Geloven Leren

Opinie en tools voor wie begaan is met het katholieke geloof


Over de ritus van dit Sacrament (uit de Summa)

Hoewel de nasmaak wrang blijft, wordt het tijd de bladzijde met het vermaledijde motu proprio Traditionis Custodes om te slaan. Het heeft me veel beziggehouden. Van al de argumenten die de paus aanhaalt om zijn maatregel te verantwoorden of die publicisten aanhalen om hem te ondersteunen, is er niet een dat hout snijdt. Het draait er uiteindelijk alleen  om een specifieke stroming in de kerk de mond te snoeren en om dat doel te bereiken wordt de liturgie geïnstrumentaliseerd, wat onwelvoeglijk is, volgens Franciscus' eigen woorden.

Om mijn zinnen te verzetten, heb ik een nieuwe quaestio uit de Summa Theologiae gecorrigeerd en gepubliceerd, “Over de ritus van dit Sacrament”. Thomas van Aquino schreef die in het midden van de 13de eeuw. Het missaal was toen nog niet geuniformiseerd. Dat wil zeggen dat er verschillende streek- of gemeenschapgebonden missaals gebruikt werden. Daarover is online veel informatie te vinden. Inhoeverre die missaals door individuele priesters trouw werden gevolgd, is me niet duidelijk. 

Hoewel volgens de letter het Romeins missaal vandaag voor quasi volledige uniformiteit in de Romeinse kerk staat, is de praktijk vaak anders, en dan heb ik het niet over die paar kerken waar de tridentijnse mis wordt opgedragen. In veel opzichten gaat het er vandaag eigenlijk heel middeleeuws aan toe en in dat opzicht zou men kunnen zeggen dat de paus ‘de tekenen van de tijd’ niet helemaal heeft begrepen.

Sint-Thomas was ook zo’n geestelijke die zelf zijn teksten voor het missaal bijeenschreef, zou je misschien kunnen zeggen. Zo schreef hij de liturgische hymnen O Salutaris, Tantum Ergo (Pange Lingua) en Ecce Panis (Lauda Sion). Weliswaar deed hij dat in opdracht van de paus (Urbanus IV) en mag gezegd worden dat de teksten van zijn hymnes gericht zijn op een diepe beleving van de geloofsmysteries, terwijl hedendaagse mis-schrijvers eerder vage opdrachtgevers hebben en de _feel-good-_ervaring lijken te beogen, zoals je die in de gemiddelde Libelle of Flair ook kan vinden.

In de tijd van Sint-Thomas (1225-1274) is de orde der Dominicanen nog jong (1216). Initieel gebruiken ze de ritus die lokaal geldig is in de kerk, maar nog tijdens zijn leven komt een eigen, universele Dominicaanse ritus tot stand (omstreeks 1250), grotendeels gebaseerd op de Romeinse ritus. Het is me echter niet duidelijk welke liturgische teksten Sint-Thomas zelf gebruikt heeft. In de teksten van de Summa die ik doornam, vind ik geen verwijzingen naar het gebruik van verschillende ritussen. Blijkbaar maakte hij daar niet zo’n zaak van.

Terug naar de quaestio over de liturgie in Sint-Thomas' Summa. Ik las in een artikel over het boek “Thomas Aquinas and the liturgy” het volgende:

Aquinas would place the authority of the liturgy above that of the Fathers of the Church. […] The liturgy […] is the very practice and expression of the Church herself. You might say that this is the Church in her own voice. The liturgy then is an authoritative source by which to measure the truth of theological principles.

Dit is het principe van lex orandi, lex credendi. De vraag in onze tijd is onze lex orandi nog steeds de uiting van de Kerk zelf is. Zeker, het Tweede Vaticaans Concilie heeft, geïnspireerd door de Heilige Geest, een zekere hervorming gewild, maar is diezelfde Heilige Geest ook in mgr. Bugnini gevaren toen die het nieuwe missaal redigeerde? Sint-Thomas had die vraag ongetwijfeld met rationele zekerheid kunnen beantwoorden.

De vragen die Sint-Thomas in de Summa over de liturgie beantwoordt, gaan vooral over het hoogtepunt van de H. Mis, de consecratie, en de voorwerpen,  woorden en handelingen die daarbij gebruikt worden. Voor een uiteenzetting over de verschillende onderdelen van de H. Mis en hun betekenis kan je terecht in artikel 4.

Hij heeft voor alles een uitleg, die Sint-Thomas. Als je zijn quaestio doorneemt, ontdek je een oneindige rijkdom aan symbolieken, waarvan we er vandaag veel niet meer herkennen, omdat ze niet meer in onze liturgie zitten. Andere gelukkig wel nog.

Zo legt hij uit dat er op Kerstmis drie verschillende missen zijn (nog steeds!), om de drievoudige geboorte van Christus te verbeelden: de eeuwige, de geestelijke en de lichamelijke. Hij legt uit waarom de priester sommige delen in stilte bidt of luidop, omdat het deel betrekking heeft op het handelen van de priester alleen, of van de hele gemeenschap, of omdat tijdens Christus’ lijden de leerlingen alleen maar in stilte Christus beleden. Hij legt uit dat de priester zich zevenmaal tot de gelovigen richt, om de zeven gaven van de Heilige Geest te beduiden.

