Geloven Leren

Opinie en tools voor wie begaan is met het katholieke geloof


Gewetensonderzoek voor de Boeteviering voorafgaand aan de toewijding van Rusland en Oekraine aan het Onbevlekte Hart van Maria

Als ik enkele weken geleden op Radio Maria de boeteviering volgde die voorafging aan de toewijding door de paus van Rusland en Oekraine aan het Onbevlekte Hart van Maria, werd een gewetensonderzoek (biechtspiegel) uitgesproken, waarvan ik de tekst opvroeg, die ik hieronder publiceer tot nut van eenieder die zich wil voorbereiden op de biecht.

  • Benader ik de Biecht uit een oprecht verlangen naar zuivering, bekering, vernieuwing van leven en nadere vriendschap met God, of beschouw ik het eerder als een last die ik slechts zelden op me wil nemen?
  • Ben ik ernstige zonden vergeten of heb ik deze opzettelijk verzwegen in mijn vorige biecht of een biecht verder in het verleden?
  • Heb ik de penitentie, het boetewerkje dat me werd gevraagd, ook werkelijk gedaan? Heb ik de misstappen die ik heb begaan hersteld? Heb ik geprobeerd de voornemens in mijn leven in praktijk te brengen zodat mijn leven in oversteenstemming werd gebracht met het Evangelie?

I. De Heer zegt: ‘Gij zult de Heer, uw God, beminnen met geheel uw hart.’

  1. Is mijn hart waarlijk op God gericht? Kan ik zeggen dat ik Hem waarlijk bemin boven alles en met een kinderlijke liefde, in getrouwe naleving van zijn geboden? Laat ik me te veel in beslag nemen door tijdelijke zaken? Zijn mijn intenties altijd oprecht in mijn daden?
  2. Is mijn geloof in God, die in zijn Zoon zijn Woord tot ons heeft gesproken, standvastig? Heb ik me volledig aan de leer van de Kerk gehouden? Heb ik mijn christelijke vorming in het hart bewaard door naar het woord van God te luisteren, deel te nemen aan de catechese, daarbij alles vermijdend wat het geloof zou kunnen ondermijnen? Heb ik moedig en onbevreesd mijn geloof in God en in de Kerk beleden? Heb ik mezelf een christen getoond in privé en in het openbaar leven?
  3. Heb ik zowel ’s morgens als ’s avonds gebeden? En is mijn gebed ook een echt ‘van hart tot hart’ spreken met God of is het slechts een lege, uiterlijke oefening? Heb ik geweten hoe ik mijn bezigheden, vreugden en smarten aan God kon aanbieden?
    Zoek ik mijn toevlucht tot Hem met vertrouwen wanneer ik word bekoord?
  4. Heb ik eerbied en liefde voor de heilige naam van God of heb ik Hem beledigd met godslastering, door vals te zweren of door zijn naam ijdel te gebruiken? Ben ik oneerbiedig geweest tegenover Onze Lieve Vrouw en/of de Heiligen?
  5. Heilig ik de dag des Heren en de feesten van de Kerk, neem ik actief, aandachtig en vroom deel aan alle liturgische vieringen, in het bijzonder aan de Heilige Mis? Heb ik het vermeden om onnodige arbeid te verrichten op feestdagen? Heb ik mij gehouden aan de voorschriften van de jaarlijkse biecht en de paascommunie?
  6. Zijn er voor mij ‘andere goden’, dat wil zeggen uitingen of dingen waarin ik meer in geïnteresseerd ben of meer op vertrouw dan op God? Zoals rijkdom, bijgeloof, spiritualisme en andere vormen van magie?

