Tag: kerk

Geschenkendoos voor kerkverlaters, en meer out-of-the-box

Onze pastoor riep ons vorige week nog op dat iedereen in de kerk de volgende week een extra persoon moest uitnodigen om mee naar de mis te komen, zodat onze gemeenschap kan groeien.

Gemakkelijker gezegd dan gedaan. Soms moet je echter out of the box denken. Dat heeft Dominick gedaan, een zeventienjarige scholier, en wel letterlijk: hij heeft een cadeaubox gemaakt.

De “Catholic Juice” cadeaubox voor kerkverlaters

De mini-onderneming die hij voor school moest opzetten heeft hij Catholic Juice genoemd en ze produceert en verdeelt geschenkdozen voor kerkverlaters. Ken je iemand die je een handreiking wil geven om opnieuw het geloof te beleven, dan kan je die een doos opsturen met daarin een setje kennismakingsmateriaal. De cadeaubox bevat ludieke attributen in, bijvoorbeeld chocoladerepen met motiverende opschriften, maar ook heel praktische hulpmiddelen: een evangelie, een kruisbeeld, een rozenkrans en een visitekaartje met de mistijden van nabije parochies.

Als concept vind ik dit geweldig. Niet omdat ik de illusie koester dat zo’n cadeauboxenproject echt van de grond zal komen of een geweldig effect zal hebben. Wel omdat het ideeën aanreikt om zelf te evangeliseren door anderen kleine zetjes te geven. Ik kan me best voorstellen dat veel randkerkelijken rondlopen met het gevoel “ik zou eigenlijk nog wel eens naar de mis willen gaan”, maar er om duizend-en-een redenen nooit toe komen, al is het maar omdat ze niet weten waarheen. Dat wordt er niet gemakkelijker op wanneer er in veel parochiekerken niet elke zondag een eucharistie is. Als buitenstaander is het moeilijk die informatie terug te vinden (een nood die ik op mijn blog al heel vaak heb aangekaart en die websites als kerknet.be slechts met mondjesmaat lenigen).

Gelovigen moeten vertegenwoordigers zijn van hun kerk. Dat kan gewoon door mensen aan te spreken of—wie weet—met zo’n cadeaubox, maar er zijn nog manieren te bedenken, die vanuit een bisdom gefaciliteerd zouden kunnen worden.

Kerk & Leven, dat heel wat parochianen in Vlaanderen bereikt, zou jaarlijks als centerfold een wervende raamaffiche kunnen drukken met daarop specifieke praktische informatie per parochie (of federatie) en de slogen “Ik kom hier elke zondag naar de mis”. Je ziet genoeg mensen die dat soort affiches uithangen, voor de scouts, voor een school, voor een of andere politieke actie, maar zelden voor een parochie. De Kerk heeft de kans maar voor het grijpen het straatbeeld in Vlaanderen te bepalen!

Kerknet zou haar database met gebruikers- en parochieinformatie kunnen gebruiken om op geautomatiseerde wijze gepersonaliseerd digitaal promotiemateriaal aan te bieden via hun website, dat met een eenvoudige klik door de lezers verspreid kan worden via hun sociale-mediakanalen of dat ze kunnen gebruiken als banner onder hun email.

Mits een beetje programmeerwerk kan je voor elke parochie automatisch een gepersonaliseerde affiche opmaken. De adresgegevens en mistijden haal je van de vieringendatabank van Kerknet, een foto van de kerk haal je van Kerken in Vlaanderen en een plattegrond laat je renderen door Google Maps. Varieer een beetje met illustraties en achtergronden en de affiches worden collector items. Voor de parochianen die zo’n affiche achter hun raam hangen, voeg je de instructie toe dat ze met een stift op het kaartje de kortste weg van hun huis naar de kerk kunnen aanduiden 🙂 Dat zou dus allemaal zomaar kunnen, en zou er bijvoorbeeld zo kunnen uitzien:

Parochiale raamaffiche
Banner die parochianen op hun emails of sociale-mediaprofielen kunnen aanbrengen

In afwachting wens ik Dominick in elk geval veel succes met zijn mini-onderneming!

3D-tempel oplossing voor probleem in Heilig-Hartkerk?

