Nimbusnerd op avontuur in de Amuz

Ik geef toe, wat hier volgt zal u ongetwijfeld worst wezen, maar bij wijze van spielerei publiceer ik het toch, al is  het maar omdat dit blog in beginsel over de verbeelding van het geloof gaat als hulpmiddel om het geloof te begrijpen en over te dragen.

Vierde artikel – Die geleden heeft onder Pontius Pilatus, gekruisigd is, gestorven en begraven

De vraag is: moet op een voorstelling van Jezus’ begrafenis het dode lichaam voorzien zijn van een nimbus (aureool), of juist niet?

Vorige week bekeken we in onze oude prentencatechismus de prent van het vierde artikel van de geloofsbelijdenis, “Die geleden heeft onder Pontius Pilatus, gekruisigd is, gestorven en begraven”. De prent toont vier taferelen: links boven wordt Jezus gegeseld, rechts boven wordt Jezus op het kruis genageld, centraal sterft Jezus aan het kruis (en —voor de liefhebbers— links onderaan gaan op dat ogenblik de graven open van veel gestorven heiligen, Mt 27:53) en rechts onderaan wordt Jezus begraven.

De begrafenis van Jezus, het lichaam krijgt geen nimbus!

Eén van de kinderen viel iets op wat mij tot nu toe ontging: op de eerste drie taferelen krijgt Jezus een nimbus, maar op het vierde niet!

De tekenaar moet dit wel met opzet zo voorzien hebben. Zijn redenering was ongetwijfeld dat Jezus’ dode lichaam geen nimbus behoeft omdat zijn Ziel het lichaam verlaten heeft. Die toefde immers in het dodenrijk (“die neergedaald is ter helle”, zoals de geloofsbelijdenis het verwoordt).

Vijfde artikel – Die nedergedaald is ter helle

Dat tafereel toont dezelfde prentencatechismus op de volgende bladzijde met een heel mooie prent, die Jezus’ ziel afbeeldt die het dodenrijk binnentreedt, met het kruis nog in de hand, om aan te tonen dat het een zinnebeeldige voorstelling betreft. Op deze prent krijgt Jezus wel de nimbus.

Een blik in de foyer van Amuz. Als je goed kijkt zie je rechts onder Christus die ten grave wordt gedragen mét nimbus!

Het toeval wil dat ik ’s anderendaags in de voormalige Antwerpse Sint-Augustinuskerk (nu: Amuz) een concert bijwoonde. De foyer van de concertzaal is een vroegere kapel met prachtige wandschilderingen, waaronder een voorstelling van Christus die begraven wordt… mét nimbus!

Dat wrong en dus heb ik op Google rondgesnuisterd om te kijken of de logica van de catechismus ook elders terug te vinden is. Dat blijkt echter helemaal niet het geval. Het dode lichaam van Jezus krijgt steevast de nimbus! Hieronder vind je enkele voorbeelden uit diverse tijdsvakken en stijlperiodes. De geijkte voorstellingswijze van Christus’ dode lichaam is mét nimbus!

Terug  naar de prentencatechismus dus, waar de oplossing voor het vraagstuk zich aandient in de begeleidende tekst (rtfm):

“Is gestorven”: deze woorden in de geloofsbelijdenis betekenen dat Jezus’ ziel zijn lichaam heeft verlaten. Niettemin bleef de goddelijke natuur aanwezig zowel in de ziel als in het lichaam.

Zo klinkt het ook in de Catechismus van de Katholieke Kerk:

Bij hun beschouwingen over de verrijzenis gaan de Kerkvaders uit van de goddelijke persoon van Christus die verenigd blijft met zijn door de dood van elkaar gescheiden ziel en lichaam: “Immers, door de eenheid van de goddelijke natuur die in beide delen aanwezig is, verenigen de twee gescheiden delen zich weer met elkaar. Zo komt de dood weliswaar tot stand, wanneer de met elkaar verenigde delen gescheiden worden; de verrijzenis komt echter tot stand, wanneer de gescheiden delen weer verenigd worden”.

