Geloven Leren

Opinie en tools voor wie begaan is met het katholieke geloof


Synthesetekst Bisdom Antwerpen: een schandelijk werkstukje!

Stilaan komt het pre-synodaal proces in een nieuwe fase en verschijnen de diocesane syntheseteksten die de gesprekken weergeven die in parochies en andere gemeenschappen en geloofsgroepen hebben plaatsgevonden sinds oktober vorig jaar.

Toen de synthesetekst van het Nederlandse aartsbisdom Utrecht verscheen, met Pinksteren, heb ik die vluchtig doorgenomen. Eén zin uit het elf bladzijdes tellende document beklijfde me: “Hoe laat je mensen begrijpen dat de Kerk dat zegt om het heil van de zielen? Daar moeten we wel wat mee.” Dit is het grootste probleem waarmee de Kerk worstelt. Het mooie aan deze formulering is het uitgangspunt, dat hetgeen de Kerk zegt (en doet) draait om het heil van de zielen. Dat dat tenminste niet in vraag wordt gesteld, is een goed vertrekpunt. Als je tenminste niet al van het begin in vraag stelt wat de Kerk zegt, kan je je eerlijk bezinnen over hoe ze die boodschap kan overbrengen. Niet dat de rest van de tekst veel rekening hield met het “daar moeten we wel wat mee”, maar het stond er toch. Een sprankeltje hoop.

Niet zo in de synthesetekst die bisdom Antwerpen vandaag publiceert. Op welgeteld drie bladzijdes krijg je een uiterst eenzijdig pleidooi voor de klassieke trits: gehuwde en vrouwelijke priesters, loslaten van de seksuele moraal en modernisering van liturgie en catechese. Dit is de tekst die, ook namens mij, naar de Europese bisschoppenconferente zal gaan om daar vermangeld te worden met tal van andere teksten die dan vervolgens in een nieuw synthesedocument naar de syonde in Rome afzakken. Ik wil me er gewoon geen beeld van vormen wat voor spel hier wordt gespeeld, als dit het resultaat is van “samen op weg” gaan in één enkel bisdom.

Hier is de synthesetekst, voorzien van mijn, ietwat misnoegde, commentaren in vet. Ik weet het: kritiek geven is altijd gemakkelijk. Ik probeer het dan ook uitsluitend te doen als iets me werkelijk ter harte gaat. En wees eerlijk: het voorliggende werkstukje is ook een langgerekte klaagzang. Zouden er dan geen positieve dingen in ons bisdom te zeggen zijn?


Bisdom Antwerpen dankt paus Franciscus voor de uitnodiging om samen na te denken over onze verantwoordelijkheid voor de toekomst van de Kerk. Drie jaar hebben we gewerkt met het boek Handelingen van de Apostelen. Wie getuigt vandaag van de Blijde Boodschap? Wie bouwt vandaag aan de kerkgemeenschap? Waarin staan we sterk en waarin staan we zwak? Hoe kunnen wij ‘een kleine apostel’ zijn? In dat licht zijn we een ‘synodale weg’ gegaan, zoals paus Franciscus die aanbeveelt. Tal van groepen en personen hebben hun inbreng gedaan, mondeling of schriftelijk. Uit deze veelheid van reacties hebben we een selectie gemaakt [bijzonder erbamelijk als het eenzijdige werkstukje dat volgt, een eerlijke selectie uit een “veelheid van reacties” zou zijn!], geordend rond drie hoofdthema’s. Deze synthesetekst is besproken en afgewerkt op een verruimde bisschopsraad. [dan hoop ik dat de bisschop en de vicarissen op die raad met grote tegenzin de ‘verruimers’ onderhavige ‘synthese’ gegund hebben om de lieve vrede te bewaren, maar ik vrees dat ze verheugd waren eindelijk ook eens hun eigen persoonlijke inzichten te mogen onderschrijven, zonder er al te expliciet hun naam onder te moeten zetten, anders zou men toch een iets evenwichtiger werkstuk verwachten, ja toch? niet dan?]

Welke klanken komen in ons bisdom het sterkst naar boven? [een synthesetekst hoort niet enkel de sterkste stemmen te laten horen, meende ik?]