Dochterlief kreeg op school een workshop 3D printing. Met het bijhorende 3D-tekenprogramma kwamen verschillende creaties tot stand, mannetjes, een hondenhok, maar ook een heuse klassieke tempel, geïnspireerd op de lessen klassieke cultuur.

De opbouw is redelijk eenvoudig, want afbeeldingen van klassieke tempels zitten in elk schoolhandboek. Een opgang van treden rondom het ganse gebouw, een overdekte colonnade en binnenin een ommuurde ruimte.

Tempel van Hera

Dat beeld, dat we kennen van de talloze ruïnes van antieke tempels, is echter niet volledig. Twee belangrijke elementen ontbreken, blijkens mijn (oppervlakkig) opzoekwerk.

Ten eerste: het beeld van de godheid. Dat bevindt zich binnenin de ommuurde en overdekte ruimte (die “cella” (Latijn) of “naos” (Grieks) heet) en heeft een sacraal karakter. Afhankelijk van de identiteit van de godheid of lokale tradities, was die ruimte slechts beperkt toegankelijk. Zo’n godenbeeld kom behoorlijk imposante proporties aannemen.

Ten tweede: het altaar waarop de offers werden gebracht. De informatie daarover is minder duidelijk. Soms bevindt het zich binnenin de cella, maar ik vond ook beschrijvingen waarbij het tempelaltaar zich buiten bevindt, voor de tempel. Dat laatste lijkt me logisch als er levende offers gebracht worden, dat levert immers een hoop vuiligheid op en dat heb je liever niet in het allerheiligste over de vloer.

Op mijn aansporen heeft de dochter op haar 3D-model een altaar voorzien vooraan de tempel:

3D-model van een antieke tempel

Van antieke tempel tot katholieke kerk

Misschien zou ik over de antieke godsdiensten eens een echt boek moeten lezen in plaats van Wikipedia, want het is een boeiend onderwerp en het verrrast me dat over de essentiële aspecten van het lemma zo weinig informatie online te vinden is. Het verschil tussen dorische en ionische zuilen vind ik eigenlijk minder belangrijk dan de manier waarop zo’n gebouw in de godencultus werd ingericht en gebruikt.

Het intrigeert me ook hoe het model van de klassieke tempel overeenkomt met dat van de joodse tempel in Jeruzalem en bij uitbreiding ook met de inrichting van een katholieke kerk. Terwijl mijn dochter haar 3D-tekening bewerkte, was ik bezig met mijn artikel over de schikking van het tabernakel in de liturgische ruimte.

Ruïnes van antieke tempels zien er niet uit als kerken, maar als je verder kijkt dan de architectuur en op zoek gaat naar de (in de ruïnes meestal onzichtbare) cultuselementen, valt de overeenkomst meteen op.

Een kerk kent in haar klassieke opbouw een onderverdeling van de ruimte in enerzijds het schip, waar de gelovigen zich verzamelen en anderzijds het koor, waar het altaar zicht bevindt, dat voorbehouden is voor de priester(s) en andere dienaars van de eredienst, zoals acolieten en lectoren. Die laatste ruimte kan je zien als een afspiegeling van de cella. Dat het altaar anders dan bij de antieke en joodse tempels systematisch een plaats krijgt binnenin het “heiligdom”, is niet verwonderlijk, omdat het offer dat op het altaar wordt gebracht niet zomaar een offer is, maar Christus zelf.

De tabernakeltent, met daarin de Ark van het Verbond, voor het onderdeel werd van de tempel van Jeruzalem

Ook het tabernakel is een element dat je kan verbinden met de oude tempels. In de joodse tempel bevond zich in het heiligdom ook een tabernakel, de ruimte waarin de Ark van het Verbond werd bewaard, met daarin de stenen tafelen met de tien geboden, het manna uit de woestijn en de staf van Aaron. Het tabernakel in de kathedraal van Antwerpen, waarin het Allerheiligste Sacrament wordt bewaard, is een replica van de Ark.

Replica van de Ark van het Verbond in de Venerabelkapel van de Antwerpse kathedraal

Het is moeilijk voor te stellen hoe die gelijkenissen tot stand zijn gekomen in de loop van de christelijke geschiedenis. Christus heeft ons geen gedetailleerde bepalingen nagelaten over de uitwerking van onze eredienst, behalve de instructies die Hij zijn leerlingen gaf bij het Laatste Avondmaal. Niet verwonderlijk dus dat christenen om zich heen hebben gekeken om inspiratie te vinden waarmee ze hun godsdienst vorm konden geven.

