Het Lijdensverhaal van Jezus – II – Het Laatste Avondmaal

SYNOPSIS VAN HET LIJDENSVERHAAL IN TONEELVORM

TWEEDE BEDRIJF

5  rollen met tekst

Jezus – Petrus – Johannes – Heer van het huis – Judas

 

figuranten

Andere leerlingen

 

 locatie

Buiten de stad

 

Jezus

Ga voor ons het pesachmaal bereiden, zodat we het kunnen eten.

Lc 22:8

Petrus en Johannes

Waar wilt u dat we het bereiden?

Lc 22:9

Jezus

Let op, wanneer jullie de stad in gegaan zijn, zal jullie een man tegemoet komen die een kruik water draagt. Volg hem naar het huis waar hij binnengaat, en zeg tegen de heer van dat huis: “De meester vraagt u: ‘Waar is het gastenvertrek waar ik met mijn leerlingen het pesachmaal kan eten?’” Hij zal jullie een grote bovenzaal wijzen die al is ingericht; maak het daar klaar.

Lc 22:10-12

Petrus en Johannes volgen de man met de kruik tot aan een huis.

Mc 14:16

 locatie

In de bovenzaal

 

Petrus en Johannes

De meester vraagt u: ‘Waar is het gastenvertrek waar ik met mijn leerlingen het pesachmaal kan eten?’

Lc 22:11

Heer van het huis

Deze grote bovenzaal is ingericht en alles staat gereed om het pesachmaal klaar te maken. Hier kan uw meester samen met zijn apostelen aanliggen voor de maaltijd.

Mc 14:15

Toen de avond was gevallen, lag hij samen met de twaalf aan voor de maaltijd. Jezus stond tijdens de maaltijd op. Hij legde zijn bovenkleed af, sloeg een linnen doek om en goot water in een waskom. Hij begon de voeten van zijn leerlingen te wassen en droogde ze af met de doek die hij omgeslagen had.

Mt 26:20, Joh 13:4-5

Jesus Washing Peter’s Feet (Ford Madox Brown, 1852-56, Tate Gallery, London)

Petrus

U wilt toch niet mijn voeten wassen, Heer?

Joh 13:6

Jezus

Wat ik doe, begrijp je nu nog niet, maar later zul je het wel begrijpen.

Joh 13:7

Petrus

O nee, míjn voeten zult u niet wassen, nooit!

Joh 13:8

Jezus

Als ik ze niet mag wassen, kun je niet bij mij horen.

Joh 13:8

Petrus

Heer, dan niet alleen mijn voeten, maar ook mijn handen en mijn hoofd!

Joh 13:9

Jezus

Wie gebaad heeft hoeft alleen nog zijn voeten te wassen, hij is al helemaal rein. Jullie zijn dus rein – maar niet allemaal.

Joh 13:10

Jezus doet zijn bovenkleed aan en gaat weer naar zijn plaats.

Joh 13:12

Jezus

Begrijpen jullie wat ik gedaan heb? Jullie zeggen altijd “meester” en “Heer” tegen mij, en terecht, want dat ben ik ook. Als ik, jullie Heer en jullie meester, je voeten gewassen heb, moet je ook elkaars voeten wassen. Ik heb een voorbeeld gegeven; wat ik voor jullie heb gedaan, moeten jullie ook doen. Waarachtig, ik verzeker jullie: een slaaf is niet meer dan zijn meester, en een afgezant niet meer dan wie hem zendt. Je zult gelukkig zijn als je dit niet alleen begrijpt, maar er ook naar handelt.

Joh 13:12-17

Jezus

Ik doel niet op jullie allemaal: ik weet wie ik heb uitgekozen. Wat in de Schrift staat zal in vervulling gaan: “Hij die at van mijn brood heeft zich tegen mij gekeerd.” Ik zeg het jullie nu al, voor het gaat gebeuren; wanneer het dan gebeurt, zullen jullie geloven dat ik het ben. Ik verzeker jullie: wie iemand ontvangt die door mij gezonden is, ontvangt mij, en wie mij ontvangt, ontvangt hem die mij gezonden heeft. Waarachtig, ik verzeker jullie: een van jullie zal mij verraden.

Joh 13:18-21

Leerlingen samen

Ik ben het toch niet?

Mc 14:19

Petrus

Johannes, vraag Jezus wie hij bedoelt…

Joh 13:24

Johannes

Wie, Heer?

Joh 13:25

Jezus

Hij die samen met mij zijn brood in de kom doopt, die zal mij uitleveren. De Mensenzoon zal heengaan zoals over hem geschreven staat, maar wee de mens door wie de Mensenzoon uitgeleverd wordt: het zou beter voor hem zijn als hij nooit geboren was.

Mt 26:23-24

Judas

Ik ben het toch niet, rabbi?

Mt 26:25

Jezus

Jij zegt het. Doe maar meteen wat je van plan bent.

Mt 26:25, Joh 13:27

Judas neemt het brood aan en gaat meteen weg. Het is nacht.

Joh 13:30

Jezus

Ik heb er hevig naar verlangd dit pesachmaal met jullie te eten voor de tijd van mijn lijden aanbreekt. Want ik zeg jullie: ik zal geen pesachmaal meer eten voordat het zijn vervulling heeft gevonden in het koninkrijk van God.

Lc 22:15-16

Jezus neemt een brood

Jezus

Gezegend zijt Gij God, Heer van al wat leeft. Uit uw milde hand hebben wij het brood ontvangen. Aan U dragen wij op de vrucht van de aarde, het werk van onze handen.

Offertorium

Jezus breekt het brood en geeft de leerlingen ervan.

Jezus

Dit is mijn lichaam dat voor jullie gegeven wordt. Doe dit, telkens opnieuw, om mij te gedenken.

Lc 22:19

Jezus neemt een beker.

Jezus

Gezegend zijt Gij God, Heer van al wat leeft. Uit uw milde hand hebben wij de beker ontvangen. Aan U dragen wij op de vrucht van de wijngaard, het werk van onze handen.

Offertorium

Jezus geeft hun de beker.

Jezus

Drink allen hieruit, dit is mijn bloed, het bloed van het verbond, dat voor velen wordt vergoten tot vergeving van zonden. Ik zeg jullie: vanaf vandaag zal ik niet meer van de vrucht van de wijnstok drinken tot de dag komt dat ik er met jullie opnieuw van zal drinken in het koninkrijk van mijn Vader.’

Mt 26:27-29

Leerlingen samen

Gezegend zijt Gij God, Heer van al wat leeft, die in zijn goedheid de hele wereld voedt met genade, liefde en barmhartigheid. Hij geeft voedsel aan alles wat leeft – zijn liefde kent geen grenzen.

Ps 136:25

MEER BIJBELTONEEL

A.M.D.G.

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *