Geloven Leren

Opinie en tools voor wie begaan is met het katholieke geloof


Paus Franciscus en de "vrijheid van de Wet [van de Traditie, nvdr]"

Parrèsia in de Galatencatechese

In zijn wekelijkse catechese behandelt paus Franciscus sinds eind juni de Galatenbrief. Je voelt meteen hoe de paus zich personificeert met Paulus, niet alleen omwille van het thema, de vrijheid van de Wet, maar ook omwille van de sappige situatieschetsen die Paulus maakt, als hij zich moet verweren tegen critici in de gemeenschap en tegen de andere apostelen.

Reeds de eerste catechese, op 23 juni 2021, besluit de paus met een uitvoerige veroordeling van ‘rigide verkondigers die menen de waarheid in pacht te hebben’, in de beste Paulinische stijl: Dit artikel sluit aan bij “Vrijheid is het buzzword van het katholieke geloof, maar hoe zit dat in de Bijbel?"

Deze situatie verschilt niet erg van de ervaring van vele christen op onze dagen. Ook vandaag ontbreken de verkondigers niet die, vooral door middel van de communicatiemedia, de gemeenschap kunnen verstoren. Ze doen zich niet voor als verkondigers van het Evangelie van de God die in de gekruisigde en verrezen Jezus de mens bemint. Wel willen ze met nadruk, als echte en eigenlijke “verdedigers van de waarheid” – zo noemen ze zich – opkomen voor de beste wijze om christen te zijn. En met kracht beweren ze dat het ware christendom datgene is waaraan zij zich verbonden hebben. Vaak zijn dat bepaalde vormen uit het verleden. Ze beweren dat de oplossing voor de huidige crisis bestaat in de terugkeer naar vroeger, om de zuiverheid van het geloof niet te verliezen. Ook vandaag, zoals vroeger, bestaat de bekoring zich te beperken tot enkele verworven zekerheden uit oude tradities. Hoe kunnen we deze mensen herkennen? Een voorbeeld. Een van de kenmerken van hun werkwijze is de starheid. Tegenover de verkondiging van het Evangelie die ons vrij en blij maakt, staan de verstarden.

Hé! Dit lijkt sterk op een sneak preview van het motu proprio Traditionis Custodes dat drie weken later verschijnt, waarin hij gelovigen met een voorliefde voor de tridentijnse liturgie de wacht aanzegt!

De analogie die de paus maakt is merkwaardig, want Paulus baseert de breuklijn in de toepasbaarheid van de Wet op de verrijzenis van Christus. Hij heeft het over de Wet voor en na Christus. Terwijl de paus een breuklijn stelt tussen de kerkelijke (dus christelijke) leer voor en na een concilie. Die breuklijn kan toch niet dezelfde radikaliteit worden toegekend?

De paus blijft het actueel houden, want op 4 augustus, onder de titel “Er is slechts één Evangelie”, last hij volgende illustratie in: “Vaak hebben we in de loop van de geschiedenis en ook vandaag nog, gezien dat een beweging die het Evangelie met eigen klemtonen verkondigt, soms vanuit echte, eigen genadegaven, gaat overdrijven en heel het Evangelie herleidt tot de “beweging”. En dat is niet het Evangelie van Christus. Dat is het Evangelie van de stichter of stichteres." Heeft hij het over de Regina-Pacisgemeenschap, die enkele weken later ontbonden zou worden?

Ook de catechese van 11 augustus, over de Wet van Mozes, kreeg een staartje. De paus stelde: “De Wet echter geeft niet het leven, schenkt niet de vervulling van de belofte. […] Wie het leven zoekt moet naar de belofte kijken en naar haar vervulling in Christus” en dat schoot in het verkeerde keelgat bij opperrabijn Rabbi Aroussi, die een boze brief stuurde naar het vaticaan en daarop prompt een vergoelijkend antwoord mocht ontvangen van kardinaal Koch.

De daaropvolgende catechese, 18 augustus, gaat over de opvoedkundige waarde van de Wet, met name de Tien Geboden. De paus besluit: “verwerp ik de geboden? Neen. Ik leef ze na, maar niet absoluut omdat ik weet dat wat mij rechtvaardigt Jezus Christus is." In rigide kringen vindt men dat iets te relativistisch om mooi te zijn.

