De Tien Geboden zitten goed ineen

God heeft zich veel moeite getroost de Tien Geboden aan zijn volk te bezorgen. Hij heeft zelfs een ‘tweede druk’ nodig gehad, nadat Mozes in een vlaag van ‘colère’ de eerste had vernietigd. Tien is niet veel om een leefregel op te maken. De Tien zijn dan ook maar de geboden van de stenen tafels. Exodus legt nog 613 bijkomende geboden op, die de Joden zelf op schrift moesten stellen. Joden volgen die nog steeds, maar voor Christenen hebben ze afgedaan. De Tien niet, die leven nog voort in de christelijke traditie, zij het met uiteenlopende nummeringen.

Als je de Tien Geboden leest, lijken ze op het eerste zich niet erg samenhangend. De eerste drie gaan over de relatie met God en de andere zeven over de relatie met onze medemens. Da’s al een beetje structuur. Die zeven vertonen enkele merkwaardigheden. Het vijfde gebod luidt “gij zult niet doden“. Dat moet dan wel het voornaamste gebod zijn, zou je denken, maar waarom wordt het dan voorafgegaan door het gebod vader en moeder te eren? Of is dat laatste de ‘overgang’ van de geboden tegenover God naar de geboden tegenover de medemens? En dan zijn er de gekoppelde geboden: het zesde en het negende, en het zevende en het tiende, die telkens zeggen dat je iets niet mag doen, om vervolgens te herhalen dat je het ook niet mag denken

Die laatste twee geboden, daar wil ik een kleine bedenking  over maken. Ze gaan over het innerlijke leven van de mens, over de geest. Aan deze geboden kan je zien dat de tien geboden geen wetten zijn uit een juridisch systeem, dat  immers niet strafbaar kan stellen wat je denkt, ook al lijkt 1984 vaak heel dicht bij, maar dat het om een spirituele instructie gaat. 

Deze twee geboden komen helemaal aan het einde. Je zou geneigd zijn te denken dat het daarom de minst belangrijke zijn. Dat lijkt me onwaarschijnlijk, want het zijn juist de moeilijkste van de tien! Volg jij de tien geboden? Niet doden: vanzelfspekend! Ook niet stelen is een gemakkelijk gebod, dat kunnen de meesten met gemak afvinken, maar nooit iets begeren dat een ander toebehoort… wie kan in eer en geweten verklaren dat hem dat nooit overkomt? En idem dito met het zesde en het negende. 

De laatste geboden vormen de root cause van de eerdere. Elke zonde “in doen en laten” wordt voorafgegaan door een zonde in “woord en gedachte”, zoals het Confiteor dat zo treffend uitdrukt. Algemene wijsheid leert dat problemen moeten aangepakt worden bij de wortel. Dat maakt deze laatste geboden eigenlijk de meest belangrijke!

Jezus voert ons nog een stap verder, wanneer hij spreekt van “het grootste gebod“. Hij condenseert bovenstaand schema door de “liefde voor de naaste als voor jezelf”, wat een uitdrukking is van de laatste reeks geboden, terug te voeren tot de “liefde voor God”, het eerste gebod. Zijn stelling is duidelijk: de root cause, het fundament zeg maar, van elke ethische gedragscode is de liefde voor God. 

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *