Geloven Leren

Opinie en tools voor wie begaan is met het katholieke geloof


Bloemlezing uit Libertatis Nuntius, over de bevrijdingstheologie, Ratzinger, Congregatie vd Geloofsleer, 1984

Joseph Kardinaal Ratzinger in 1984

De reeks artikelen over ‘vrijheid’ in de geloofsleer wordt vervolgd met een bloemlezing uit Libertatis Nuntius, een document van kardinaal Ratzinger uit 1984, toen hij de Congregatie voor de Geloofsleer leidde. In dit document worden de puntjes op de i gezet wat betreft de katholiciteit van de bevrijdingstheologie, die toen veel verwarring stichtte. De teneur is nogal negatief, maar dat was de bedoeling en wordt grotendeels rechtgezet in een vervolgdocument uit 1986, Libertatis Conscientia, waaruit een volgend artikel een bloemlezing zal bevatten.

Libertatis Nuntius

Vorige artikelen uit deze reeks: “Vrijheid is het buzzword van het katholieke geloof, maar hoe zit dat in de Bijbel?” en “Paus Franciscus en de “vrijheid van de Wet [van de Traditie, nvdr]"

Tegenover de dringende aard van de problemen worden sommigen ertoe verleid de bevrijding van de verslavingen op aards en tijdelijk vlak zo eenzijdig te benadrukken, dat zij de bevrijding van de zonde naar het tweede plan verleggen en deze daardoor in feite niet meer het primaire belang toekennen dat haar toekomt.

De radicale ervaring van de christelijke vrijheid vormt hier het eerste verwijspunt. Christus onze Bevrijder heeft ons bevrijd van de zonde en van de slavernij van de wet en het vlees, welke het kenmerk zijn van de situatie van de zondaar. Het nieuwe genadeleven, vrucht van de rechtvaardiging, maakt ons dus vrij. Dat betekent, dat de meest radicale slavernij de slavernij van de zonde is. De andere vormen van slavernij vinden daarom hun diepste wortels in de slavernij van de zonde. Daarom mag de vrijheid in volle christelijke zin, welke wordt gekenmerkt door het leven in de Geest, niet worden verward met verlof om aan de verlangens van het vlees toe te geven. Ze is een nieuw leven in de liefde.

De ‘theologieën van de bevrijding’ beroepen zich ruimschoots op het verhaal van de Uittocht.Dit is namelijk de fundamentele gebeurtenis in de wording van het uitverkoren volk. Het is de bevrijding uit vreemde overheersing en uit de onderdrukking. Bedacht moet worden dat deze gebeurtenis zijn bijzondere betekenis krijgt vanuit zijn doel, want deze bevrijding is gericht op de stichting van het volk van God en op de dienst van het verbond dat gevierd werd op de berg Sinaï. Daarom mag de bevrijding van de Uittocht niet teruggebracht worden tot een bevrijding van vooral en uitsluitend politieke aard. Het is overigens veelbetekenend dat het woord bevrijding in de Schrift soms wordt vervangen door het zeer nauw verwante woord verlossing.

Het kwaad mag ook niet hoofdzakelijk en alleen in de foutieve economische, sociale of politieke ‘structuren’ worden gelegd alsof alle andere kwalen hun oorzaak hebben in de structuren, zodat de schepping van een ‘nieuwe mens’ van de vorming van andere economische en sociaal-politieke structuren zou afhangen. Men moet inderdaad de moed hebben structuren te veranderen die onrechtvaardig zijn en die onrecht veroorzaken. Maar de goede of slechte structuren zijn als vruchten van menselijk handelen eerder gevolgen dan oorzaken. Wanneer men echter als eerste eis de radicale omverwerping van de sociale verhoudingen stelt en daarom het streven naar persoonlijke volmaaktheid kritiseert, begeeft men zich op weg om de betekenis van de persoon en zijn transcendentie te ontkennen en vernietigt men de ethiek en de grondslag ervan, namelijk de absolute aard van het onderscheid tussen goed en kwaad.

Onkritische ontleningen aan de marxistische filosofie en het beroep op stellingen van een Bijbelverklaring welke door het rationalisme is getekend, liggen ten grondslag aan de nieuwe interpretatie welke al het echte bederft wat de aanvankelijk edelmoedige inzet voor de armen bezat.

“Het zou illusoir en gevaarlijk zijn de zeer nauwe band te vergeten die ze onderling samenhoudt, elementen van de marxistische analyse te aanvaarden zonder hun verhouding tot de ideologie te erkennen en zich bij de praktijk van de klassenstrijd en de marxistische interpretatie daarvan aan te sluiten zonder oog te hebben voor het feit, dat deze actie geleidelijk aan tot een totalitaire en gewelddadige samenleving voert Citaat van paus Paulus VI

Iedere uitspraak van het geloof of van de theologie wordt onderworpen aan een politieke norm, welke zelf afhankelijk is van de theorie van de klassenstrijd als drijfveer van de geschiedenis. Aangaande de Kerk bestaat de neiging haar ‘alleen maar’ te zien als een werkelijkheid binnen de geschiedenis, welke ook aan de wetten gehoorzaamt die geacht worden het historisch wordingsproces in zijn immanentie te beheersen. De ‘theologieën van de bevrijding’ waarover het hier gaat, verstaan onder ‘Kerk van het volk’ een Kerk van een klasse, de Kerk van de onderdrukten, welke ‘bewust’ moet worden gemaakt met het oog op de georganiseerde bevrijdingsstrijd.

Congregatie voor de Geloofsleer

Joseph Kardinaal Ratzinger Vervang ‘marxisme’ door ‘cultuurmarxisme’ en ‘klassenstrijd’ door ‘critical theory’, en het document kan zo terug in publicatie!