II. De Heer zegt: ‘Bemint elkander, zoals Ik u heb bemind’

  1. Heb ik werkelijk mijn naaste lief of maak ik misbruik van mijn broeders, door mijn eigen belangen te dienen en hen zo te behandelen op een wijze waarop ik zelf niet zou willen behandeld worden? Heb ik schandaal veroorzaakt door mijn woorden of daden?
  2. Heb ik in mijn gezin met geduld en ware liefde bijgedragen tot het welzijn en de sereniteit van anderen?
    Voor de individuele leden van de familie:
    Voor de kinderen: Ben ik gehoorzaam geweest aan mijn ouders, heb ik hen gerespecteerd en geëerd? Heb ik hen geholpen met hun spirituele en materiële behoeften? Ben ik een flinke leerling geweest? Heb ik de autoriteiten gerespecteerd? Heb ik een goed voorbeeld gegeven in elke situatie?
    Voor de ouders: Ben ik bezorgd geweest over de christelijke opvoeding van mijn kinderen? Heb ik ze een goed voorbeeld gegeven? Heb ik hen gesteund en geleid met mijn autoriteit?
    Voor echtgenoten: Ben ik altijd trouw geweest in mijn gevoelens en daden? Heb ik begrip in tijden van onrust?
  3. Weet ik hoe ik van mijzelf, zonder kleingeestig egoïsme, kan geven aan hen die armer zijn dan ik? Voor zover het van mij afhangt, verdedig ik de onderdrukten en help ik de behoeftigen? Of behandel ik mijn naasten, vooral de armen, de zwakken, de ouderen, de gemarginaliseerden, de immigranten met neerbuigendheid of hardvochtigheid?
  4. Ben ik me bewust van de missie die aan mij is toevertrouwd? Heb ik deelgenomen aan de werken van het apostolaat en de naastenliefde van de Kerk, aan de initiatieven en het leven van de parochie?
    Heb ik gebeden en mijn bijdrage aangeboden voor de noden van de Kerk en de wereld, b.v. voor de eenheid van de Kerk, voor de evangelisatie van de volkeren, voor de bevordering van rechtvaardigheid en vrede?
  5. Heb ik het welzijn en de welvaart op het oog van de menselijke gemeenschap waarin ik leef of zorg ik alleen voor mijn eigen belangen? Neem ik deel, voor zover ik kan, aan initiatieven die rechtvaardigheid, openbare zedelijkheid, goede wil en liefdadigheid bevorderen? Heb ik mijn burgerplicht vervuld? Heb ik mijn belastingen regelmatig betaald?
  6. Ben ik eerlijk, toegewijd, werkgetrouw, bereid om het algemeen belang te dienen?
    Heb ik de werknemers en andere mensen in mijn dienst een eerlijk loon gegeven?
    Heb ik contracten nageleefd en mijn beloftes gehouden?
  7. Heb ik gehoorzaamheid en respect betoond aan legitieme autoriteiten?
  8. Indien ik een ambt of leidinggevende positie bekleed, zoek ik dan naar mijn eigen voordeel of zet ik mij in voor het welzijn van anderen in een geest van dienstbaarheid?
  9. Heb ik waarheid en trouw betracht, of heb ik mijn medemens schade berokkend met leugens, laster en verdraaiing, roekeloze oordelen, het onthullen van geheimen?
  10. Heb ik het leven en de lichamelijke integriteit van mijn naaste in gevaar gebracht, zijn eer aangetast, zijn eigendom beschadigd?
    Heb ik een abortus bewerkstelligd of geadviseerd?
    Heb ik gezwegen in situaties waarin ik het goede had kunnen aanmoedigen?
    In het gehuwde leven, heb ik de leer van de Kerk gerespecteerd betreffende de openheid voor het leven en eerbiediging ervan? Heb ik gehandeld in strijd met mijn lichamelijke integriteit (b.v. sterilisatie)?
    Ben ik ook altijd trouw geweest in mijn gedachten? Heb ik haat? Heb ik ruzie gemaakt? Heb ik beledigingen en kwetsende woorden gesproken, waardoor er scheuringen en wrok is ontstaan?
    Heb ik verwijtbaar en egoïstisch nagelaten om te getuigen van de onschuld van anderen?
    Heb ik, door het besturen van een auto of het gebruik van andere ander vervoermiddel, mijn eigen leven of dat van anderen in gevaar gebracht?
  11. Heb ik gestolen? Heb ik ten onrechte andermans eigendom begeerd? Heb ik de bezittingen van mijn naaste beschadigd? Heb ik teruggegeven wat ik nam en de schade die ik heb aangericht hersteld?
  12. Als mij onrecht is aangedaan, heb ik mij dan bereid getoond tot verzoening en vergeving om Christus' wil, of draag ik haat in het hart en een verlangen naar wraak?

III. Christus de Heer zegt: ‘Weest volmaakt als de Vader’

  1. Wat is de fundamentele oriëntatie van mijn leven? Ben ik bezield van de hoop op het eeuwige leven? Heb ik geprobeerd mijn geestelijk leven te verlevendigen met gebed, lezen en het overwegen van het Woord van God, door deel te nemen aan de sacramenten?
    Heb ik versterving beoefend?
    Ben ik bereid en vastbesloten om ondeugden uit te roeien, passies en perverse neigingen te bedwingen?
    Heb ik gereageerd bewogen door de motieven van afgunst, heb ik mij laten leiden door gulzigheid?
    Ben ik verwaand en trots geweest; heb ik gehandeld om mij te doen gelden op zulk een wijze dat ik anderen verachtte en mezelf boven hen heb verheven gevoeld? Heb ik mijn wil aan anderen opgelegd, hun vrijheid geschonden en hun rechten veronachtzaamd?
  2. Hoe heb ik gebruik gemaakt van de tijd, de kracht, de gaven die ik van God heb ontvangen zoals de “talenten” in het Evangelie? Deed ik dit verlangend naar de volmaaktheid van het geestelijk leven en in de dienst van de Heer? Ben ik onverschillig en lui geweest? Hoe gebruik ik het internet en andere middelen om van sociale communicatie?
  3. Heb ik de pijnen en beproevingen van het leven geduldig gedragen, in een geest van geloof?
    Hoe heb ik geprobeerd om versterving te beoefenen, om het lijden wat Jezus ontbrak te voldoen (zoals de heilige Paulus zegt)?
    Heb ik de voorschriften van vasten en onthouding nageleefd?
  4. Heb ik mijn lichaam zuiver en kuis bewaard volgens mijn levensstaat, er aan denkend dat het een tempel is van de Heilige Geest, bestemd voor de verrijzenis en voor glorie?
    Heb ik mijn zinnen bewaakt en vermeden mijn geest en lichaam te bezoedelen met slechte gedachten en verlangens, met onwaardige woorden en daden?
    Heb ik mezelf toegestaan iets te lezen, te bespreken, op te treden of me te vermaken met zaken die in strijd zijn met de menselijke en christelijke eerlijkheid?
    Ben ik door mijn gedrag een schandaal voor anderen geweest?
  5. Heb ik tegen mijn geweten gehandeld, uit angst of hypocrisie?
  6. Heb ik getracht mij in alles en ten alle tijde te gedragen in de ware vrijheid van de kinderen Gods en naar de wet van de Geest of heb ik me laten leiden door mijn passies?
  7. Heb ik het verzuimd iets goeds te doen wat ik (gemakkelijk) had kunnen volbrengen?

Bron: Libretto della Celebrazione della Penitenza e Atto di consacrazione al Cuore Immaculato di Maria