Opportunistische assimilatie of pragmatische inspiratie?

Dat proces wordt vaak voorgesteld alsof de christenen doelbewust religieuze elementen uit hun omgeving overnamen om op die manier de andere godsdiensten te usurperen. Dat lijkt me voer voor liefhebbers van complottheorieën. Zo zijn er heel wat antieke tempels die later kerken werden, maar dat gebeurde meestal pas nadat die gebouwen al honderden jaren in onbruik waren geraakt. Het lijkt er meer op dat al die elementen uit antieke en joodse cultussen in het christendom terechtkwamen omdat ze—mits de nodige aanpassingen—een pragmatische oplossing boden voor een concrete vraag.

Pantheon te Rome, pas in de 7de eeuw omgevormd tot kerk

Een kerk voor Byzantijnse en Latijnse ritus

Ook vandaag wordt in de kerk gezocht naar pragmatische oplossingen voor concrete vragen over inrichting van kerkgebouwen. In onze eigen parochie hebben we zo’n probleem. Onze kerk wordt gedeeld door een gemeenschap die de byzantijnse ritus viert en daarvoor het koor gebruikt (met ikonostase voor het hoofdaltaar) en een gemeenschap die de latijnse ritus viert op een modern volksaltaar dat op een houten verhoog is opgesteld vlak voor de communiebanken.

Zicht op het koor met de byzantijnse gebedsruimte en vlak daarvoor het “Vlaamse” volksaltaar in de Heilig-Hartkerk, Antwerpen-Noord

De toegang tot de byzantijnse gebedsruimte loopt door het “heiligdom” van de latijnse gebedsruimte. In onze Vlaamse kerk maken we er (jammergenoeg) geen probleem van dat iedereen zomaar langs het altaar rent, maar de gelovigen van de Belarussische gemeenschap vinden het knap lastig. In hun ritus is het heiligdom (achter de ikonostase) dan ook niet zomaar toegankelijk voor gewone gelovigen, ook niet buiten de eredienst.

Ons kerkbestuur is dus op zoek naar een pragmatische oplossing om de beide gebedsruimten een volwaardige plaats te geven. Concreet denken we er nu aan om het volksaltaar centraler in de kerk op te stellen en tegelijk de kans te grijpen om een echt stenen altaar te bouwen, wat de sacraliteit ervan zeker ten goede zal komen.

Een eerste schets van het binnenzicht van onze kerk waar het volkaltaar iets centraler komt, zodat de doorgang door de communiebanken naar het koor weer vrijkomt. Deze 3D-rendering is niet van de dochter, maar van een studiebureau dat onlangs de mogelijke nevenbestemming van ons kerkgebouw bestudeerde 😉

Bij zo’n proces is het echt wel belangrijk de kerk te beschouwen als een “tempel” en op zoek te gaan naar de best mogelijke vorm om het gebouw te bevestigen als een plaats waar Christus aanwezig is, zowel in de gedaante van de biddende gemeenschap als in zijn sacramentele gedaante, op het altaar en in het tabernakel en dat voor gelovigen van beide ritussen.

De gebruiksvriendelijke kerk

Enkele weken geleden heb ik iets bijgeleerd over tabernakels. Mijn nieuwsgierigheid werd geprikkeld door een tweet van Nikolaas Sintobin sj. Hij schreef een artikeltje op zijn blog over de abijkerk van van Sint-Benedictusberg in Vaals. Hij was verrast dat er geen tabernakel aanwezig is in de kerk.

Dat deed me al de wenkbrauwen fronsen, maar de retweet waarin confrater Jos Moons sj stelt dat “een tabernakel sinds #VaticanumII niet meer de centrale plaats in de kerk heeft”, zette me aan om wat verder te zoeken. De hashtag #VaticamunII in combinatie met boude beweringen heeft wel eens meer die uitwerking op mij.

De onschatbare informatiebron van rkdocumenten.nl geeft elke leek de mogelijkheid zo’n uitspraken te checken. Lang leve de democratisering van het magisterium van de Kerk!