Weer een week verder, 25 augustus, gaat het over “De gevaren van de Wet” en over het relletje tussen Paulus en Petrus. Die laatste is volgens Paulus een huichelaar, want de ene keer eet hij wel met niet-joden, maar als er andere joodse christenen in de buurt zijn, doet hij het dan weer niet. “Om een goede indruk te maken." zegt de paus, en verder: “Zonder het te bedoelen bracht Petrus door zijn handelwijze - van een beetje zus en een beetje zo, verward en ondoorzichtig – een feitelijke verdeeldheid in de gemeenschap." Tja, dat is een verwijt dat onze paus zichzelf ook wel af en toe kan maken, vind ik.

In elk geval betrap ik hier Paulus ook op een inconsequentie, want in 1 Kor 10 zegt hij dat de christen, hoewel hij in principe vrij is offervlees te eten, dat niet mag doen indien hij daarmee het geweten van zijn broeders kwetst. Als Petrus dat doet, is het huichelarij, en als Paulus dat aanbeveelt, is het broederlijke bezorgdheid? Misschien toch maar best dat er in Paulus' tijd nog geen twitter bestond…

Op 1 september zijn het nog eens de ‘rigiden’ die een veeg uit de pan krijgen: “Ook vandaag zijn er die ons toeroepen: “Neen, de heiligheid ligt in deze voorschriften, in deze zaken, jullie moeten dit en dat doen” en die ons een strenge godsdienstigheid voorstellen. Een strengheid die de vrijheid van de Geest vernietigt welke ons de verlossing van Christus schenkt. Weest op jullie hoede voor de gestrengheden die men jullie voorstelt. Weest op jullie hoede. Immers, achter elke starheid schuilt iets lelijks, niet de Heilige Geest."

Een kwestie van kerkbeeld?

De strijd tegen rigiditeit in de Kerk is een rode draad in paus Franciscus' pontificaat. Ik kan me niet altijd voldoende in de gedachtengang van de paus verplaatsen om te snappen waarom precies dit zo gevoelig ligt. De paus staat natuurlijk niet alleen hierin. In brede kerkelijke kringen vindt men zijn stellingname ‘verfrissend’ en ‘vernieuwend’.

Als ik me probeer voor te stellen hoe die mensen denken over de Kerk, krijg ik een beeld waarin de hele geschiedenis van de Kerk, gerekend vanaf de canonisatie van de Bijbel, samen te vatten is als het verzamelen van ballast. Elk nieuw concilie, elk nieuw dogma, elke nieuwe paus met zoveel nieuwe encyclieken, elke nieuwe editie van het missaal,… bracht extra regels die moesten nagevolgd worden, extra verboden die mensen uitsloten, extra koren op de molen voor een nieuw schisma, kortom: extra verstarring en rigiditeit.

Uiteindelijk, en dan bedoel ik het midden van vorige eeuw, stelde men vast dat de Kerk zich ingekapseld had in een Wet die even complex en onhanteerbaar was als die van de joden in de tijd van Jezus. Men kreeg heimwee naar de tijd van de eerste christenen, om bevrijd te worden van alle ballast die de Traditie ons op de schouders had geladen.

Dit beeld van de Kerk verklaart perfect waarom het tweede vaticaans concilie gezien kan worden als een even radikale breuk als die de eerste christenen indertijd maakten met de joodse Wet. Alles wat Paulus preekt over vrijheid van de Wet en over de Geest is perfect over te dragen op wat de Kerk vandaag meemaakt, alleen zijn wij geen joden die moeten breken met de Wet van Mozes, maar katholieken die moeten breken met de Wet van de Traditie.

Ik denk dat paus Franciscus ook zo’n beeld heeft van de Kerk. Het verklaart waarom hij in zijn Galatencatecheses vol vuur de positie van Paulus overneemt en toepast op de Kerk vandaag.

Gaat die vergelijking echter wel op?

De Geest waarover Paulus preekte, was iets wezenlijk nieuws. Die kwam van Christus, en voorheen was die er niet, of toch zeker niet werkzaam op dezelfde manier. Een wezenlijke vernieuwing verantwoordt een breuk. Als wij vandaag spreken over de “Geest” (al dan niet die “van het concilie”), moeten we ervan uitgaan dat het om dezelfde Geest gaat als die waarover Paulus preekt. We mogen er echter ook van uitgaan dat het diezelfde Geest is, die gedurende tweeduizend jaar de kerk bijgestaan heeft in de voortzetting van de Traditie. Hoe valt dit te rijmen met het beeld van een Kerk die vandaag hetzelfde doet als Paulus tweeduizend jaar geleden: te breken met de ‘oude’ Wet'? Dat zou impliceren dat de Geest zichzelf tegengesteld is. Aan zo’n hypothese zou Thomas van Aquino nog een hele kluif hebben!

