerd door de uitgeverij “Geloofsverdediging” van de paters Dominicanen in hun, nu leegstaande, Antwerpse klooster in de Ploegstraat, net achter de hoek dus van de plaats waar ik die jonge Vlaamse islamiet ontmoette, die ook aan geloofsverdediging doet met soortgelijke boekjes, precies 85 jaar later. Zo herhaalt de geschiedenis zich, maar nooit helemaal op dezelfde manier!

Offensiefbeweging

Offensief-meeting

“Geloofsverdediging” was als uitgeverij de voorloper van uitgeverij Halewijn NV, die vandaag nog steeds tal van katholieke publicaties verzorgt. Weer een beetje verder zoeken op internet bracht me bij een artikel over “De Offensiefbeweging in Vlaanderen“. Het artikel beschrijft hoe het Antwerpse dominicanenklooster de spil was in het katholiek ideologisch militantisme van het interbellum en de thuisbasis van katholieke documentatiecentra, een tijdscrift “De Waarheid”, propagandacentrales en zogenaamde “offensiefbrigades” die zelfs bij gelegenheid als knokploeg opereerden.

De tijden zijn veranderd… en misschien mogen we nog van geluk spreken dat onze islamitische stadsgenoten in de professionalisering van hun apologetische ijver slechts een flauwe afspiegeling zijn van de Dominicanen van weleer. Anderzijds mogen we ons de vraag stellen of we zelf tegenwoordig niet een beetje te weinig aan geloofsverdediging doen. Men zegt dat de jongeren van vandaag op vlak van religie onwetend zijn, maar wel heel ontvankelijk. Hoe spreken we hen echter aan? Zijn de—laat ons eerlijk zijn—eerder flauwe artikeltjes op Kerknet.be voldoende wervend voor buitenstaanders? Ik vrees ervoor… Een youtubekanaal met apologetische filmpjes lijkt me wel wat, zoals dat van Christelijke Apologetiek.

Of is de tijd rijp zijn om een Nederlandse paperback van de Summa uit te brengen en een offensiefbrigade op te trommelen om ermee de straat op te gaan?