Andere verklaring zijn dan weer van praktische aard, bijvoorbeeld waarom liturgisch vaatwerk niet van steen of glas mag zijn, dat is omdat het eerste niet hygiënisch is en het tweede breekbaar. 

Als hij de gebaren verklaart die de priester maakt, met name de talrijke kruistekens, lijkt het er sterk op dat Sint-Thomas een potje hineininterpretierung speelt (ik gun de lezer een lang citaat):

Bij de Mis maakt de priester kruistekens om het lijden van Christus uit te drukken, dat op het Kruis werd voleindigd. Maar het lijden van Christus heeft trapsgewijze plaats gehad. Vooreerst werd Christus overgeleverd door God, door Judas en door de Joden. Dit wordt weergegeven door het driemaal bekruisen bij de woorden: « Deze gave, deze geschenken, deze heilige en onbevlekte Offers ». Vervolgens werd Christus verkocht, en wel door de priesters, schriftgeleerden en farizeeën. Om dat aan te duiden worden er een andere maal drie kruistekens gemaakt bij de woorden « gezegend, opgeschreven, wettig ». — Dit kan ook aanduiden de prijs van de verkoop, nl. dertig zilverlingen. — Er worden nog twee kruistekens aan toegevoegd bij de woorden: « Opdat het voor ons het Lichaam en Bloed » enz., om aan te geven de persoon van Judas, die verkocht en van Christus, die verkocht werd. Ten derde was er een voorafbeelding van het lijden van Christus in het Laatste Avondmaal. Om dit aan te geven worden er voor de derde maal twee kruistekens gemaakt, een bij de consecratie van het Lichaam en een ander bij de consecratie van het Bloed, wanneer bij elk gezegd wordt: « Hij zegende het ». Op de vierde plaats was er het lijden van Christus zelf. Daarom heeft er voor de vierde maal een bekruising en wel een vijfvoudige plaats, om de vijf wonden aan te duiden, bij de woorden: « Een zuiver Offer, een heilig Offer, een vlekkeloos Offer, het heilig Brood van het eeuwig leven en de kelk van het altijddurend heil ». Ten vijfde wordt uitgebeeld, dat het Lichaam werd uitgerekt en het Bloed vloeide, en het lijden vruchtbaar was, door drie kruistekens bij de woorden: « Wij die het Lichaam en Bloed nuttigen van allen zegen » enz. Ten zesde wordt in herinnering gebracht het drievoudige gebed, dat Christus op het Kruis bad, nl. een gebed voor de vervolgers, toen Hij sprak: « Vader, vergeef het hun »; een ander voor bevrijding van de dood, toen Hij uitriep: « God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten? »; het derde behoort bij het verwerven van de glorie, toen Hij zei: « Vader, in Uw handen beveel Ik Mijn geest ». Daarvoor de drie kruistekens bij de woorden: « Gij heiligt, maakt levend en zegent ». Ten zevende worden de drie uren uitgebeeld, gedurende welke Hij op het Kruis hing, nl. van het zesde tot het negende uur. Daarvoor weer drie kruistekens bij de woorden: « Door Hem, en met Hem en in Hem ». Ten achtste wordt de scheiding van Ziel en Lichaam uitgebeeld door de twee kruistekens die onmiddellijk daarna buiten de kelk gemaakt worden. Ten negende wordt de verrijzenis op de derde dag uitgebeeld door de drie kruistekens, die gemaakt worden bij de woorden: « De vrede des Heren zij altijd met u ». Men kan het ook korter zeggen. De consecratie van dit Sacrament en het aannemen van dit Offer en zijn vruchten hangen af van de kracht van Christus’ Kruis. Daarom maakt de priester overal, waar melding gemaakt wordt van een van deze drie zaken, een kruisteken. 

Het is een hele boekhouding en vereist zelfs wat rekenkunde en voor een priester moet het een hele opgave geweest zijn dit tot een goed einde te brengen! Veel van die handelingen werden vereenvoudigd, ik vermoed zelfs al lang voor de hervorming na Vaticanum II, en hoewel dat vaak terecht was, moet er toch telkens rekening mee gehouden worden dat zo’n vereenvoudiging ook een stuk symboliek wegmaait, wat jammer is, zelfs al hielden we enkel een hineininterpretierte verklaring over.

Ik betwijfel of Sint-Thomas vanuit de logica die hij hanteert zou openstaan voor een liturgiehervorming zoals die na Vaticanum II. In zijn antwoorden op de bedenkingen legt hij vaak goede theologische argumenten op tafel, met verwijzingen naar het Evangelie, naar kerkvaders of gewoon met logische afleidingen, maar even vaak gebruikt hij gezagsargumenten en verwijst hij naar pauselijke decreten om vragen te beantwoorden. Hoewel de Summa is opgebouwd als een tweespraak met kritische opmerkingen waarop antwoorden worden geformuleerd, lijkt het me hem, toch wat betreft de liturgie, er niet om te doen om het ontwerp van de liturgie te verantwoorden. De traditie is aan de Kerk gegeven, niet door de Kerk gemaakt, en als gelovige maakt hij daarvan tijdloos deel uit. Dat men 7 eeuwen na zijn dood de liturgie helemaal zou herschrijven, is een idee dat in hem zelfs niet eens zou opkomen, denk ik. Tenzij de paus hem ertoe opdracht zou geven?