  1. Ambt

Veruit het sterkste appel betreft de ambtsvoorwaarden. Vanuit alle mogelijke hoeken klinkt de roep om het gewijde ambt open te stellen voor vrouwen en gehuwde personen [eerlijk is eerlijk: men vat de koe bij de hoorns, zelfs geen captatio benevolentiae werd eraan verspild!]. De argumenten daarvoor zijn divers: van het tekort aan gewijde bedienaars [verdubbeling van het aantal prietserkandidaten/s: 0 x 2 = 0], over de kwaliteit van het pastoraat [als vrouwen blijkbaar verondersteld worden beter te zijn in pastoraat, hebben ze dan het priesterschap nodig om die bijzondere kwaliteit te benutten?] en het geluk van de pastores [dus omdat vrouwelijke pastores ongelukkig zijn omdat ze het niet tot priester gewijd kunnen worden, moet dat mogelijk worden? Wat met traditionalistische roepingen die uit de seminaries geweerd worden, zouden die niet ongelukkig zijn?] tot de principiële geloofwaardigheid [over het argument van de geloof-waardigheid schreef ik eerder al een artikeltje vol] van het instituut.

Het thema staat in onze Kerk al lang op de voorgrond [om niet te spreken van een obsessie]. Vanuit de dynamiek van Vaticanum II [we steken de ‘geest van Vaticanum II’ even in snelheid voorbij door de ‘dynamiek van Vaticanum II’ te verzinnen, leuk!'] leefde de verwachting dat gehuwde mannen al priester zouden kunnen worden in de jaren zestig van de vorige eeuw. Het is in die periode dat een golf van uittredingen de Kerk zwaar heeft geraakt [de jaren zestig aanhalen verraadt wellicht welke generatie die hier aan het woord is]. Vele goede, warme en bekwame herders verlieten het ambt om te huwen. Gemeenschappen bleven verweesd achter, vol onbegrip om de starre houding van de Kerk. De vraag naar de wijding van gehuwde mannen (zgn. viri probati) vraagt om een positieve aanpak op korte termijn. [“samen op weg”, ja, maar wel met het tempo van een sprint!]

Een gelijkaardig gevoel van onrechtvaardigheid betreft de plaats van de vrouw in de Kerk [recht op priesterschap, da’s iets nieuws]. De redenen waarom vrouwen niet worden toegelaten tot het ambt zijn voor menig gelovige ontoereikend [ze zijn toereikend voor wie ze wil verstaan], meer nog: ze klinken wereldvreemd [wereldvreemdheid is eigen aan veel elementen van ons geloof, laten we even de geloofsbelijdenis overlopen en zien wat er allemaal instaat dat wereldvreemd is?]. In oudere generaties leeft bij vele gelovigen wrok hierover [wrok is geen mooie motivatie]. Bij jongere generaties is het nog erger: de ongelijkwaardige behandeling van de vrouw is voor velen de belangrijkste reden om de Kerk links te laten liggen. Dan wordt wrok onverschilligheid [jongere generaties staan even onverschillig tegenover christelijke stromingen die wel vrouwelijke priesters hebben].

Een citaat uit een gesprek met leerlingen van een Antwerps Jezuïetencollege:

“Ik heb me altijd afgevraagd waarom vrouwen in de katholieke kerk geen priester mogen worden. Is deze houding niet bijzonder conservatief [dat is scherp opgemerkt, in mijn vocabularium is dat een plus!]? Is het juist niet door alle stemmen en alle ideeën een kans te geven om te spreken [“spreken” (men bedoelt natuurlijk: “beslissen” - macht!) komt niet enkel priesters toe, ook leken, dus ook vrouwen, die misschien nog meer ingeschakeld kunnen worden in allerhande bestuursorganen, maar dat heeft met het priesterambt niets te maken], dat we uiteindelijk onze waarheid [“onze waarheid”, daar gaat het dus om] vinden? Vrouwen en mannen zullen ongetwijfeld bepaalde situaties uit een andere ooghoek bekijken.”

  1. Taal

Dagelijks botsen we op onze onmacht om het Evangelie te verkondigen. Er is een breed gedeeld aanvoelen dat de boodschap van de Kerk niet aansluit bij het leven van mensen in onze samenleving vandaag [ooit al de vraag andersom gesteld?]. Dat uit zich onder meer in de taal. Voor mensen die buiten het christelijke geloof staan, slagen we er nauwelijks in op een inspirerende manier getuigenis af te leggen van wat ons drijft [dat is een juiste vaststelling en dat is geheel en al te wijten aan een totaal gebrek aan geloofsopvoeding]. Voor wie toenadering zoekt, vallen we terug op verkondiging en catechese die niet aanstekelijk genoeg is en dus niet werft [omdat de verkondiging en catechese slechts zeer zelden to the point komt en blijft zweven rond zoetsappige cliches]. Voor wie mee komt vieren, gebruiken we liturgische taal die vervreemdend werkt [ook dit is een cassante vaststelling: de gangbare liturgische taal in Vlaanderen is totale chaos en inderdaad volledig vervreemd van het geloof]. We moeten werk maken van vertaling en vertolking van de Blijde Boodschap voor de concrete context van onze samenleving [pardon, hoor ik hier de suggestie om nog meer ‘vrije versies’ van de heilige Mis te maken?? been there, done that!].

