Geloven Leren

Opinie en tools voor wie begaan is met het katholieke geloof


Open einde

Een groot lezer ben ik niet. Heel wat SF-romans passeren de revue op mijn gsm, maar aan echt literair werk kom ik zelden toe. Voor de vakantie aan zee had ik tijdens een recente uitstap lukraak in een Bredase boekhandel drie dunne novellen van het rek geplukt (in Nederland heb je nog echte boekhandels!), dat was naar mijn normen al ambitieus genoeg. Twee van die novellen las ik op een dag tijd uit: “De dood van Ivan Iljitsj” van Tolstoi en “Een ontgoocheling” van Elsschot. Het verwonderde me sterk hoe het toeval me deze twee boeken had doen kiezen, die zoveel onderlinge gelijkenissen vertonen. Beide handelen over een man van middelbare leeftijd, vader van een of meerdere kinderen, die getroffen wordt door een ziekte en daar op enkele maanden tijd aan overlijdt. Als ze hun einde zien naderen, komen ze tot de vaststelling dat hun leven niet ‘af’ is. In Tolstois verhaal heeft de man wel carriere gemaakt, maar nooit echte vreugde gekend in een huwelijk waaruit de liefde verdween en in een hang naar oppervlakkig succes en genot. In Elsschots verhaal is de man zakelijk een mislukkeling (zoals wel meer van Elsschots karakters overkomt) en zijn grootste verwezenlijking, het voorzitterschap van een plaatselijke kaartersclub, is hem roemloos afgenomen. Ook in zijn huwelijk loopt het spaak, want zijn vrouw doet niet liever dan hem verwijten dat zij hem eenmaal met een kameraad in een kroeg van lichte zeden heeft betrapt.

De verhalen zetten de lezer aan bij zichzelf te bespiegelen wat het leven zinvol maakt. Hoewel zeker Elschot bij wijlen zeer humoristisch is, blijft het een duister thema, de confrontatie met de dood. Beide verhalen tonen op tragische wijze dat een ‘goed leven’ niet bepaald wordt door materiele zaken zoals succes in studies en zaken, een bloeiende carriere of oppervlakkig plezier. Die dingen leiden op het einde niet tot voldoening en belemmeren slechts oprecht liefderijke belangstelling tussen vrienden, tussen partners of tussen ouders en hun kinderen.

Wat beide auteurs verbindt, is hun afwijzing van het traditionele christelijke geloof. Elsschot als atheist en Tolstoi als spirituele anarchist. Dat merk je in hun verhalen, want hoewel de christelijke rituelen wel vermeld worden, sluiten de auteurs de paden af naar antwoorden die het geloof zou kunnen geven op de vragen die worden opgeroepen.

Het thema van de confrontatie met de dood en de zin van het leven is sterk, want wie kan zeggen dat er geen momenten in het leven zijn waarin hij tegen die vragen oploopt? De boeken hebben een open einde, vlak na het sterven van de hoofdpersonages, en uit de onbeantwoorde vragen komt de vraag naar de zin van het leven het meest naar boven, ook in de andere personages. Wat zal er bijvoorbeeld worden van de jonge zoon, die beide mannen nalaten? Diens verhaal wordt misschien helemaal anders, of nog dramatischer?

In boeken houden de personages op te bestaan na het omslaan van de laatste bladzijde en onze vragen krijgen daarna geen antwoord. Het enige nut van de personages is immers de lezer een spiegel voor te houden.

Wij zijn geen personages in een boek. Onze auteur is geen atheist of anarchist, die ons slechts gebruikt om anderen een spiegel voor te houden. Ook al is onze laatste bladzijde omgeslagen en zelfs al is dat laatste blad gitzwart en blijft de lezer achter in een poel van zinloos leed, God schrijft geen boeken met een open einde. Het laatste blad was slechts het voorlaatste en Hij is vast al bezig met het allerlaatste blad.