Tag: maria

Vrome logica

Vrome logica charmeert mij bijzonder. In onderstaand uittreksel van De Ware Godsvrucht, neemt de heilige Louis-Marie Grignon de Montfort ons bij de hand om, uitgaande van het beeld van het mystieke lichaam van Christus dat de apostel Paulus gebruikt in zijn eerste brief aan de Corinthiërs, via logische gevolgtrekkingen aan te tonen dat wijzelf ook Maria als onze moeder moeten beschouwen. En daar is geen speld tussen te krijgen!

Een mens en een mens is in haar geboren, zegt de heilige Geest: Homo et homo natus est in ea. Sommige vaders leggen deze tekst aldus uit: De eerste mens, die uit Maria werd geboren, is de Godmens, Jezus Christus; en de tweede een gewone mens, kind van God en van Maria door aanneming. Wanneer het hoofd van het menselijk geslacht Jezus Christus in haar werd geboren, dan is het logisch, dat ook de uitverkorenen, de ledematen van zijn mystiek Lichaam, in Maria het leven ontvangen. Een moeder brengt toch niet alleen het hoofd ter wereld zonder de ledematen; ook niet de ledematen zonder het hoofd. Dat zou immers een monster zijn in de natuur. Welnu, zo is het ook in de bovennatuur: zowel hoofd als ledematen komen voort uit dezelfde moeder. Indien dus een lid van het mystiek Lichaam van Jezus Christus, een voorbeschikte, een andere moeder zou hebben dan Maria, die het hoofd gebaard heeft, dan zou hij allerminst een uitverkorene of lidmaat van Jezus Christus zijn, maar een monster in de orde van de genade.

Louis-Marie Grignon de Montfort, De Ware Godsvrucht, §32
Die Gottesmutter von Lippo Memmi

De correspondentie van de heilige Maagd

Vandaag stond er een interessante heilige op de kalender: Ignatius van Antiochië. Hij stierf in 106, dus hij is bij de oudste heiligen die we kennen. Zo oud dat hij volgens de overlevering de apostel Johannes nog heeft gekend.

Onderstaande passage uit zijn levensverhaal op heiligen.net intrigeerde me:

Volgens de overlevering was hij nog een leerling geweest van de apostel Johannes. Jacobus de Voragine († 1298; feest 13 juli) vertelt in zijn gouden legendeboek dat Ignatius als geloofsleerling een brief zou hebben geschreven aan de heilige Maagd Maria. Hij zou daarin hebben gevraagd of alle wonderen die Johannes over Jezus vertelde echt waar waren. In een antwoordbrief zou Maria hem op het hart hebben gedrukt dat hij geloof kon hechten aan alles wat Johannes over Jezus zei.

Waarom is dit een relevante nota?

De MST (mainstream theology – eigen terminologie, nvdr) van vandaag gaat er prat op dat er in de laatste decennia, dankzij het historisch-kritisch bijbelonderzoek, tal van bijbelverhalen ontmaskerd zijn als “geloofsverhalen”. Die hebben niet noodzakelijk een historische basis, maar werden—net als veel heiligenlevens—gestoffeerd om een boodschap over te brengen op de lezer. De mensen van vandaag, en dus ook de gelovigen van vandaag, zijn immers veel kritischer dan hun voorgangers in de voorbije twintig eeuwen, die kritiekloos de grootste fabels als waar aannamen. Zo doet men ons voorkomen.

De anekdote over Ignatius toont het tegendeel aan. De dertiende-eeuwse legendeschrijver heeft een verhaal geschreven dat ongetwijfeld de historisch-kritische toets niet zal doorstaan, waarin de jonge Ignatius correspondeert met de heilige Maagd. De inhoud van die correspondentie legt echter bloot dat, tenminste in de dertiende eeuw, de vraag leefde naar de historische echtheid van de wonderverhalen over Jezus in het Evangelie.

Ik ben ervan overtuigd dat de gelovigen in die twintig eeuwen altijd even kritisch hebben gestaan tegenover de historiciteit van de Bijbel en dat wij in onze tijd daarop geen uitzondering zijn. Het enige verschil is dat wij nu een ander, wetenschappelijk, begrippenapparaat hebben uitgewerkt om die twijfel uit te drukken.

Het antwoord van de legendeschrijver op die twijfel, namelijk dat de heilige Maagd de historiciteit persoonlijk heeft bevestigd tegenover de jonge aspirant-Heilige, verwijzen wij natuurlijk meteen naar de prullenmand.

Spiritueel is het echter een veel mooier resultaat dan welk historisch-kritisch onderzoek ooit zal boeken. Eeuwen voor de afkondiging van de grote dogma’s over Maria klinkt erin reeds het per Mariam ad Jesum. Maria zet de historisch-kritische onderzoeker een hak door per brief hun vragen te beantwoorden dat een jonge geloofsleerling die onderhevig is aan twijfel, de Evangeliën wel degelijk mag lezen als de waar gebeurde verhalen van het leven van haar Zoon Jezus.

Ik heb hier een afbeelding gevonden van een schilderij van de heilige Maagd die het Magnificat schrijft. Misschien zal historisch-kritisch onderzoek ooit aantonen dat zij in werkelijkheid het antwoord op de brief van Ignatius aan het neerpennen is!

Marie Ellenrieder: “Mary Writing the Magnificat” 1833, Staatliche Kunsthalle Karlsruhe