In de documenten van het tweede Vaticaans Concilie worden echter geen schikkingen gesteld voor tabernakels, toch niet in directe verwoording. Navraag bij voornoemde twitteraars leerde me dat de Algemene Instructie van het Romeins Missaal (ook een product van Vaticanum II, of toch van de ‘geest’ ervan) bepalingen bevat over de locatie van het tabernakel in een kerkgebouw.

Via google had ik intussen ook al een afbeeldingen gevonden van de crypte in Vaals, waar het tabernakel wel degelijk centraal staat, maar in een aparte ondergrondse ruimte, zo groot als een kerk op zich, die dus volledig is toegewijd voor de aanbidding.

Trouwens, zo stelt Sintobin ons gerust, Vaals is een heel conservatieve abdij, “hun liturgie is zo goed als volledig in het Latijn”. Mijn ongeruste gevoelens dat het ging om een willekeurige interpretatie ‘volgens de geest van het concilie’, zijn dus netjes op hun plooi gekomen.

Gerustgesteld… Of niet helemaal?

De psychologische uitwerking van de uitspraak dat “een tabernakel sinds #VaticanumII niet meer de centrale plaats in de kerk heeft” gaat bij mij veel verder dan de boodschap die eigenlijk wordt gebracht. De ontvanger van de boodschap bepaalt immers mee de inhoud, dat weten historisch-kritische exegeten best.

Ik mag ervan uitgaan dat de boodschap in strikte zin daarin bestond dat de gewoonte om het tabernakel midden bovenop het hoofdaltaar van een kerk te plaatsen sinds de liturgische hervormingen van Vaticamum II geen algemene regel meer is bij de inrichting van een kerk, omdat er omwille van praktische schikkingen (de plaatsing van een volksaltaar voor het hoofdaltaar, bijvoorbeel) andere locaties beter in aanmerking komen om de voortdurende aanwezigheid van Christus volwaardig tot haar recht te laten komen.

Het is mijn eigen achterdocht die achter deze uitspraak een achterstelling vermoed van het belang van de manifeste aanwezigheid van het Allerheiligste Sacrament in een kerk. In mijn achterdocht hoor ik dat sinds Vaticanum II het belang van de blijvende aanwezigheid van Christus in de geconsacreerde hosties moet worden gerelativeerd, dat het dus niet zoveel uitmaakt waar die worden bewaard en dat ze middenin de Kerk eigenlijk een beetje in de weg staat van belangrijker attributen. Ook dat kwam verderop in de Twitterdraad tot uiting: “Wie ter communie gegaan is, is zelf ‘vlees van Christus’ geworden, daarom staat het tabernakel niet centraal”.

Magisterium over het tabernakel

Op RKDocumenten vind je teksten uit het magisterium die handelen over de bewaarplaats van de heilige Rest, voor en na het Concilie:

  • Preconciliair decreet over de plaatsing van het tabernakel uit 1957 (toen er dus nog geen sprake was van volksaltaren): “De allerheiligste Eucharistie moet bewaard worden op de verhevenste en edelste plaats van de Kerk, en daarom als regel op het hoofdaltaar”.
  • Algemene instructie van het Romeins Missaal uit 1969: “moet men het allerheiligste Sacrament bewaren in een tabernakel in een gedeelte van de kerk dat voornaam is, onderscheiden, in het oog vallend, met luister versierd en geschikt voor het gebed”, maar dus ook: “Vanwege de tekenwaarde is het passend dat op een altaar waaraan de Mis gevierd wordt, geen tabernakel staat waarin de allerheiligste Eucharistie bewaard wordt. Derhalve verdient het de voorkeur het tabernakel te plaatsen, […] ofwel op het priesterkoor, buiten het altaar van de viering, in een vorm en op een plaats die meer passend zijn zonder het oude altaar uit te sluiten dat niet meer gebruikt wordt voor de viering; of ook in een kapel die geschikt is voor persoonlijke aanbidding en gebed door de gelovigen, die organisch met de kerk verbonden is en voor de gelovigen zichtbaar is.”
  • Document Inaestimabile Donum van de Congregatie van de Geloofsleer uit 1980 (onder paus Johannes Paulus II, net voordat Joseph Ratzinger prefect van de conregatie zou worden): “Het tabernakel, waarin de Eucharistie wordt bewaard, kan zich bevinden op een altaar of zelfs daarbuiten op een plaats in de Kerk die goed zichtbaar, werkelijk voornaam en passend versierd is, of in een aparte kapel die zich leent voor persoonlijk gebed en aanbidding door de gelovigen.”
  • Exhortatie Sacramentum Caritas van Paus Benedictus XVI uit 2007: “In kerken waar geen Sacramentskapel is en nog wel het hoofdaltaar met tabernakel aanwezig is, is het passend van die structuur gebruik te blijven maken voor het bewaren en aanbidden van de Eucharistie, […]. In nieuwe kerken is het goed een Sacramentskapel te voorzien, dicht bij het priesterkoor.” 