Een citaat uit een reactie van een geëngageerde leek:

”De gebruikte taal slaat eenvoudig niet meer aan. Zelfs niet een beetje. (…) Ofwel moet men toegeven dat het geloof een boodschap was voor een rurale, agrarische maatschappij en dat die boodschap geen plaats meer heeft in de eenentwintigste eeuw – wat ik weiger te geloven, maar dat heeft dan tenminste het voordeel van de duidelijkheid. (…) Ofwel wordt er – dringend – werk gemaakt van een taalgebruik en een aanpassing aan de actuele en toekomstige context, om de schade nog te beperken. [voor engagement in de kerk is een minimum aan verbeeldingskracht blijkbaar geen vereiste, die nochtans noodzakelijk is om ook maar het begin van het christelijke geloof te proberen vatten]

  1. Geloofwaardigheid

In Vlaanderen is het bon ton om te zeggen: ‘Ik ben wel katholiek opgevoed, maar ik heb niets met het instituut.’ De Kerk als organisatie wordt ervaren als oubollig, star, machtswellustig en wereldvreemd. Tegelijk doen mensen een beroep op het lokale pastorale aanbod om de belangrijke momenten in het leven te vieren en te begeleiden [en om dan weer te verdwijnen, want de cinema bevalt wel, maar het verhaal wordt niet begrepen]. Dan blijkt dat er wel degelijk een groot verlangen bestaat naar een geloofwaardige Kerk. De grote uitdaging is deze twee werelden met elkaar te verbinden [citaat uit mijn eerder aangehaald artikel: “Als het geloof “geloofwaardig” moet worden, moet het van tegenspraak ontdaan worden, m.a.w. moet het zich richten op de inzichten van de publieke opinie.” — niet mijn geloof-waardig geloof!]. Hoe kunnen we de kracht van de Blijde Boodschap laten weerspiegelen in de institutionele structuur?

Velen hebben het moeilijk met de Kerk als structuur of als instituut omdat in hun ervaring de afstand tot de feitelijke geloofsgemeenschap te groot is [of misschien is de afstand van de geloofsgemeenschap tot de Kerk groot?]. Sommigen botsen op obstakels in de communicatie op het niveau van de pastorale eenheid [beuuuh, ik heb mijn goesting niet gekregen van de pastoor! ik ga hogerop!], anderen op het niveau van het bisdom [beuuuh, ik heb van de bisschop ook mijn goesting niet gekregen!] en nog anderen op het niveau van het universele leergezag [beuuuh, blijkbaar is mijn goesting helemaal niet katholiek!]. Het vaakst verwijzen mensen dan naar het ethische discours over relatie en gezin [tiens, dit lijkt wel de enige, vage, verwijzing naar LGBTQ-issues in de tekst, dat is wel erg pover… dat had gerust nog wat aangedikt kunnen worden!]. Er is vraag naar open dialoog en flexibiliteit [ook hier slechts een lauwe eis om de geloofsleer te verdraaien… de Duitsers zijn toch beter op weg, he].

Het probleem en de aanpak van het seksueel misbruik is niet voorbij. Het heeft de geloofwaardigheid van de Kerk en haar verantwoordelijken diep aangetast. Gelovigen en pastores vragen om een transparant beleid en consequente beslissingen.

Een citaat uit het gesprek in de priesterraad:

“Een vereenvoudiging van de kerkelijke structuren zou kunnen helpen om dichter bij de mensen te staan. De wereldkerk moet oprecht de eenheid in verscheidenheid erkennen en moet zich aanpassen aan de lokale noden, gewoontes en gebruiken. [lees: wij willen onze eigen kerk] De kerkgemeenschap, het “Volk van God onderweg” heeft ook nood aan een Kerk die verbindt om echt onderweg te kunnen gaan.” [verbinding die zich blijkbaar afspeelt in onze eigen achtertuin].

Voor de syntheseteksten van de andere Belgische bisdommen, kan u op deze overzichtspagina terecht. [ik heb nog niet de moed gehad die ook te lezen.]