Ja, want…

Ja, maar

In de kleine homilie van de dinsdag van de 5de week van de vasten roept paus Franiscus op geen christen te zijn van “ja, maar…”. Morren kan terecht zijn, maar het kan ook een zonde zijn, als Gods gaven ervan het onderwerp zijn en het hart erdoor vergiftigd wordt. De kleine homilieën van de paus zijn geen leerstellige traktaten en ook deze preek, waarvan de publicatie slechts een fragmentarische weergave geeft, is een kunstig samenspel van bijbelse beelden en een bevrijdende boodschap, vast en zeker het overwegen waard.

Ik zou er persoonlijk nog even op willen verdergaan. Als een christen God wil aanvaarden in zijn leven, is er eigenlijk maar één antwoord denkbaar, en dat is een volmondig “ja”. Naast de “ja, maar”-christenen, over wie we het al hadden, is de kerk ook bevolkt door talloze “ja, want”-christenen. Een “ja, want”-christen mort niet over het geloof, maar wil het juist graag bevestigen, met eigen argumenten. Zo’n christen is heel authentiek en heeft altijd een getuigenis paraat over hoe het geloof zijn leven concreet betekenis geeft (of is het andersom?). Net zoals het niet altijd kwaad is te morren, is het zeker niet slecht om een persoonlijke grond te hebben waarop het geloof kan berusten. Toch is het ook met “ja, want”-geloof opletten geblazen! Het zou wel eens kunnen gebeuren dat het een vorm van hoogmoed wordt, een persoonlijke intellectuele prestatie die voorgaat op God c.q. de Heilig Geest als bron van het geloof.

Enkele dagen geleden was het evangelie van de dagmis het verhaal van de dienaar van de koning (Joh 4:46-54) die Jezus de oren van het hoofd zeurt om naar zijn huis te komen om zijn ziek kind te genezen. Zo’n belangrijk man denkt zeker dat Jezus zijn verzoek zal inwilligen, omdat Die dat ook al bij minder belangrijke mensen deed. Maar Jezus komt niet mee, Hij wordt zelfs een beetje boos en zegt dat de mensen Hem alleen willen geloven als Hij wonderen voor hen doet (een “ja, want”-geloof). Dus daarom doet Hij iets wat Hij tot dan nog nooit heeft gedaan. Tot dan verrichtte Hij al zijn genezingswonderen in aanwezigheid van de zieke, hetzij op ‘huisbezoek’, hetzij in ‘consultatie’. Dat doktertje spelen is Hij beu en tegen de dienaar van de koning zegt Hij: ga naar huis, uw kind is genezen! En nu komt het bijzondere: de dienaar van de koning gelooft zonder het wonder te zien! Zijn antwoord was “ja”, zonder “want”!

Als wij Jezus ontmoeten in gebed, eucharistie, biecht of andere sacramenten, gaan wij dan terug naar huis met een “ja”-geloof? Of is er ook een “maar” of een “want” die ons hart voor dat van Jezus sluit?

  • Tevreden over deze inhoud?
  • ja   nee

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *