Geloven Leren

Opinie en tools voor wie begaan is met het katholieke geloof


Boek III Hoofdstuk 45 Dat men iedereen niet moet geloven, en hoe licht men in woorden struikelt

DE ZIEL. - Heer! Geef mij uw bijstand in de kwelling, want de hulp der mensen is ijdel. (1) Hoe dikwijls heb ik geen trouw gevonden, waar ik die zeker meende te vinden? En hoe dikwijls heb ik er gevonden, waar ik ze niet gezocht zou hebben! IJdel is dan de hoop, op mensen gebouwd; maar het heil der rechtvaardigen is in U, o Heer! Wees gezegend, mijn Heer en mijn God, in alles wat ons overkomt. Wij zijn krank en ongestadig; spoedig bedriegen wij ons en veranderen wij.

Wie is de mens, die zich zo voorzichtig in alles kan gedragen, dat hij niet soms in enige dwaling of verwarring valle? Maar, o Heer! Die op U vertrouwt, en U met een zuivere mening zoekt, zal zo licht niet stronkelen. En al valt hij somtijds in enige kwelling, ja hoezeer hij ook daarin gewikkeld zij, hij zal er welhaast door U uitgeholpen of getroost worden: want Gij verlaat hem niet die op U vertrouwt. Men vindt zelden een trouwe vriend, die bij alle verdrukkingen van zijn vriend standvastig blijft. Gij alleen, o Heer! Gij zijt de allergetrouwste vriend, en buiten U is er geen ander zoals Gij!

Ach! Hoe wijselijk sprak de Heilige Agatha, als zij zeide: Mijn hart is bevestigd en gegrond op Jezus Christus. Indien ik alzo gesteld ware, de vrees der mensen zou mij zo licht niet ontstellen, noch de bijtende woorden mij ontroeren. Wie kan alle dingen voorzien? Wie kan alle kwade voorvallen vermijden? Indien het kwaad dat men voorziet, nog veelal kwetst, hoeveel te zwaarder zal ons dit wonden, welk wij niet voorzien? Maar waarom heb ik, arme, niet beter overlegd? En waarom heb ik zo licht anderen geloofd? Maar wij zijn mensen, en wij zijn niets dan zwakke mensen, al is het dat wij soms door velen voor Engelen gehouden worden. Op wie zal ik dan voortaan vertrouwen, o Heer! Anders dan op U alleen? Gij zijt de Waarheid, die niet bedriegt, noch bedrogen kunt worden. Integendeel: ieder mens is leugenachtig (2), krank, ongestadig, licht struikelend, bijzonder in zijn woorden; zodat niemand terstond moet geloven, al schijnen zijn woorden rechtzinnig te zijn.

Hoe wijselijk, o Heer! Hebt Gij ons gewaarschuwd, ons te wachten voor mensen 3); dat huisgenoten van de mens zijn vijanden zijn (4), en dat men geen geloof moet geven aan hen die zeggen: Zie Christus is hier of Hij is daar (5). Ik ben wijs geworden door eigen schade, en ach, mocht het mij tot meerdere voorzichtigheid strekken en niet om tot nieuwe dwaasheid te vervallen. Wees voorzichtig, zegt mij iemand, wees voorzichtig, en houd voor u wat ik zeg; en terwijl ik zwijg en meen dat het verborgen is, kan hij dat zelf niet stilhouden, maar zichzelf en mij verraden hebbende, gaat hij heen. Bewaar mij, Heer, voor zulke onbezonnen en onvoorzichtige mensen, opdat ik niet in hun handen val, of nooit zo handel. Geef aan mijn mond een waarachtig en standvastig woord, en verwijder van mij de tong van arglist. Wat ik in anderen niet wil lijden, daar moet ik mijzelf voor wachten.

Ach! Hoe goed en vredestichtend is het van anderen te zwijgen, niet alles licht te geloven, of niet lichtvaardig iets voort te zeggen; Aan weinigen zijn hart te openbaren, en U, o Heer! Altoos voor ogen te hebben; In zich niet te laten omdraaien door elke wind van woorden, maar te wensen dat alles binnen en buiten ons volbracht moge worden volgens uw welbehagen. Hoe nuttig is het, tot het behoud der hemelse genade, vertoon onder de mensen te ontwijken en die dingen niet te begeren, die de bewondering der mensen schijnen te verwekken; maar met alle naarstigheid betrachten wat de verbetering van het leven en de ijver bevordert. Hoe schadelijk is het niet geweest aan vele mensen, dat hun deugd bekend was en te vroeg geprezen werd. Hoe voordeliger daarentegen, dat over de genade het stilzwijgen werd bewaard in dit broze leven, dat te recht een gedurige strijd en een onophoudelijke bekoring wordt genoemd (6)

(1) ps. 59: 13 92) Ps. 115: 2 (3) Matth. 10: 17 (4) Matth. 10: 36 (5) Matth. 24: 13 (6) Job 7: 1

Thomas a Kempis

Over de Navolging van Christus - Abonneren per email (dagelijks van 27/11/2016 tot 16/06/2017 in de sterke tijden)