De illustrator die zo’n eeuw geleden de prentencatechismus opluisterde, ging dus eigengereid tewerk of maakte een schromelijke vergissing door het lichaam van de gestorven Christus te ontdoen van zijn nimbus die de goddelijke natuur dient te weerspiegelen!

Case closed… wat betreft die nimbus althans.

Graag wil ik nog enkele bedenkingen toevoegen betreffende het concert. Erg vaak grijpen we de kans niet om zo’n concert bij te wonen, en dat is eigenlijk spijtig. Er werd middeleeuwse kerstmuziek gebracht door het Huelgasensemble van Paul van  Nevel. Enkele losse overwegingen over de ‘sacraliteit’ van zo’n concert:

  • tijdens het concert had ik tijd te over om me uitgebreid en geconcentreerd te richten op teksten die gezongen werden en die uitdrukking zijn van mijn geloof. Ik voelde aan dat dit een vorm van bezinning is die echt werkt, temeer daar Paul van Nevel zeer inspirerende teksten op het programma zet!
    En dan vroeg ik me af wanneer ik laatst een eucharistie heb bijgewoond waar ruimte was om persoonlijk tot bezinning te komen rond een liturgische tekst? Ik schat anderhalf jaar geleden, wanneer bij gelegenheid van sacramentsdag de gregoriaanse sequentie van de mis werd gezongen… Misschien hoeft het niet elke zondag, maar ik zou geen bezwaar hebben dat het ‘gepraat’ in de liturgie ook eens onderbroken wordt door een louter esthetische (of stille) ondersteuning van persoonlijk gebed. In de buitengewone vorm kan dat wel. In de Vlaamse theaterritus is het niet de gewoonte.
  • het concert vindt plaats in een gedesacraliseerd kerkgebouw dat mooier onderhouden is dan menig sacrale ruimte. Voor veel toehoorders is het waarschijnlijk de enige gelegenheid waarbij ze een kerk bezoeken en naar sacrale muziek luisteren… ik bedenk me dat dit ook een circuit is waar —buiten de kerk om— aan evangelisatie wordt gedaan!
  • na het concert had ik een gesprek met iemand van de generatie van mijn ouders. Ik zei hem dat ik zo’n muziek ook wel in de mis zou willen horen, maar hij repliceerde resoluut dat hij dan geen voet meer in de kerk zou zetten: “veel te ouderwets, een goeie preek is veel beter”. Heel bizar vind ik dat, maar in die generatie geen zeldzame houding tegenover liturgie. Ik neem aan dat je met die houding ook in zo’n concert geen sacraliteit herkent… wat een zonde!
  • eveneens na het concert troffen we een kennis beteuterd aan in de foyer. Hij was wegens het drukke verkeer vijf minuten te laat en werd de toegang tot de concertzaal onverbiddelijk ontzegd, omdat het kunstminnend publiek anders gestoord zou worden in haar beleving van de muziek. Dat is wel een uiterst strenge vorm van respect die hier afgedwongen wordt, dunkt mij! Mocht je met dezelfde gestrengheid in een kerk respect proberen afdwingen voor het tabernakel, waarin toch het Allerheiligste Sacrament wordt bewaard, je zou nogal scheef bekeken worden! De verhoudingen lijken me ietwat zoek?

Ik kan in mijn overdenkingen nog geen lijn ontdekken, maar het valt me toch op dat het merkwaardige illustraties zijn van een ontspoorde relatie van de mens tot de wereld van het sacrale.

Misschien is het dan toch nog goed om af en toe eens over iets onbenulligs het hoofd te buigen als een ontbrekende nimbus op een prent in een eeuwenoude catechismus…

Tot slot de beloofde illustraties waarop Jezus’ lichaam wordt afgebeeld mét nimbus:

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *