Geloven Leren

Opinie en tools voor wie begaan is met het katholieke geloof


Geloof-waardigheid

Een woord dat ik de laatste tijd vaak tegenkom wanneer het gaat over de crisis in de Kerk, is ‘geloofwaardigheid’. Vooral in Duitsland is ‘Glaubwürdigkeit’ een buzzword. De these is dat de Kerk te lijden heeft aan een gebrek aan geloofwaardigheid omwille van haar houding tegenover misbruikschandalen, maar in brede zin wordt het ook in andere debatten gehanteerd.

Het is terecht dat de geloofwaardigheid van het instituut van de Kerk in vraag wordt gesteld wanneer kerkelijk gezag wordt misbruikt om seksuele of materiele lusten te bevredigen of om op een andere manier mensen onrecht te doen, en wanneer daarop niet adequaat gereageerd wordt.

Het gebruik van het specifieke woord “ongeloofwaardigheid” in debatten over de crisis van de Kerk vind ik echter symbolisch voor de reikwijdte van de crisis, omdat de Kerk een organisatie is die staat of valt bij het “geloof” van haar leden.

De Duitse Synodale Weg gebruikt de breuk in geloofwaardigheid die de Kerk heeft opgelopen door de misbruikschandalen, om vier programmapunten op de agenda te zetten: inspraak in het kerkelijk bestuur, gehuwde priesters, het vrouwelijk priesterschap en het huwelijk voor homoseksuelen en echtgescheidenen.

Het is een slimme zet, want zo worden deze issues ook meteen gekoppeld aan de “geloofwaardigheid” van de Kerk. Het is echter onterecht te suggereren dat de Kerk ongeloofwaardig zou zijn omdat ze een hierarchisch bestuur kent, het priesterschap toekent aan celibataire mannen en het huwelijk aan een man een vrouw die mekaar eeuwige trouw beloven.

Als deze praktijken afbreuk doen aan haar “geloofwaardigheid”, is het omdat samen met het instituut van de Kerk, ook het geloof aan “geloofwaardigheid” inboet. Dat laatste is natuurlijk geen nieuw fenomeen. Het christelijk geloof is in alle tijden voorwerp van tegenspraak geweest en zal dat ook altijd blijven. Als het geloof “geloofwaardig” moet worden, moet het van tegenspraak ontdaan worden, m.a.w. moet het zich richten op de inzichten van de publieke opinie.

Het kwalijkste effect van de toepassing van deze inzichten zal zijn dat aan een priester of aan een gehuwde of aan een gelovige in het algemeen, geen verwachtingen meer mogen gesteld worden, die het louter menselijke vermogen overstijgen.

Nochtans zijn het de heilige priesters en geestelijken, de heilige moeders en vaders, de heilige leraars en arbeiders, allemaal mannen en vrouwen die, in hun zwakheid, het menselijk vermogen ruim overstegen: zijn zij het die de Kerk gedurende twee millennia geloofwaardigheid geschonken hebben! En dat dankzij de goddelijke genade, maar ook omdat zij wisten dat de Kerk een gemeenschap is die van haar leden altijd meer durfde vragen dan wat ze louter menselijk konden beloven.