Achter elke starheid schuilt iets lelijks, niet de Heilige Geest” zegt de paus. Zou het dan toch kunnen zijn dat zoveel van de wijsheden en hulpmiddelen die de Kerk heeft geschonken aan de gelovigen, en die nu als ‘star’ bevonden worden, niet van de Heilige Geest kwamen? Of dat wij ze vandaag, om een of andere reden, niet meer nodig hebben?

Het verwart me.

Een kwestie van mensbeeld?

Er is nog een ander beeld dat misschien kan verklaren waarom ik het niet snap: het beeld van een gelovige. Ik ben er rotsvast van overtuigd dat een gelovige die vervuld is in de deugden van geloof, hoop en liefde, kan “leven in de Geest”, zoals Paulus het noemt, en aan geboden en regels geen boodschap heeft, omdat de Geest hem vanzelf naar de goede wegen stuurt. Ik kan ook vermoeden dat in de prille christelijke gemeenschappen die Paulus stichtte, iedereen vervuld was van die deugden, het waren immers allemaal mensen die heel bewust en tegen de stroom in, ervoor kozen christen te worden, een heel select publiek van bekeerlingen, begeesterd door een apostel die een diepe indruk kon maken. (Noteer ook hoe bekeerlingen in de Kerk vandaag niet zelden scheef bekeken worden omwille van hun radikaliteit—of zou het juist hun “leven in de Geest” zijn?).

Niet alle christenen uit de latere geschiedenis van de Kerk voldoen echter aan dat profiel. Hoe populairder de Kerk wordt, hoe dunner de spoeling. Een “cultuurkatholiek”, zoals we dat vandaag noemen, kan je toch bezwaarlijk de spirituele kwaliteiten toekennen die kenmerkend zijn voor iemand die “leeft in de Geest”, die toch voortkomen uit gebed en het leven met de sacramenten? Voor hen heeft de Kerk, zoals een goede moeder dat doet, hulpmiddelen gezocht, en ja: soms zijn dat heel praktische regels, zoals de vijf geboden van de Kerk, om hen in het geloof te bewaren als zij zelf de kracht van de Geest niet voldoende bezitten, maar ook met de uitnodiging om in het geloof te groeien. Die regels waren voor iedereen dezelfde, zodat niemand op een ander neer moest kijken als een kleingelovige.

In de kantlijn plaats ik hier een link naar een artikel dat de jezuïeten op hun blog plaatsen terwijl ik mijn artikel aan het schrijven ben. Het lijkt wel een terechtwijzing die ik krijg van de Heilige Geest omdat ik Hem zo durf te onderschatten!
“Hij noemt zich een super-kleingelovige”.

“Een strenge godsdienstigheid die de vrijheid van de Geest vernietigt welke ons de verlossing van Christus schenkt." zegt de paus. Zou het dan toch kunnen dat elke gelovige voluit kan “leven in de Geest” zonder nood te hebben aan de voorschriften van de Kerk, en dat het Vormsel ieder van ons als bij wonder transformeert tot een soort van superheld die alle deugden ingestort krijgt en onkwetsbaar is voor zonde of bedrog?

Overschat

In mensbeeld en kerkbeeld verschil ik dus met de paus en dat verklaart waarom ik hem niet altijd goed snap. Hij bekijkt het allemaal wat voluntaristischer. Voor een stuk bewonder ik hem daarin, want hij weet er veel mensen mee te begeesteren. Toch vind ik de richting die hij ingaat niet zonder risico. Zijn wereldkerk met 1.2 miljard katholieken is niet die van Paulus en—draai het of keer het—de paus heeft niet het retorisch talent en charisma van Paulus. Ik ben er zeker van dat er talloze gelovigen zijn die voluit “leven in de Geest”, en misschien zijn zij het wel die ’s woensdags luisteren naar de catecheses van de paus, en is zijn boodschap voor hen bedoeld, maar als de boodschap bedoeld is voor de wereldkerk met zoveel gelovigen, die er om duizend-en-een redenen (nog) niet toe gekomen zijn voluit te “leven in de Geest”, worden wij, die toehoorders, overschat, vrees ik.