Het is duidelijk dat de tekst uit de Instructie van het Missaal passages bevat die bij selectieve lezing oorzaak kunnen zijn van het misverstand waardoor heel wat tabernakels in het verdomhoekje zijn geraakt tijdens de haastige herinrichtingen na het Concilie. Maar de latere teksten zetten dit misverstand recht.

Ik besluit dat sinds het Tweede Vaticaans Concilie het tabernakel inderdaad wordt losgemaakt van het altaar en dat laatste bewaart vanzelfsprekend de centrale positie in de kerk, die dus—in geometrische termen—niet langer gedeeld wordt met het tabernakel.

Als er in een kerkgebouw na het concilie een relocatie noodzakelijk is van het tabernakel, is dat omwille van die reden en met de bedoeling het Heilig Sacrament prominenter aanwezig te stellen in functie van de nieuwe omstandigheden, als je de teksten welwillend leest.

Een gebruiksvriendelijke kerk

Inrichters van kerken zouden een cursus interaction design moeten volgen voor ze in de kerk met altaren en tabernakels gaan schuiven.

Als je een programmeur een computerprogramma laat ontwerpen, loop je het risico dat het resultaat een ingewikkeld programma is dat vanalles kan, maar waar een gewone gebruiker geen weg mee weet, tenzij hij een heel dikke handleiding doorworstelt.

De toepassing van de principes van interaction design helpen de programmeer een programma te maken dat eenvoudig te gebruiken wordt, zoals de apps op je gsm. Het bevat niet alle toeters en bellen van het ingewikkelde computerprogramma, maar de belangrijkste functies zijn prominent aanwezig en intuïtief bruikbaar zonder handleiding.

Als je een theoloog een kerk laat bouwen, krijg je een gebouw boordevol vormen, leegtes of abstracte kunstwerken met diepe symbolische betekenissen en functies, dat spiritueel heel rijk kan zijn, maar waar een gewone gelovige geen weg mee weet, tenzij hij eerst zelf een cursus theologie volgt waarin al die betekenissen uitgelegd worden.

Katholieke gelovigen weten dat een kerk de plaats is waar Christus aanwezig is in het Heilig Sacrament, dat is een belangrijke functie van het kerkgebouw. Daarom is het logisch dat de inrichting van de kerk ervoor zorgt dat eender wie het gebouw binnentreedt in een oogopslag het tabernakel zal terugvinden en er ook plaats zal vinden om bij het tabernakel Christus te aanbidden.

Neem de proef op de som: stap een willekeurige kerk binnen en ga na hoelang het duurt voor je het tabernakel hebt gevonden. Probeer vervolgens een plaatsje te vinden waar je voor het tabernakel kan neerknielen om te bidden. Haal je dat binnen een paar minuten, dan is het een gebruiksvriendelijke kerk! Ben je na vijf minuten nog steeds vruchteloos op zoek naar Jezus, dan is er iets grondig mis met de inrichting van die kerk! Misschien ware het praktischer geweest deze zelf-test in de Algemene Instructie van het Romeins Missaal op te nemen 🙂

Op de boeiende wikipediapagina over het tabernakel lees je welke vormen deze bewaarplaats van het geconsacreerde brood in de loop van de geschiedenis heeft aangenomen. Dat lijkt misschien mijn betoog om de ‘klassieke’ vorm te bewaren enigszins te relativeren, maar mij heeft het vooral bijgebracht dat in de twintig eeuwen kerkgeschiedenis kerkinrichters de principes van interaction design feilloos wisten te hanteren! Soms meer dan vandaag…

Venerabelkapel in de Antwerpse kathedraal