Handelingen: een confronterende lectuuropdracht

Onlang was ik op een lezing van het CCV over het boek Handelingen van de Apostelen. Tijdens het obligatoire groepsgesprek na de daartoe ingekorte uiteenzetting, sprak ik met twee willekeurige medetoehoorders. Als staalkaart van het geloof in Vlaanderen, kon die ervaring tellen! 

De eerste deelnemer toonde zich, los van het onderwerp van de lezing, verheugd dat Jezus zelf ook niet van dogma’s en regels hield en had verzuchtingen over de liturgie, die jongeren niet aanspreekt. Hij vindt de woorddienst wel OK, maar de vele gebeden zijn saai en sommige van de lezingen ongepast. “Er zou wel een derde vaticaans concilie nodig zijn om dat bij de tijd te brengen”. Ik stond perplex. 

De tweede deelnemer in ons groepje van vier, had een eigen inzicht in de verrijzenis. Voor hem staat het vast dat Jezus niet is verrezen, want “dat kan niet”. Hij interpreteert de verrijzenis als een soort van sterke herinnering in het hart van zijn leerlingen, zoals hij ook getuigde dat “het soms lijkt alsof zijn overleden vader er nog bij zit, aan tafel, wanneer de familie bijeenkomt”. Hij is gebedsleider van woorddiensten in een parochie te lande. Ik was geshockeerd.

Zelf had ik niet meteen de intentie om het boek Handelingen van kaft tot kaft te herlezen, maar misschien begin ik er toch eens aan, al is het maar om mezelf te overtuigen dat ik niet droom. Als je het boek openslaat, lees je volgende tekst:

Het eerste boek Teófilus, heb ik geschreven over al wat Jesus gedaan en geleerd heeft, van de aanvang af tot op de dag, dat Hij door den Heiligen Geest zijn opdracht gaf aan de apostelen, die Hij uitverkoren had, en opgenomen werd. Door veel bewijzen had Hij hun getoond, dat Hij ook na zijn lijden nog leefde; veertig dagen lang was Hij hun verschenen, en had hun gesproken over het koninkrijk Gods. 

Hand 1:1-3

Zinsbegoocheling en romantisering dus, van kaft tot kaft? Of gewoon een verzameling van verhalen waar je de leukste uit kan pikken om eigen inzichten mee te stofferen? Sorry, maar met de beste wil van de wereld krijg je me niet op die golflengte.

Met alle respect voor deze twee deelnemers, die ongetwijfeld tot de meest geëngageerde, deugdzaamste, zachtaardigste, hulpvaardigste en liefste mensen uit onze Kerk en uit onze samenleving mogen gerekend worden, maar het geloof van hun generatie is zwak. We zitten deze maand liturgisch in de eindtijd en ik ben er zeker van dat hen door hun handelen de grootste goddelijke genade te beurt zal vallen, maar hun Kerk is maar een halve Kerk, want ze heeft geen geloof

Door twee millennia kerkgeschiedenis, theologie, doctrine en spiritutaliteit, opgebouwd met vallen en opstaan, weg te vagen uit het bewustzijn van de Kerk, kom je inderdaad uit op de prille christelijke levensidealen die we in het boek Handelingen zullen aantreffen, ontdaan van dogma’s, leerstellinge, liturgische regels en andere ‘overbodige ballast’. Zelfs zonder die stoorzenders echter blijft de confrontatie wezenlijk, want weet je, die eerste christenen, zij deden inderdaad veel goede werken, maar zij geloofden wél, en ze verkondigden hun geloof, en zij gaven hun leven voor dat geloof! 

3 meningen over “3$s”

  1. Als het niet gaat over een geopenbaarde Waarheid, welke zijn oorsprong heeft bij God zelf, kan ieder
    zijn eigen verhaaltje aanhangen. Jezus Christus was in zijn verkondiging op meerdere punten wel
    enigszins “dwingend”.

  2. U schrijft “die eerste christenen … gaven hun leven voor dat geloof!”

    Met het uitroepteken achter “dat geloof” impliceert u dat dat geloof iets anders zou zijn dan *hun* geloof. Alsof het “beter” zou zijn dan dat van uw twee groepsdeelnemers.

    Net als hen, zie ik dat verschil niet zo stellig. Natuurijk afgezien van het gegeven dat uw groepsdeelnemers in elk geval niet direct door Jezus onderwezen zijn, in tegenstelling tot de apostelen. Tenminste als we hun schrijfsels (na de dood van Jezus) voor waar moeten aannemen.

    1. Ik meen inderdaad dat geloven in een verrijzenis die niet echt heeft plaatsgevonden, verschilt van geloven in een verrijzenis die wel echt heeft plaatsgevonden. Hoewel het missschien een semantische oefening is, zou ik “geloven in iets wat niet is gebeurd” eigenlijk niet echt als “geloof” durven beschouwen.

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *